Liederen George Benjamin van grote schoonheid

Er bestaat zoiets als de weemoed van het gelijk: je hebt hoge verwachtingen en die worden kalmpjes ingelost. Zoals bij de wereldpremière van George Benjamins zesdelige orkestliederencyclus Dream of the song. Geschreven voor het Koninklijk Concertgebouworkest, gedirigeerd door de componist, bleek Dream of the song zoals verwacht volmaakt gestructureerde muziek van grote schoonheid, lichtvoetig en diepzinnig, afwisselend en bedachtzaam.

Benjamin componeerde Dream of the song voor countertenor Bejun Mehta, die in 2012 bijdroeg aan het grote succes van Benjamins opera Written on skin. Van het virtuoze poëticale openingslied tot de afsluitende ode aan de dageraad zaten de vloeiende melodielijnen Mehta’s bronzen geluid als gegoten. Als tekst koos Benjamin fascinerende elfde-eeuwse Hebreeuwse poëzie uit Andalusië, in Engelse vertaling; een vrouwenkoor zorgde voor reliëf met in het Spaans gezongen regels van García Lorca.

Benjamin bezit een manische klankkleurgave. Hij liet het tot strijkers, hobo's, hoorns, harpen en slagwerk gereduceerde orkest mysterieus zilverig klinken, met nu en dan een goed geplaatste hoornstoot of klaaglijke hobomelodie. De wisselwerking tussen stem, koor en instrumenten deed denken aan het spel van zonlicht op water, met vissen vlak onder de oppervlakte: nu eens wist je precies wat je hoorde, dan vloeiden de klanken weer subtiel en onnavolgbaar samen.

    • Joep Stapel