Iran eist excuses Saoediërs na hadj

De spanningen tussen Iran en Saoedi-Arabië lopen hoog op na de 2.411 doden die tijdens de hadj vielen.

Iraanse politieagenten botsten vrijdagmet betogers tijdens een demonstratie voor de Saoedische ambassade in Teheran. De betogers lieten hun woede blijken over de vele Iraanse doden tijdens de hadj. Foto Reuters

De tragedie bij de bedevaart naar Mekka vorige week, waarbij ruim 2.400 pelgrims werden doodgedrukt, leidt tot een hoogoplopend conflict tussen Iran en Saoedi-Arabië. Iran geeft de Saoedische regering de schuld van het drama, eist een onderzoek en excuses, en dreigt met rechtszaken vanwege deze „misdaden”.

Dat Iran zo hard uithaalt naar Saoedi-Arabië, is niet zonder reden. Het drama kostte aan zeker 450 Iraanse pelgrims het leven. Nog eens 300 andere Iraniërs zijn vermist, onder wie de oud-ambassadeur in Libanon. Vier dagen na de ramp gaat de Iraanse regering ervan uit dat ze zijn overleden.

Maar Iran gebruikt het drama ook om het Saoedische koningshuis aan te vallen op zijn zwakste plek en zijn grootste blijk van religieuze legitimiteit: de organisatie van de jaarlijkse hadj. De kritiek voedt de animositeit tussen beide landen, die in de hele regio conflicten aanwakkert.

Een hele reeks Iraanse leiders uitte de afgelopen dagen harde kritiek op Saoedi-Arabië. Ayatollah Mohammad Emami Kashani, die in Teheran het vrijdaggebed leidde, zei dat het koningshuis „niet in staat” is om de hadj in goede banen te leiden. De organisatie van de bedevaart moet volgens hem worden overgedragen aan andere islamitische landen.

Zaterdag voegde de Iraanse openbaar aanklager Sayed Ibrahim Raisi zich bij het koor van critici. Hij zei dat Iran overweegt het Saoedische koningshuis aan te klagen bij „internationale tribunalen” voor zijn „misdaden”. Dit lijkt echter een loos dreigement, want Iran erkent bijvoorbeeld het Internationaal Strafhof niet.

De Iraanse president Hassan Rohani gebruikte zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN zaterdag om een onderzoek te eisen naar de toedracht van de „hartverscheurende” tragedie. En een dag later eiste de Opperste Leider van Iran, ayatollah Ali Khamenei, dat de Saoediërs „stoppen met vingerwijzen en hun excuses aanbieden aan de moslims en de familie van de slachtoffers.”

Saoedi-Arabië wijst alle kritiek op de organisatie van de hand als een lastercampagne. De Saoedische minister van Volksgezondheid gaf de schuld vorige week aan Afrikaanse pelgrims, die de instructies van de politie zouden hebben genegeerd – iets wat door Nigeria resoluut is ontkend.

De Saoedische minister van Buitenlandse Zaken Adel Al-Jubeir, ook in New York voor de Algemene Vergadering, reageerde zaterdag kribbig op de toespraak van Rohani. „De Iraniërs zouden beter moeten weten dan politiek te bedrijven met de tragedie die mensen is overkomen terwijl ze hun heiligste religieuze plicht verrichtten, namelijk de bedevaart.”

Het is niet de eerste keer dat de hadj leidt tot spanningen tussen Iran en Saoedi-Arabië. Na de Islamitische Revolutie greep ayatollah Ruhollah Khomeini de hadj aan voor een confrontatie. Op de achtergrond speelde de Iraakse invasie in Iran, die door Saoedi-Arabië werd gesteund.

In 1981 droegen Iraanse pelgrims posters mee van de Opperste Leider en riepen leuzen tegen de Verenigde Staten. Dit leidde tot botsingen tussen betogers en de politie, waarbij tal van gewonden vielen en honderden mensen werden gearresteerd.

Uit vrees dat incidenten zijn autoriteit in de islamitische wereld zouden aantasten, stond Saoedi-Arabië in het vervolg toe dat Iraanse pelgrims tijdens de hadj bijeenkomsten hielden om hun revolutie uit te dragen. Dit ging een aantal jaren goed. Maar in 1987 liep de betoging uit op straatgevechten tussen de politie en betogers, waarbij ruim 400 doden vielen.

Iran was woedend en riep de islamitische wereld op Mekka uit de „klauwen van de familie Saud te bevrijden”. Dit kreeg door het internationale isolement van Iran echter weinig gehoor kreeg. Daarop besloot het land de hadj enkele jaren te boycotten.

Zo ver lijkt Iran nu nog niet te willen gaan. Maar de oplopende spanningen komen op een precair moment. Want in het kielzog van de vluchtelingencrisis wordt er opnieuw aangedrongen op een diplomatieke oplossing voor de oorlog in Syrië. En daarbij spelen Iran en Saoedi-Arabië, steunpilaren van respectievelijk president Assad en de Syrische rebellen, een cruciale rol.

    • Toon Beemsterboer