150 regies, waarvan volgens hem 6 waren gelukt

Peter Oosthoek (1934-2015)

Acteur en regisseur

Hij verrijkte het Nederlandse toneelrepertoire, maar was daar bescheiden over.

Peter Oosthoek was bovenal de man die tussen 1965 en 1987, ruim twintig jaar lang, als regisseur en artistiek leider van toneelgroep Centrum het Nederlandse toneelrepertoire verrijkte met een groot aantal nieuwe stukken van nieuwe auteurs. Toen hij bij zijn afscheid de balans opmaakte, zei hij met zijn typerende bescheidenheid: „Ik heb 150 regies gedaan en daarvan zijn er zes gelukt, tien waren heel aardig en nog eens tien voldoende.”

Menigeen zou die aantallen heel wat hoger hebben ingeschat. En ook nadien heeft Oosthoek nog veel geregisseerd, maar sinds de eeuwwisseling werkte hij weer voornamelijk als acteur – bijvoorbeeld als geslepen bankier in de tv-serie Oud Geld en als de oudere, vervagende prins Claus in Beatrix, Oranje onder vuur.

Gisteren werd bekend dat Peter Oosthoek is overleden, 81 jaar oud, en bijna dertig jaar nadat hij zich wegens kanker gedwongen zag minder hard te gaan werken.

Eind jaren vijftig was Peter Oosthoek de eerste die aan de Amsterdamse toneelschool afstudeerde in acteren én regie. Hij kreeg toen de Top Naeff-prijs voor de beste eindexamenkandidaat. In het Algemeen Handelsblad, voorloper van deze krant, werd zijn spel in een Tsjechov-monoloog destijds geprezen als „voortreffelijk en tot in finesses afgewerkt”.

De eerste jaren bleef hij acteur; zijn eerste grote regie, het Holland Festival-spektakel Labyrinth van Peter Schat en Lodewijk de Boer, volgde in 1966. Intussen was hij toen al werkzaam bij Centrum, waar hij het bestaande beleid – zo veel mogelijk nieuwe Nederlandse stukken – graag voortzette. Zelf regisseerde hij in die jaren memorabele voorstellingen als Kees de jongen van Gerben Hellinga, Sterke drank in Oud-Zuid van Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch), Van de koele meren des doods (Vorstenbosch) en Mussert van Adriaan Venema.

In zijn laatste Centrum-jaren regisseerde Oosthoek ook de film An Bloem, naar een toneelstuk van Ton Vostenbosch, die echter te terughoudend was om veel indruk te maken.

Als toneelregisseur experimenteerde hij geregeld met elementen als muziek, dans en belichting – toen nog tamelijk ongebruikelijke toneelmiddelen waarmee hij vaak een werkzaam evenwicht vond tussen realisme en stilering. „Ik heb altijd het ideaal gehad dat ik een voorstelling kon dirigeren”, zei hij in deze krant. „Je begint, je slaat af én precies op dat moment gaat het doek op en precies drieënhalve seconde later gaat die deur open en komt die speler op en zegt zijn tekst.” Zo kon hij met zijn zachte, vriendelijke stem toch dwingend genoeg zijn om de bijnaam ‘de fluwelen stoomwals’ te krijgen.

Toneelgroep Centrum werd in 1987 opgenomen in de nieuwe Toneelgroep Amsterdam. Oosthoek bleef aanvankelijk aan als regisseur, maar een groot succes was dat niet. Zijn werkwijze verschilde te veel van de vrijgevochten regiestijl van artistiek leider Gerardjan Rijnders.

Ook als acteur bleef Oosthoek een man van de precisie, kenmerkend voor de manier waarop hij zijn metier altijd heeft uitgeoefend.

    • Henk van Gelder