Hoe Columbine de berichtgeving over alle schietpartijen op scholen vormde

Nabestaanden en overlevenden herdenken de schietpartij op Columbine High School, op een archieffoto uit 2004. Foto EPA / Gary Caskey

Het was niet de eerste, en zeker ook niet de laatste schietpartij op een Amerikaanse middelbare school. Toch staat de naam ‘Columbine’ ruim zestien jaar nadien nog altijd symbool voor vergelijkbare bloedbaden. De schietpartij in Colorado schiep de bril waardoor media school shootings bekijken.

Meteen na de schietpartij, waarbij twaalf scholieren, een docent en beide daders om het leven kwamen, werd de schuld neergelegd bij eenzame eenlingen. De daders – Eric Harris en Dylan Klebold – zouden gepeste tieners zijn die met een bloedbad wraak wilden nemen op de klasgenootjes door wie ze werden gepest.

‘Daders waren geen eenlingen’

Maar Dylan en Eric – ten tijde van de schietpartij 17 en 18 jaar oud – waren helemaal geen miskende einzelgängers, zo stelt auteur Dave Cullen in een korte documentaire van The New York Times. Cullen deed meer dan tien jaar onderzoek naar de schietpartij en de daders. Op basis daarvan schreef hij een boek over Columbine. Hij zegt:

“De daders waren geen eenlingen, maar jongens met een druk sociaal leven. En natuurlijk werd er op Columbine gepest, want het is tenslotte een middelbare school. Maar heeft dat Eric en Dylan aangezet tot hun daad? Ik heb daarvoor geen enkel bewijs kunnen vinden.”

‘Een troostende en gemakkelijke verklaring’

Hoe kan het dan dat media voor die insteek kozen en zestien jaar later de schietpartij op Columbine High School nog steeds zien als een wraakactie? Volgens Cullen uit gemak en geruststelling:

“Gruwelijkheden zoals Columbine beangstigen ons en dus willen we een verklaring hebben. Dus zelfs als er geen verklaring is, dan vinden we er wel één. En die vinden we dan te vaak.”

Bovendien is het beeld van de gepeste eenling die wraak neemt een uiterst bruikbare verklaring, of hij nou juist is of niet. Want die verklaring is voor kijkers zowel herkenbaar als dramatisch. “Degelijke misplaatste opvattingen over de schietpartij op Columbine beïnvloeden ons nog steeds”, zo constateert hoogleraar forensische psychologie Dewey Cornell.

    • Joost Pijpker