De 13 liefdes van de Editors

Van de Britse rockband Editors verschijnt vrijdag het vijfde album: ‘In Dream’. Begin november spelen ze in de Heineken Music Hall, Amsterdam.

Editors, met tweede van rechts zanger Tom Smith en geheel links bassist Russell Leetch. Foto Rahi Rezvani

De Britse band Editors speelt duistere muziek, heeft duistere teksten en wordt beschouwd als de fakkeldrager van een zwaarmoedig rockgevoel. Maar wie de band vorig jaar zag op het grote podium van Pinkpop, waar zanger Tom Smith met brede armgebaren en sprongen de grimmige teksten onderstreepte, kent de andere kant: de ontroering die een lied als ‘A ton of love’ kan wekken, en hun bravoure.

De groep werd in 2005 bekend met de strenge rock van de singles ‘Munich’ en ‘Bullets’. Bij de derde cd, In This Light And On This Evening uit 2009, werden de gitaren deels ingeruild voor synthesizers om het snedige geluid te creëren. Op de volgende plaat waren de gitaren terug, maar op het nieuwe In Dream maakt de synthesizer zijn rentree. Zo slingert de stijl heen en weer tussen pure rock en nevelige elektronica. Uit die slingerbeweging spreekt vitaliteit: de band is steeds op zoek naar nieuwe uitdrukkingsvormen.

Dat gaat niet vanzelf: Editors verloor meerdere leden die de veranderlijke koers niet konden waarderen. Met de nieuwe bezetting werd vorig jaar in Schotland het album In Dream opgenomen. Nu klinkt de muziek per nummer anders: zwaar in ‘No harm’, romantisch in ‘Marching orders’, ijl in ‘The law’.

Editors maakte inmiddels vijf cd’s, en bestaat dertien jaar. De muzikanten spelen rock, maar houden ook van elektronica. Ze hebben een hang naar zwartgalligheid, maar niet uitsluitend. Dat laatste blijkt bij een gesprek in Amsterdam. Daar praten Tom Smith (34) en bassist Russell Leetch (33) over 13 muzikale liefdes.

1 Vrouwen

Op In Dream staat voor het eerst een duet, ‘The law’, waarin de zangpartij- en worden verdeeld tussen Smith en zangeres Rachel Goswell. Tom Smith: „We wilden al langer een vrouw bij onze wereld betrekken. Ik hou erg van het nummer ‘Shiny happy people’ van R.E.M., waarin plotseling de klaterende stem van Kate Pierson opduikt. Maar we konden nooit de juiste vrouw vinden, of we hadden niet het juiste liedje.” Leetch: „Tot we Rachel tegenkwamen. Ze was een fan, en haar stem bleek te passen.” Smith: „In ‘The law’ zing ik dreigend, en zij helder. Ik zie Rachels stem als de engelachtige stem van mijn geweten, dat me in het refrein toezingt: ‘Calm down, don’t be so angry’.”

2 Duetten

Smith: „Wanneer is iets een nummer een duet? Het heeft te maken met de tekst, denk ik. Je hoort twee mensen praten, ze geven elkaar echt antwoord. In veel dance zingen twee mensen, bijvoorbeeld Rihanna in het couplet en Eminem in het refrein. Maar hun woorden staan op zichzelf, ze reageren niet op elkaar. Dan is het voor mij geen duet. In ‘The law’ hoor je Rachel en mij, als in een dialoog tussen twee mensen. Of eigenlijk: mijn geweten en ik, in gesprek.”

3 Demonen

Leetch: „Door zijn onderwerpkeu- ze vinden mensen dat Tom een naargeestige verbeelding heeft. Maar alle bands waar wij van houden, hebben een naargeestige verbeelding.” Smith: „Ik ben een blijmoedig mens, maar ik heb duistere perioden doorgemaakt. Daaruit put ik ideeën voor teksten, mijn demonen zijn nooit ver weg.” Leetch: „Zou je dit een sombere cd noemen...” Smith: „Dat hangt er vanaf waarmee je hem vergelijkt. Vergeleken met Miley Cyrus is hij somber. Maar niet zo somber als onze tweede cd.”

4 R.E.M.

Leetch: „Ik weet niet waar Tom het over heeft in zijn nummers. Dat maakt me ook niet uit. Als de teksten maar op een of andere manier een vonk geven in je verbeelding. Ooit toerden we met R.E.M., waar ik groot fan van ben, maar ik had nooit de aanvechting om aan Michael Stipe te vragen ‘Waar ging dat ene nummer nou over.’ Smith: „O God, nee. Ik vond het geweldig om met hem rond te hangen, te kletsen en een biertje te drinken. Zijn liedjes betekenen veel voor me, maar hij hoeft ze me niet uit te leggen.”

5 Festivals

Smith: „De zalen waarin we tegen- woordig optreden, variëren van 800 mensen tot 18.000. We spelen op veel festivals, ook als hoofdact. Inmiddels vinden we het fijn om op te treden, hoewel we in het begin voornamelijk doodsbang waren. In de loop van de tijd verdwijnt de onzekerheid, en dringt tot je door dat je daar staat om het publiek te vermaken. Als dat lukt op een groot festival als Pinkpop, voel je je een superheld.”

6 Akoestische shows

Leetch: „Het engst zijn juist de kleine, akoestische optredens. Al die harde gitaren en dat drumgeweld om je heen, die geven steun. Akoestisch is eng, omdat er gemakkelijk dingen mis kunnen gaan. En er gaan ook altijd dingen mis.”

7 Rock en synthesizers

Smith: „We switchen tussen muzi- kale stijlen. Als de ene plaat vol gi- taar staat, kiezen we voor de volgende voornamelijk synthetische klanken.” Leetch: „Anders gaan we ons vervelen. Met onszelf, met steeds dezelfde geluiden. Deze keer hebben we met synthesizers en drummachines de juiste sfeer opgeroepen. Maar ook daarmee kun je nog alle kanten op: ‘No harm’ is een duistere opener. ‘Ocean of night’ is lichter, met pianospel, en ‘Forgiveness’ kreeg sluimerende beats. De nuances verschillen, maar het geheel klinkt nog steeds onmiskenbaar als Editors.”

8 Demo’s

Smith: „We waren in een studio in Schotland om demo’s te maken van nummers die ik thuis bedacht had. Als we net samen beginnen te spelen, hou ik me de eerste paar uur afzijdig, om te zien wat de anderen ervan maken. Ik liet iedereen zijn gang gaan. Dat werkte goed.” Leetch: „Er was nu minder dan vroeger een rolverdeling. We kunnen allemaal synthesizer spelen. En daar bleken we ook allemaal ideeën voor te hebben. Het ging zo soepel dat deze opnamen, die oorspronkelijk bedoeld waren als voorbereiding, nu samen het album vormen.”

9 Elektronische beats

Smith: „Als gevolg daarvan zijn bij- na alle drums op In Dream elektro- nisch. Want als je de hele dag aan het oefenen en puzzelen bent, is zo’n rockdrumstel te hard. Dat leidt af. Dus onze drummer, Ed, speelde drumsamples op een kleine elektronisch set. Die kun je zacht zetten. We vonden het mooi. Toen het moment was gekomen dat we de echte drums zouden opnemen, besloten we het zo te laten.”

10 Falset

De Engelse krant The Daily Mirror publiceerde een statistiek waaruit blijkt dat Tom Smith, met 4,75 octaven, het grootste bereik in de popmuziek heeft. Groter dan Elton John of Freddie Mercury. Leetch, lachend: „Inderdaad, Mercury haalde Toms lage noten niet.” Smith: „Met die falsetstem ben ik pas begonnen op de derde cd, op de cd erna deed ik het in één nummer. Op In Dream zing ik nu vaak met falset. Dat contrast tussen die hoge ijle stem en dat lage, strenge geluid, bevalt me steeds beter.”

11 Zingen

Smith: „Of je me nou een goede of slechte zanger vindt, ik vind het belangrijk dat een zanger ook echt kan zingen. Ik hou van echte popzangers, zoals Boy George. Dat niveau wil ik halen, dus daag ik mezelf uit om hoger te zingen, lager, krachtiger. Het is mijn baan tenslotte: zanger zijn. Dat wil ik zo goed mogelijk doen.”

12 Jimmy Summerville-act

„Je kunt je bereik niet vergro- ten, maar door veel te oefenen kun je gemakkelijker wisselen tussen hoog en laag. De eerste jaren was dat lastig bij concerten. Nu ik meer nummers falset zing, is er gewenning. Maar we moeten nog zien hoe het gaat in de nieuwe nummers, met mijn ‘Jimmy Summerville-act’.”

13 Eigen stem

„Het liedje ‘Our Love’ zing ik in zijn geheel in falset. Die stem is heel anders dan ik van mezelf gewend ben, bijna alsof iemand anders bezit van mij neemt. Mijn eigen stem ervaar ik als een kalmerend effect. Het kalmeert mij, en het nummer. Ik zie het als een klopje op m’n schouder. Soms is het zinvol om zo’n ‘stem’ in je muziek toe te laten, ja. Als een geruststelling voor jezelf.”