Shell zag veel potentiele valkuilen

Shell vertrekt van de Noordpool na één proefboring. De risico’s rond het project bleken te groot.

Is dit het einde van de omstreden olieboringen in het kwetsbare Arctische gebied? Heeft de machtige olie-industrie de ‘strijd’ om de Noordpool definitief verloren van de inmiddels misschien wel even machtige milieubewegingen?

Milieugroep Greenpeace kraaide gisteren in ieder geval victorie, na de aankondiging van oliereus Shell dat het stopt met proefboringen in de ijzige wateren voor de kust van Alaska. Greenpeace is al jaren een van de felste tegenstanders van het boren naar olie daar, omdat er grote milieurisico’s aan zouden kleven. En omdat het gebruik van fossiele brandstoffen leidt tot opwarming van de aarde.

Nu ook Shell zich terugtrekt, wordt het steeds stiller in het gebied. Shell was een van de laatste grote, westerse oliemaatschappijen die er nog naar olie zocht. Andere concerns staakten hun zoektocht al eerder, want te complex en dus te duur. Sommige, zoals Total, wilde er zelfs nooit aan beginnen omdat de milieuschade bij een olieramp in zo’n ecologisch fragiel gebied simpelweg te groot zou zijn.

Op haar site sprak Greenpeace dan ook van „een waanzinnige overwinning” voor iedereen die gelooft in „de strijd om de Noordpool.” „Dit maakt duidelijk dat zelfs megamultinationals als Shell niet zo maar hun gang kunnen gaan, met milieuvervuiling en klimaatverandering als gevolg.” Ook Milieudefensie en het Wereldnatuurfonds toonden zich verheugd.

Uitgespeeld

Maar is dit ook echt het einde? Is dit een keerpunt in de strijd om de Noordpool tussen Big Oil en Big Green, zoals de internationale milieulobby ook wel wordt genoemd?

Vrijwel zeker is dat Shell voor langere tijd is uitgespeeld in het gebied. In het persbericht dat het oliebedrijf gisteren verspreidde, benadrukte het weliswaar dat het nog steeds „potentie” ziet in de poolregio. En dat die „uiteindelijk waarschijnlijk van strategische waarde is voor de Verenigde Staten en Canada”. Maar tegelijkertijd zei Shell dat het voor „de afzienbare toekomst” geen boringen meer gaat doen in het gebied. Dat is heldere taal voor: wij zijn er klaar mee.

Veelzeggend is dat Shell tot die conclusie komt na slechts één boring op één plek. Terwijl het een vergunning heeft om op tal van plekken te boren. Dat Shell die andere plekken ook meteen afschrijft, zegt iets over hoe onmogelijk het kennelijk is geworden voor het bedrijf om door te gaan.

Analist Jos Versteeg van vermogensbeheerder Theodoor Gillissen, die de ontwikkelingen bij Shell nauwgezet volgt: „De ijsberen kunnen zich gelukkig prijzen. Ik denk dat we Shell de komende tien, vijftien jaar niet zullen terugzien in het gebied.”

De krachten die op Shell werken om te stoppen, zijn dan ook groot. Maar anders dan bij de milieubewegingen zijn ze niet principieel van aard. Shell trekt de stekker eruit louter om zakelijke redenen, blijkt uit het persbericht: er zit toch een stuk minder olie in het veld dan aanvankelijk werd gedacht. De kosten zijn (veel) te hoog. En de regelgeving omtrent oliewinning in het gebied zijn „uitdagend” en „onvoorspelbaar”, aldus Shell.

Toestemming

Met dat laatste doelt Shell ongetwijfeld op de politieke situatie in de VS. Presidentskandidaat Hillary Clinton heeft al laten weten dat zij geen voorstander is van boringen in het gebied. Doorgaan is dus uiterst riskant. Het duurt nog jaren voordat Shell, zelfs bij een succesvolle proefboring, olie kan gaan winnen. Of er dan nog toestemming zal volgen, is de vraag.

Daarbij heeft Shell veel last van de lage olieprijs. Die is in iets meer dan een jaar van meer dan 100 dollar naar minder dan 50 dollar gedaald. Dat is niet goed voor de inkomsten. En geld heeft het juist hard nodig. Shell wil de Britse gasreus BG overnemen, omdat het zich, nu olie maatschappelijk steeds meer ‘besmet’ raakt, meer wil richten op de productie van het relatief schonere aardgas. Daarvoor moet het naar verwachting eind dit jaar ruim 60 miljard euro neertellen.

Aangezien aandeelhoudersdividend bij Shell heilig is, moeten dus elders de kosten omlaag. Daarbij wordt geen project geschuwd, dus ook megaproject Noordpool niet, blijkt nu.

Lange horizon

Tegelijkertijd, benadrukt Versteeg, moeten milieubewegingen ook weer niet te vroeg juichen. Oliereuzen als Shell bestaan al heel lang en werken met lange tijdshorizonnen. Tien jaar is niet lang voor een bedrijf als Shell. Dat bestaat al meer dan honderd jaar. 

Als de omstandigheden straks weer anders zijn, en het zoeken naar olie op de Noordpool zakelijk wel weer de moeite waard wordt, zou Shell zomaar weer kunnen terugkeren. Al was het maar omdat de wereld, zoals Shell vaak zegt, misschien inderdaad nog lang niet volledig zonder fossiele energie kan. Shell stopte zijn werkzaamheden er al eens vaker, om er later weer terug te keren. „We zien ze zeker nog een keer terug.” Maar voorlopig is de slag voor de Big Green.