Samen d’ran is dit seizoen vooral samen lijden

De Vijverberg vierde het eerste punt als een overwinning. Vreugde bij een club waar spelers nooit sterren worden, hooguit lokale helden.

Jonge supporters van de Graafschap, gisteren. Elders willen voetballers nog wel eens vervreemd raken van het volk op de tribunes, maar bij De Graafschap is het aaibaarheidsgehalte nog hoog. Foto Eric Brinkhorst

Verdediger Jan Lammers leunt met gespreide armen over de reclameborden van stadion De Vijverberg. Daar, aan de voet van een Spinnenkop die deint van vreugde, loopt de speler van De Graafschap in de armen van een supporter die al net zo blij is als hijzelf met het eerste punt van de club uit Doetinchem.

De innige omhelzing na het gelijkspel tegen Willem II (2-2) vormt de illustratie van de leuze ‘Samen d’ran’, die op meerdere plekken in het stadion te lezen is. Samen knokken. Samen lijden. Samen overwinnen. De negentienjarige Lammers is groot geworden met de interactie tussen publiek en spelers. „Ik speel hier al vanaf mijn achtste, dus je leert dan vanzelf de mensen rond de club kennen. De supporter die ik omhelsde, is inmiddels een vriend. Toen ik hem na afloop zag, dacht ik: ik geef hem een knuffel.”

Elders willen voetballers nog wel eens vervreemd raken van het volk op de tribunes, maar bij De Graafschap is het aaibaarheidsgehalte nog hoog. Spelers zullen hier nooit sterren worden, hooguit lokale helden.

Zo ging het ook met trainer Jan Vreman. Hij is verdediger Jan Lammers in het kwadraat als het gaat om zijn band met de club. Sinds hij in de tachtiger jaren een contract tekende in Doetinchem, is Vreman er nooit meer weggegaan. Bij zijn afscheidsreceptie in 2003 stond er een blaasorkest op hem te wachten bij De Vijverberg, waar hij arriveerde in een Mercedes die werd geëscorteerd door drie motoragenten. Vorige week, bij zijn vijftigste verjaardag, werd hij wederom in het zonnetje gezet. De supportersvereniging stond op de stoep met een cadeau.

De waardering voor Vreman is groot, zoals hij andersom ook genegenheid toont voor de fans. „Ik wil het publiek complimenteren”, zegt hij na de wedstrijd waarin zijn ploeg zich terugvocht na een 0-2 achterstand. „De supporters blijven achter ons staan en dat heeft ons geholpen om terug te komen.” Zijn assistenten eten ondertussen een broodje bal van koffiejuf Annie. Hijzelf neemt later een pilsje.

Ze noemen hem Mister De Graafschap, maar degene die het minst onder de indruk lijkt van die eretitel is de voormalige verdediger zelf. Zijn reactie op zijn lange dienstverband, behelst één zin: „Andere mensen vinden het kennelijk bijzonder, maar ik kan hier gewoon lekker mijn ei kwijt.”

Assistent-trainer Richard Roelofsen typeert zijn collega als de verpersoonlijking van de Achterhoeker. „Jan luistert meer dan hij zegt, houdt van hard werken en doet nooit lastig.”

Dat laatste is misschien wel een pre voor een trainer van De Graafschap. De financiële middelen zijn beperkt en de selectie beschikt bijvoorbeeld niet over eigen trainingsvelden. Er wordt getraind op de velden van de naburige vierdeklasser SVDW ’75, waar op doordeweekse dagen ook gymnastieklessen van de lokale middelbare school plaatsvinden.

Afgelopen vrijdag, twee dagen voor de wedstrijd tegen Willem II, stuitte Vreman daar bij de middagtraining op een schoolklas. Probleem? Niet voor hem. Waar een van zijn voorgangers, Darije Kalezic, ooit vergeefs vroeg om besloten trainingen in te voeren – hij werd uitgelachen door medewerkers van de club – vroeg Vreman de docente hoe lang ze nog gebruik wil maken van haar deel van het veld. Later zei hij daarover: „Als ik dat deel niet direct nodig heb, ga ik haar niet wegsturen. De school komt hier ook al langer dan wij, al zouden de afspraken nu zo kunnen zijn dat ik haar mag wegsturen.”

Dus klonk op de achtergrond gejoel en het geluid van een weerkaatsende honkbalknuppel, terwijl op de voorgrond aanwijzingen werden gegeven aan een ploeg die momenteel onderaan staat in de eredivisie.

Die klassering is in lijn der verwachting, want over de promotie van De Graafschap naar de eredivisie wordt wel gezegd dat het de club vooral is overkomen. De Graafschap eindigde in de eerste divisie als zesde, maar keerde via de nacompetitie plots weer terug op het hoogste niveau. De selectie was al rond en gebaseerd op de eerste divisie.

„Promotie is leuk, maar ook stressvol”, zegt technisch manager Peter Hofstede. „Als je na vijf minuten al met 1-0 achter staat bij Vitesse, zit je niet ontspannen. Het punt van vandaag voelt dan ook als drie punten.”

Puntengebrek of niet: de sfeer is nog altijd goed, stelt Hofstede. „Wij hebben afgesproken om niet in paniek te raken. Jan heeft ook een bepaalde rust over zich heen, dat brengt hij weer over op de club. Het blijft alleen wel de vraag hoe lang supporters genoegen nemen met hard werken als resultaten uitblijven.”

De trainer zelf maakt een kalme indruk. Toen een verslaggever van NOS hem onlangs zei dat het zomaar tot de winterstop zou kunnen duren dat De Graafschap een duel zou winnen, zei Vreman: „Dat is dan jouw mening.”

Het leek bits, maar zo had Vreman het niet bedoeld. Het was meer dat hij er niks meer aan had toe te voegen. Assistent Roelofsen: „In de voetbalwereld tref je veel mensen die iets willen zijn wat ze eigenlijk niet zijn, maar Jan heeft daar geen last van. Het zou een schok zijn als hij hier ooit vertrekt.”

    • Fabian van der Poll