Relatie met Frankrijk op scherp

Volgens Franse bronnen is een deal in de maak over huwelijksportretten, eigenaar zou daarmee akkoord zijn.

De diplomatieke wrijving tussen Nederland en Frankrijk is afgelopen weekend verder toegenomen na een gesprek, zaterdag, over de verkoop van Rembrandts twee huwelijksportretten. Terwijl volgens Franse bronnen de Nederlandse minister Jet Bussemaker (PvdA) telefonisch aan haar Franse collega Pellerin heeft laten weten akkoord te gaan met een gezamenlijke aankoop van de doeken door het Louvre en het Rijksmuseum, ontkent de woordvoerder van Bussemaker dat er een akkoord is.

De huidige eigenaar van de schilderijen, de baron Éric de Rothschild, zou zaterdag telefonisch tegenover Bussemaker hebben ingestemd met deze oplossing. Hij is de afgelopen week zwaar onder druk gezet door de Franse autoriteiten om het Franse plan, waarin de doeken om en om samen in Parijs en Amsterdam te zien zijn, de voorkeur te geven boven afspraken met het Rijksmuseum. Dat blijkt uit correspondentie die in bezit is van deze krant.

Vorige week lieten Bussemaker en directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum weten samen de doeken naar Nederland te willen halen. Overrompeld door wat gezien wordt als een diplomatieke belediging, herinnerden de Fransen donderdag aan in juli gemaakte „afspraken”. De Franse minister, die onder vuur ligt omdat ze heeft ingestemd met een exportvergunning, bleek dankzij een gift van de Franse centrale bank 80 miljoen euro voor een van de doeken te hebben.

„Ik ben ervan overtuigd dat deze oplossing aansluit bij de grote traditie van engagement van de familie De Rothschild ten gunste van het Franse en Europese erfgoed, en in het bijzonder van de collecties van het Louvre”, schreef Pellerin afgelopen week in een brief aan De Rothschild. Het doek dat het Louvre, in overleg met het Rijksmuseum, uitkiest zal „zo snel mogelijk” door de Franse nationaal-erfgoedcommissie als „object van groot patrimoniaal belang” bestempeld worden, schrijft ze.

De rijke bankiersfamilie is niet alleen nauw verbonden met de Franse macht, maar is ook al jaren een belangrijke donateur van het Louvre. Toen ze in 2013 besloot de doeken van de hand te doen, is eerst geprobeerd met het Louvre overeenstemming te vinden. Nadat het museum in Parijs de gevraagde 160 miljoen euro niet bleek te hebben, gaf het Franse ministerie van Cultuur een exportvergunning af. Als dat begin dit jaar tot ophef leidt, benaderen de Fransen Bussemaker, die welwillend tegenover het plan staat om de schilderijen te delen.

‘Expositie voor Europees publiek’

Om dat te bevestigen, schrijven de twee ministers op 14 juli aan De Rothschild dat ze de doeken samen willen om zo „hun permanente tentoonstelling aan het Europese publiek te garanderen”. Zij refereren aan eerdere gesprekken van de familie met het Louvre en het Rijksmuseum, maar „er is een andere mogelijkheid” die „zeer gunstig zou zijn voor de nationale collecties van onze beide landen”.

De reactie van De Rothschild is eerst tweeslachtig. Op 24 juli schrijft hij terug dat hij al afspraken heeft met het Rijksmuseum over de verkoop van beide doeken. Dit akkoord „neemt de vorm aan van een verkoopbelofte” mits het Rijksmuseum erin slaagt binnen de afgesproken termijn (eind dit jaar) het geld bij elkaar te krijgen.

Maar zijn familie „heeft geen bezwaar” tegen de door de ministers voorgestelde regeling, zolang dezelfde prijs en hetzelfde tijdschema blijven gelden. Hij vraagt hun ambtelijke staf contact op te nemen met zijn medewerkers om de zaak uit te werken.

Voor Bussemaker is een „nieuwe situatie” ontstaan nadat de fractieleiders uit de Tweede Kamer door Pijbes en D66-voorman Pechtold geënthousiasmeerd zijn. Tijdens een gesprek in Parijs op 10 september brengt Pellerin het onderwerp meteen ter sprake. Bussemaker had toen nog niet de benodigde 80 miljoen euro bij elkaar.

Pas nadat Pijbes in de pers de „terugkeer” van de Rembrandts heeft aangekondigd, belt Bussemaker dinsdag met Pellerin. De schilderijen, waar de Fransen aanvankelijk geen belangstelling voor hadden, zijn een erekwestie geworden. „Wie de Fransen kent, weet dat zij zich niet door een ander land de les laten lezen”, zegt een kenner van het dossier. „Het Rijks mag van geluk spreken als het een van de doeken krijgt”, zegt een ander.

    • Peter Vermaas