Sporen van stromend water op Mars ontdekt

Stroomgeulen langs hellingen op Mars. Al langer werd vermoed dat ze ontstaan door stromend water. Foto NASA

Op Mars zijn aanwijzingen gevonden voor stromend, brak water. Het wakkert het idee weer aan dat een toekomstige bemande missie op de planeet wellicht over water kan beschikken.

Amerikaanse en Franse astronomen melden hun vondst vandaag in het tijdschrift Nature Geoscience.

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, die betrokken is bij de studie, heeft de publicatie van te voren ronkend aangekondigd, zoals ze vaker pleegt te doen. De organisatie spreekt van een major science finding, een grote wetenschappelijke vondst.

Is het wel een grote vondst?

Het is de vraag of deze vondst inderdaad zo groot is. Dat er oplosbare zouten op Mars voorkomen, is al eerder aangetoond, op basis van bodemmonsters die tijdens eerdere missies (Viking, 1976; Phoenix, 2008) zijn genomen.

Dat grote delen van Mars lang geleden bedekt waren met vloeibaar water, staat onderhand wel vast. De vraag is of het er nu ook nog is. Mars is inmiddels een droge en ijskoude planeet, waar het aan de polen ’s winters -120 °C kan zijn.

Het water is er als ijs aanwezig. Maar duidelijk is inmiddels ook dat de temperatuur in de zomermaanden overdag kan oplopen tot rond het vriespunt. Het idee is dat opgeloste zouten het vriespunt van water verlagen, en het langer vloeibaar houden. Op Mars zijn enkele jaren geleden hellingen aangetroffen met lijnenpatronen die doen denken aan geulen, gevormd door afwaarts stromend water.

Om dat laatste beter te onderbouwen hebben de astronomen nu verschillende soorten satellietbeelden gecombineerd, die zijn gemaakt vanuit de Mars Renaissance Orbiter, een ruimtesonde die sinds 2006 rond Mars cirkelt. Ze selecteerden camerabeelden van vier kraterhellingen met die typische geulen. Daaroverheen legden ze plaatjes van precies dezelfde oppervlakten, maar dan gemaakt met een spectrometer. Die vangt de straling op van zonlicht dat terugkaatst van het Mars-oppervlak. Op basis van die beelden is af te leiden welke mineralen de bodem bevat.

Probleem is dat de spectraalbeelden een resolutie hebben van 18 meter per pixel, terwijl de meeste geulen niet meer dan 5 meter breed zijn. In de bijlage schrijven de astronomen dat het een “significante uitdaging” was om de spectraalbeelden goed te analyseren en exact over de camerabeelden te leggen. Het computeralgoritme dat ze hiervoor hebben ontwikkeld beschrijven ze in hun artikel pover. Bij een van de vier kraters, de Palikir krater, concluderen ze dat er magnesiumzouten moeten zijn geweest, op basis van zes pixels.

Volg de persconferentie live (17.30 uur).

    • Marcel aan de Brugh