‘Auto-industrie heeft in Brussel de facto vetorecht’

Traineren en dreigen – het werk van de Brusselse autolobby is even simpel als doeltreffend, mede dankzij loyale ‘auto-ambassadeurs’ in het Europarlement.

Foto Patrick T. Fallon / Bloomberg

Hoe dichter bij de macht hoe beter. Het lobbykantoor van Volkswagen schurkt er het dichtst tegenaan – aan de Rue Archimede, pal naast de Europese Commissie. En bij het Europees Parlement komen is voor de VW-lobbyisten, 43 in totaal, een wandeling van een kwartiertje.

Met 3,3 miljoen euro jaarbudget proberen zij hun stempel te drukken op Europese wetgeving over, bijvoorbeeld, milieubelastende uitstoot. Veel van het geld gaat op aan lunches met Europese ambtenaren en politici. In een restaurant is het nu eenmaal prettiger zaken doen dan in een benauwd EU-kantoor. Glaasje erbij. Gemütlich!

Met VW, een van de grootste banenmotoren in Europa, wilde iedereen aan tafel, zeker in het Brussel van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker (mantra: more jobs, jobs, jobs!). Had je een lunchafspraak met VW, dan deed je er toe. Maar sinds het uitbreken van Dieselgate, klinkt VW als een vloek en is onder de Brusselse kaasstolp het zwartepieten begonnen.

Is het de Europese Commissie die faalde als toezichthouder? In 2013 al wisten EU-ambtenaren dat er met autotests werd gesjoemeld, maar de Commissie deed er niets mee. Of hield het Europees Parlement willens en wetens de Duitse autofabrikant uit de wind? De Duitse liberale Europarlementariër Gesine Meissner werd afgelopen weekeinde door een Franse Europarlementariër uitgemaakt voor Volkswagen-marionet. Ingediende amendementen in het Europarlement om bestaande uitstoottests voor auto’s te verstrengen zouden „door Meisnner zijn geblokkeerd onder druk van VW”.

De verwijten over en weer getuigen van hypocrisie, vindt Olivier Hoedeman van de Brusselse lobbywaakhond Corporate Europe Observatory, die de totstandkoming van Europese wetgeving kritisch volgt. Rapporten over gesjoemel waren al jaren bekend, zegt Hoedeman. „Dan is het schokkend om te zien hoe Commissie, Parlement en Europese Raad al jaren over uitstoot en tests onderhandelden met de auto-industrie door wie ze tegelijkertijd achter hun rug om werden belazerd.”

‘Zeer efficiënte lobby’

Volgens Hoedeman schrijft de auto-industrie meermaals Brussel de regels voor in plaats van andersom, dankzij een „zeer efficiënte lobby”. Elke grote autofabrikant stuurt zijn eigen „lobbysoldaten” het veld in. Daarnaast is de industrie georganiseerd in tal van koepelorganisaties die aanschuiven bij overleg op het hoogste niveau. „En in het Europarlement zoeken ze Meissner en andere loyale auto-ambassadeurs op. Die worden gemobiliseerd zodra er wetgeving in de maak is die de auto-industrie niet zint.”

Don’t complain, don’t explain’ is het motto van de auto-industrie, zeggen waarnemers in Brussel. Vertaald: ‘Nooit de aanval kiezen – auto’s zijn nu eenmaal vervuilend, en laat milieuorganisaties het publiek maar uitleggen hoe dat komt.’

„Aan mijn deur kloppen de autolobbyisten bijna nooit”, zegt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks). „Ze weten dat dat toch verloren moeite is.”

Volgens Eickhout richt de auto-industrie alle middelen op traineren. „Dwars liggen en tijd winnen in het proces van schrijven aan nieuwe, strengere milieuwetgeving. En dan is er ook nog het dreigement versus de lidstaten: ‘Als u met deze wetgeving instemt, doeken we onze autofabriek in uw land op’.”

Al in 2007 werd gesproken over nieuwe Europese richtlijnen voor de autotesten: niet langer testen in laboratoria maar in een echte omgeving, op de weg. „We zijn nu acht jaar verder, en telkens kwam de autolobby op de proppen met trucs om het verhaal af te zwakken”, zegt Eickhout.

Toen in 2013 werd onderhandeld over strengere CO2-uitstootnormen riepen Daimler en BMW de hulp in van Angela Merkel. De bondskanselier nam de zaak op met andere grote autolanden, zoals Frankrijk. De autoconcerns kregen hun zin: invoering van strengere normen werd uitgesteld.

Eickhout: „Het is niet alleen Merkel die zich in de strijd gooit. De Italiaanse premier Renzi staat op voor Fiat, de Franse president Hollande voor Renault.”

Een hard spel

De lidstaten, die opkomen voor hun industrie, spelen het spel hard. Maar dat in Brussel de Europese Commissie amper tegengas geeft, heeft volgens Eickhout een klimaat geschapen waarin autofabrikanten de spelregels bepalen. „Voorzitter Juncker en zijn rechterhand Frans Timmermans beloofden juist een sterke politieke Commissie die het de landen lastig zou maken. Tegelijk wil Timmermans Europese regelgeving terugdringen. Tsja, dan kom je in een lastige spagaat. Ik hoop dat door Dieselgate hij en Juncker nu ballen zullen tonen.”

Eickhouts wens vergt een ware Brusselse revolutie, zegt lobbyonderzoeker Hoedeman. „De auto-industrie is zó machtig. Ze heeft de facto vetorecht.” Maar ook hij is optimistisch. „Dit schandaal is hét moment om eindelijk kritisch na te gaan denken over de invloed van lobbyisten in Brussel.”

    • Tijn Sadée