Stromend water op Mars! Dankzij zouten op planeet

Stroomgeulen langs hellingen op Mars. Al langer werd vermoed dat ze ontstaan door stromend water. Foto NASA

Op Mars zijn aanwijzingen gevonden voor stromend, brak water.

Amerikaanse en Franse astronomen meldden hun vondst gisteren in het tijdschrift Nature Geoscience. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, die betrokken is bij de studie, had de publicatie – zoals ze wel vaker doet – ronkend aangekondigd.

Het is de vraag of deze vondst inderdaad zo groot is. Dat er oplosbare zouten op Mars voorkomen, is al eerder aangetoond.

Feit is dat de NASA in 2010 opdracht kreeg van president Obama om een bemande reis naar Mars voor te bereiden, voor de jaren dertig. Maar er is concurrentie, van China en Rusland. Verder zijn er commerciële ondernemingen die al veel eerder mensen op Mars willen zetten.

Overigens verschijnt de publicatie in de week dat de Marsreis-film The Martian in première gaat. NASA heeft daar uitgebreid aan meegewerkt.

Dat grote delen van Mars lang geleden bedekt waren met vloeibaar water, staat onderhand wel vast. De vraag is of het er nu ook nog is. Mars is inmiddels een droge en ijskoude planeet, waar het aan de polen ’s winters -120 °C kan zijn.

Het water is er als ijs aanwezig. Maar duidelijk is inmiddels ook dat de temperatuur in de zomermaanden overdag kan oplopen tot rond het vriespunt. Het idee is dat opgeloste zouten het vriespunt van water verlagen, en het langer vloeibaar houden. Op Mars zijn enkele jaren geleden hellingen aangetroffen met lijnenpatronen die doen denken aan geulen, gevormd door afwaarts stromend water.

Om dat laatste beter te onderbouwen hebben de astronomen nu verschillende soorten satellietbeelden gecombineerd. Ze selecteerden camerabeelden van vier kraterhellingen met die typische geulen. Daaroverheen legden ze plaatjes van precies dezelfde oppervlakten, maar dan gemaakt met een spectrometer. Die vangt de straling op van zonlicht dat terugkaatst van Mars. Aan die beelden is af te leiden welke mineralen de bodem bevat.

Probleem is dat de spectraalbeelden een resolutie hebben van 18 meter per pixel, terwijl de meeste geulen niet meer dan 5 meter breed zijn. In de bijlage schrijven de astronomen dat het een „significante uitdaging” was om de spectraalbeelden goed te analyseren. Het computeralgoritme dat ze hiervoor hebben ontwikkeld beschrijven ze in hun artikel pover. Bij een van de vier kraters, de Palikirkrater, concluderen ze dat er magnesiumzouten moeten zijn geweest, op basis van zes pixels.

    • Marcel aan de Brugh