Vocale losbandigheid redt optreden Van Morrison

Als één van The Blues Brothers stond Van Morrison gisteravond op het podium van de Heineken Music Hall, Amsterdam. Zwarte hoed, donkere bril, en nu en dan losjes in de heupen. De onlangs zeventig geworden Ierse grootheid en zijn vijfkoppige band zigzagde door zijn bijna vijftig jaar durende carrière, langs liedjes uit alle decennia, als Moondance, Precious Time en Raincheck. Van het onlangs verschenen, politiek gemotiveerde Born To Sing: No Plan B (over de wereldwijde financiële crisis) werd alleen het broeierige Close Enough For Jazz uitgevoerd.

Live krijgen alle nummers inmiddels een ontspannen, soms flegmatieke uitvoering. Morrison zelf speelt mondharmonica, gitaar en in meerdere nummers saxofoon. Zo ontstaat een jazzy stijl. De drummer speelt losjes, de gitaar legt subtiele accenten, en Morrison blaast nu en dan een duet met zijn trompet spelende pianist.

Zo waren de nummers beloftevol maar kabbelend. Maar halverwege veranderde er iets in Morrisons voordracht: de saxofoon werd opzij gelegd, en de getergde soulstem met donkere schaduwplekken, die tot dan toe netjes had gearticuleerd, mocht weer uit de band springen. Er zijn weinig zanger die de woorden kunnen uitrekken, vervormen en ondersteboven in de microfoon kaatsen als Van Morrison. Deze vocale losbandigheid redde het optreden: met het stotterend gemekker in Sweet Thing, en nogal wat krolse uithalen in Willie Dixons I Just Wanna Make Love To You.

    • Hester Carvalho