Janneke Vreugdenhil. Nopi

Iemand met een bloedneus zou het designconcept serieus onderuit halen.” Aldus Guardian-recensent Jay Rayner over het interieur van Yotam Ottolenghi’s restaurant Nopi. Glanzende witmarmeren vloer, wanden met witte tegels, met witte stof beklede stoelen en vooral veel, heel veel glimmend koper.

Ottolenghi wilde met zijn eerste formele restaurant – zijn overige drie zaken zijn officieel traiteurs waar je ook kunt eten – iets anders neerzetten. Niet alleen qua interieur, maar ook in de keuken. Ramael Scully, de chef van Nopi, heeft een Aziatische achtergrond en dat is terug te zien op de menukaart.

In zijn recensie concludeerde Rayner dat al dat blingbling en al die nieuwigheid niet zo veel toevoegde. Dat klinkt negatief, maar je zou het ook kunnen lezen als verkapt compliment. „Als je al van Ottolenghi’s kookstijl houdt”, schrijft hij, „vind je daar geen betere versie van bij Nopi.” Een bevestiging van de oude boerenwijsheid ‘never change a winning team’.

Onlangs, vier jaar na opening van het restaurant, verscheen het kookboek Nopi. Het ziet er al even chic uit als zijn naamgever: strakke crèmewitte cover met een vergulde snede, op de foto’s kunstig opgemaakte restaurantbordjes, ingrediëntenlijsten om even zachtjes bij te zuchten en lange lappen recepttekst.

Waren Ottolenghi’s recepten altijd al een uitdaging voor de haastige doordeweekse koks, dit is echt een weekendkookboek. En je moet bovendien houden van wat wij ergens in de jaren 90 van de vorige eeuw fusion noemden.

In een aantal gerechten is het alsof de keukens van het Midden-Oosten en van Azië een spelletje Twister met elkaar spelen. Hoewel zoiets kan resulteren in een fantastisch staaltje balanceerkunst, is er maar een verkeerde move nodig om alles in elkaar te laten donderen. Bij tomaten met wasabi-mascarpone en pijnboompitten trek ik persoonlijk toch echt een grens. Dat is geen gerecht maar een designconcept. Het soort waar je spontaan een bloedneus van krijgt.

Nopi is een boek voor wie het ‘gewone’ Ottolenghirepertoire – de quinoasalades, de auberginepuree’s, de kruidige lamsschotels – inmiddels kan dromen en toe is aan een nieuwe uitdaging. Het is, om met Jay Rayner te spreken, geen betere versie van Ottolenghi. Het is Ottolenghi met blingbling. De komende dagen krijgt u van mij een aantal van de wat kortere recepten uit het boek.

    • Janneke Vreugdenhil