Opinie

    • Simone van Saarloos

Verhulling is een scherp wapen

Ik heb eigenlijk nooit levende bloemen in huis. Soms krijg ik een gelegenheidsbos, maar ze raken altijd vlug verdord en staan dan wekenlang te stinken. Toch krijg ik graag een boeket, vanwege het gebaar, maar er is ook iets karigs aan: bloemen in huis symboliseren een vast punt in de tijd – een jubileum, begrafenis, première – en om van hun schoonheid te genieten moeten ze dood.

Bloemen zijn het bont onder de vegetatie. Wie van dieren houdt, draagt ze niet.

Afgelopen vrijdagavond sprak ik in het Leidse Naturalis met etnobotanist Tinde van Andel. Etnobotanie is een mix van antropologie, geschiedenis en plantenwetenschappen.

„Ik praat met mensen en ik trek planten uit de grond”, zo beschrijft Tinde haar vak. Ze studeerde biologie en op haar eerste reis als onderzoeker, naar Colombia, ondervond ze dat haar theoretische kennis nauwelijks van pas kwam. „De bomen waren te hoog. Ik kon de bladeren niet zien en dus ook niet documenteren. Maar de Indianen daar wisten alles.”

Tegenwoordig is Tinde dus hoogleraar etnobotanie en doet ze vergelijkend onderzoek naar medicinaal en ritueel plantgebruik in Suriname en West-Afrika. De mensen die als slaven werden verhandeld vonden planten die ze herkenden of leerden kennen dankzij trial-and-error. Een error – zoals een dodelijke vergiftiging – werd goed onthouden. In het beste geval was zo’n dood niet voor niets en kon die plant worden gebruikt om slavenhouders te vergiftigen. „Elk nadeel heb z’n voordeel”, zegt Tinde.

Soms brachten de mensen die als slaven werden gehouden ook vegetatie mee. Op de medicinale plantenmarkt van Paramaribo kocht Tinde zwarte rijstkorrels. Die korrels zijn ooit met een slavenschip mee vanuit Afrika naar Suriname gekomen, maar waar ze precies vandaan komen, is nog onduidelijk. Het team van Tinde probeert het DNA uit de Surinaamse korrels te vergelijken met het DNA van zwarte rijstkorrels uit Afrika, om te kijken uit welk land de ‘voorouders’ van de rijstkorrels komen. Waarschijnlijk verstopten de mensen die als slaven werden verhandeld de korrels in hun haar, zodat die tijdens de overtocht niet werden afgepakt. Toen Tinde dat vertelde, dacht ik aan Ada van Randwijk. Zij was getrouwd met de oprichter van Vrij Nederland, dat in 1940 als verzetsblad begon. Ada fietste door Amsterdam met het gewicht van geheimen op haar hoofd: in haar krullen verstopte ze rolletjes papier. Zo verspreidde ze informatie.

Verhulling is een scherp wapen.

Op de Biënnale in Venetië zag ik een indrukwekkend werk van Adel Abdessemed, een kunstenaar uit Algerije. In de zaal stonden boeketten van machetes, de scherpste punten samengestoken, het lemmet als steel, het handvat als bloem. Een eeuwig houdbaar boeket. Het werk bleek Nymphéas te heten, naar de waterlelies van Monet.

De mens doet wat hij kan om ervoor te zorgen dat kennis en schoonheid niet vergaan.

    • Simone van Saarloos