Meer doden bij VN-vredesmissies? Nee, juist veel minder

In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, zijn VN-vredesmissies tegenwoordig niet gevaarlijker dan voorheen. Volgens een rapport van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) is het aantal dodelijke slachtoffers onder VN-personeel bij vredesmissies de voorbije 25 jaar sterk gedaald.

Soldaten uit Bangladesh komen aan bij de basis van de VN-vredesmissie in Oost-Mali. Foto AP/ Marco Dormino

In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, zijn VN-vredesmissies tegenwoordig niet gevaarlijker dan voorheen. Volgens een rapport van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) is het aantal dodelijke slachtoffers onder VN-personeel bij vredesmissies de voorbije 25 jaar sterk gedaald.

Het aantal doden daalt al sinds de jaren negentig. Sinds 2006 en 2007 is de daling nog sterker. Waar in de periode 1990 tot 2005 gemiddeld anderhalve soldaat op duizend soldaten sneuvelde, is dat sinds 2008 gemiddeld één op de duizend.

Het SIPRI-rapport toont verder aan dat er geen verband bestaat tussen de reikwijdte van het VN-mandaat en het aantal doden onder blauwhelmen. Met andere woorden: hoe ver VN-soldaten mogen gaan in de strijd tegen rebellen, heeft geen invloed op het aantal dodelijke slachtoffers onder blauwhelmen. In 2013 mochten VN-soldaten in Oost-Congo voor het eerst het vuur openen op rebellen.

Sociale media

Volgens het rapport is de positieve trend de afgelopen jaren grotendeels genegeerd, omdat incidenten door sociale media zichtbaarder zijn geworden. “Westerse landen gebruiken dat om hun minimale bijdrage aan VN-vredesmissies te rechtvaardigen”, zegt SIPRI-onderzoeker Jaïr van der Lijn:

“Hopelijk zorgt het wegnemen van foute aannames over het aantal doden ervoor dat landen toeschietelijker worden.”

Sinds de oprichting van de VN in 1945 zijn ruim 3.300 blauwhelmen omgekomen. De vredesoperatie in Mali, die sinds het midden van 2013 gaande is, is een van de dodelijkste missies.