Column

Of Nederlanders ook van ideeën houden

Intellectueel Frankrijk is in rep en roer, sinds Michel Onfray, Alain Finkielkraut en enkele andere, niet tot de rechtse traditie behorende denkers begonnen zijn op te roepen tot de verdediging van de Franse identiteit. U speelt het spel van het Front National, roepen critici verontwaardigd, en ze beschuldigen genoemden ervan stiekem extreemrechts gedachtengoed te pousseren. Dat wordt heftig ontkend, maar de leider van het Front National, Marine Le Pen, is niet te beroerd om olie op het vuur te gooien en warme woorden te wijden aan de denkers op links die, zegt zij, de thesen van haar beweging ondersteunen.

Toevallig staat er een groot essay over het intellectuele klimaat in Frankrijk in de belangstelling, van de op Mauritius geboren historicus Sudhir Hazareesingh. ‘How the French think’ heet het, en in Franse vertaling iets vleiender ‘Ce pays qui aime les idées’. Hazareesinghs centrale stelling is dat Franse intellectuelen hun universele invloed zijn kwijtgeraakt en steeds angstiger reageren op de uitdagingen van de grote wereld – wat, lijkt me, nog staat te bezien.

Maar hij heeft ongetwijfeld gelijk met zijn constatering dat Franse denkers sedert Descartes problemen graag als een radicale tegenstelling tussen twee mogelijkheden presenteren: republiek of theocratie, vooruitgang of reactie, rede of obscurantisme, etcetera. Links-rechts is ook zo’n dichotomie en overlopen naar de andere zijde is intellectueel verraad.

In Nederland kennen wij dat eigenlijk niet. Of de veel gesmade ‘linkse kerk’ bij ons bestaat of bestaan heeft, is de vraag. De term impliceert een soort samenzwering, maar het vanaf de jaren zestig bestaande vooruitgangs- en vrijheidsgeloof was eerder een door verschillende groepen en richtingen gedragen gevoel – en zeker niet alleen op links.

Er bestaat echter in Nederland zeker geen ‘rechtse kerk’. Anders dan in Frankrijk, waar het Front National op de schouders van een extreemrechtse traditie staat, kennen wij eigenlijk geen rechtse intellectuele en politieke continuïteit. Er is geen consistente lijn van verzet tegen Thorbeckes liberale grondwet van 1848, naar doctrinair antisemitisme, naar enthousiaste collaboratie tijdens de Duitse bezetting, naar aanslagen in Nederland om de Indonesische onafhankelijkheid tegen te houden, naar actuele xenofobie. Sommige van die dingen zijn er wel geweest, maar niet als uitdrukking van een coherent gedachtengoed.

Het kan nog komen natuurlijk. In het tv-programma Buitenhof kon een emeritus hoogleraar politieke wetenschappen dit weekeinde ongestraft beweren dat ‘rassen’ wel degelijk een relevante categorie zijn in het publieke debat.

En de petitie van GeenPeil voor een referendum over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne lijkt de eindstreep te hebben gehaald. Bij dat laatste valt voornamelijk op hoezeer het initiatief onder valse vlag vaart – het gaat niet zozeer om dat verdrag maar, in de woorden van de initiatiefnemers, om „meer democratie”. Voorshands is er dus geen enkele reden om te beweren, dat ook Nederlanders van ideeën houden.