Het wil niet stormen in de ziel van Eline

In de bewerking en regie van Ger Thijs is er opnieuw een roman van Louis Couperus op het toneel te zien: 'Eline Vere'.

Hanne Arendzen in de titelrol van ‘Eline Vere’ Foto Ben van Duin

Gegrepen door de muziek staat Eline Vere tijdens het concert op voor de bariton, die ze mateloos bewondert. Maar gaan staan is niet hoe het hoort. Het is in de voorstelling de eerste aanwijzing dat Eline gevoelig en onaangepast kan zijn. De tuttige dames om haar heen fluisteren misprijzend over haar gedrag.

In essentie draait de roman die Louis Couperus in 1888 schreef om de ongemakkelijkheid, de melancholie en de overspannen zenuwen van zijn protagoniste. Het naturalisme en sensitivisme waren in de mode en de jonge Couperus schiep op zijn beurt een prachtig, psychoanalytisch portret van een vrouw die ten ondergaat aan de emoties bij haar simpele verlangen voor zichzelf op te komen.

Eline Vere voelt zich beklemd in haar steile Haagse milieu, dat strakke voorschriften hanteert en nauwelijks marges voor ontplooiing van vrouwen toelaat. „Van Den Haag word ik slaperig”, zegt haar joyeuze neef Vincent. Als ze eindelijk een man kiest, is ze hem al snel zat. Ze breekt de verloving af en keert ook haar zus de rug toe.

Haar vrijgevochten tante in Brussel biedt Eline reizen naar Frankrijk en Spanje en dus nieuwe vergezichten. Het bevredigt haar niet. Verrassenderwijs laat ze zich inpalmen door een stijve Amerikaan, die zich laat dunkend uitlaat over de artiesten waar tante zich mee omringt en haar herinnert aan haar status als Haagse dame.

In de bewerking die regisseur Ger Thijs van de roman maakte, zijn vierde Couperus-adaptatie al weer, is van de psychologische neergang die Eline in de roman doormaakt weinig te zien. Haar toestand wordt keurig benoemd, maar geen moment word je meegenomen in de kwellingen die Eline ervaart. Thijs laat haar niet verinnerlijken, waardoor er geen strijd ontstaat tussen wat ze denkt en zegt.

Het is aan anderen om haar overgevoelig en aansteller te noemen of te beweren dat het stormt in haar verscheurde ziel. Soms heeft Eline „zin om een dolle streek te doen” en ze klaagt over het „doelloze, nutteloze bestaan”. Otto, haar verloofde, verwijt ze zijn kalmte en gebrek aan passie. Maar haar eigen passie en verscheurdheid blijven op afstand.

Een fijnzinnige, veeleisende hoofdrolrol als Eline Vere lijkt nog iets te veel gevraagd van de jonge actrice Hanne Arendzen. Het turbulente gevoelslevens van Eline vraagt om meer schakeringen en kleuren dan Arendzen laat zien. Het ontbreekt haar Eline aan persoonlijkheid. Dat maakt dat de hoofdpersoon je gaandeweg onaangedaan laat.

Pas in haar sterfscène mag Eline van bewerker en regisseur Thijs haar hart luchten en van haar verzenuwde toestand blijk geven. Die overgang is bruusk en komt te laat om nog te overtuigen.

Tegenover het gat in het hart van deze voorstelling is het betrekkelijk makkelijk scoren voor enkele stevige bijrollen. Vrolijkheid is beter verankerd in deze voorstelling dan weemoed. Nettie Blanken leeft zich uit als een verrukkelijke, dwarse tante en Vincent Croiset kan ongegeneerd zijn gang gaan als klaploper van een neef. Zijn vrijheid en eigenzinnigheid laten Eline zien wat ze mist. De suggestie dat neef en nicht zich wellicht tot elkaar aangetrokken voelen is evident, maar wordt toch nog maar eens hardop uitgesproken.

Met muziek en geluidseffecten wordt getracht de sfeer te creëren die niet kan worden bereikt met de simpele panelen die als armetierig decor dienen. Ook de taal van Couperus brengt die sfeer niet. Personages krijgen hun „congé”, worden „verwittigd”, maar het plezier in de woorden ontbreekt bij de acteurs. Het is ook een raadsel waarom zij zenders dragen, maar toch hun dialogen grotendeels luidkeels declameren. Van gevoel voor subtiliteit moet deze Eline Vere het niet hebben.

    • Ron Rijghard