Verdrag kan zonder Nederland 

Stel dat Nederland tegen het associatieverdrag tussen EU en Oekraïne stemt, wat dan? Nou, dan geldt het ‘voorlopig’.

Voor een referendum over het associatieverdrag tussen Europese Unie en Oekraïne haalde GeenPeil 451.000 handtekeningen op. Om die volksraadpleging te laten doorgaan moeten er 300.000 geldig zijn. Stelt de Kiesraad dat aantal vast, dan krijgen stemgerechtigde Nederlanders binnen een half jaar de vraag voorgelegd of het verdrag met Oekraïne in werking moet treden.

1. Welk effect zou een Nederlands referendum hebben?

Puur formeel is er op 1 januari 2016 inderdaad geen associatieverdrag als het voor die tijd niet is geratificeerd door alle EU-lidstaten. Maar in de praktijk heeft een Nederlands referendum nauwelijks effect, omdat het associatieverdrag dan ‘op voorlopige basis’ alsnog in werking treedt.

Die mogelijkheid is ooit in het leven geroepen om te voorkomen dat de Europese Unie afspraken met derde landen niet kan nakomen als het ratificatieproces moeizamer verloopt dan verwacht. Het associatieverdrag dat de EU bijvoorbeeld met Bosnië heeft, was zeven jaar lang ‘voorlopig’, totdat het in juni dit jaar definitief in werking trad.

2. Verandert er dan helemaal niets?

Niet alle delen van het associatieverdrag kunnen ‘voorlopig’ van kracht worden, alleen de delen die vallen „onder de competentie van de EU”, aldus een woordvoerder van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur. Daar vallen afspraken onder die met Oekraïne zijn gemaakt over vrijhandel en het wegnemen van handelstarieven. En dat zijn weer de belangrijkste, zo niet de meest cruciale hoofdstukken van het verdrag.

Wat door een eventueel referendum niet in werking kan treden, zijn meer praktische afspraken, bijvoorbeeld over formele overlegstructuren. Zo voorziet het verdrag in oprichting van een ‘associatieraad’ en een trits subcomités. Daarmee moet dan gewacht worden totdat het ratificatieproces is voltooid.

3. Wat gebeurt er als Nederland, na het referendum, besluit om niet te ratificeren?

Dat een EU-land een internationale overeenkomst niet ratificeert, komt eigenlijk nooit voor – er zijn geen precedenten. Maar stel dat het wel gebeurt, is het verdrag dan dood? Nou, nee. Het meest waarschijnlijke scenario is dat er een diplomatieke oplossing wordt gezocht. Tot die tijd zou het verdrag ‘voorlopig’ van toepassing blijven. Daar staat geen ‘vervaldatum’ op.

4. Wie kan er nog wel roet in het eten gooien?

Rusland kan dat. Eigenlijk zou het associatieverdrag met Oekraïne dit jaar al in werking treden, maar in september vorig jaar werd na Russische druk besloten tot uitstel. De Russen gruwen van de Oekraïense toenadering tot de EU en zeggen schade te ondervinden van het verdrag. Ook nu wordt hierover opnieuw onderhandeld met Rusland, om de zorgen weg te nemen. Brussel kan besluiten Moskou opnieuw ter wille te zijn, al lijkt dat op dit moment niet erg waarschijnlijk.

5. Wat gaat de politiek nu doen?

Op 14 oktober meldt de Kiesraad of er inderdaad genoeg geldige handtekeningen zijn en op welke datum het referendum wordt gehouden. Dat zal ergens in de eerste maanden van 2016 zijn. In de tussentijd gaan de partijen campagne voeren voor of tegen het verdrag, zegt D66-Kamerlid Kees Verhoeven. PVV, SP, VNL en Partij voor de Dieren stemden in de Kamer tegen het verdrag; de andere partijen waren voor.

Interessant is de positie van D66, uitgesproken pro-Europa, maar ook pleitbezorger van referenda. Kees Verhoeven noemt het GeenPeil-referendum ‘positief’: D66 was immers een van de indieners van de wet voor het raadgevend referendum. De partij zal in de campagne proberen duidelijk te maken dat samenwerking met Oekraïne belangrijk is en dat dit verdrag niet gaat over Oekraïense toetreding tot de EU.

 

Als het debat straks over meer dan dit verdrag gaat, schrikt de partij niet terug, zegt Verhoeven: „Dat zoveel mensen hebben getekend, gaat verder dan alleen dit associatieverdrag. Mensen willen zich kunnen uitspreken over Europa, dus het zal in de aanloop naar het referendum veel gaan over wel of niet lid zijn van de Europese Unie. Dat is niet waar dit referendum over gaat, maar als de discussie zich daarop toespitst, moeten we daar niet de ogen voor sluiten.”

Het kabinet kan de uitslag van het referendum naast zich neerleggen, maar de uitkomst moet zwaar wegen, vindt Verhoeven. „Je gaat geen referendum mogelijk maken om niks met die uitslag te doen.”