Het verhaal doet er in feite niet zo veel toe

Schrijvers zijn niet noodzakelijkerwijs de beste critici van hun eigen werk. John Cheever (1912-1982) noemde zijn tweede roman, The Wapshot Scandal (1964), een ‘mislukking’ en zelfs een ‘afschuwelijke misdaad’. Hij had ongelijk, zoals we eens te meer kunnen vaststellen nu de vertaling van de roman is verschenen.

De Wapshots kennen we nog uit het met de National Book Award bekroonde Kroniek van de familie Wapshot, uit 1957. Zeven jaar later volgde de tweede roman over deze excentrieke familie uit het dorp St. Botolphs. Kroniek had nog een sprookjesachtig karakter, in Schandaal in de familie Wapshot worden de nostalgisch bekeken zekerheden van het verleden afgezet tegen de vervreemding van de moderne tijd.

De twee broers, Coverly en Moses, zijn allebei getrouwd en hebben St. Botolphs verlaten. Ze moeten zich nu in de wereld redden zonder de beschermende schil van St. Botolphs en zonder de financiële hulp van tante Honora. Dat valt niet mee, verwonderd lopen ze met hun echtgenotes rond in de absurde wereld waarin Cheever ze plaatst, en die ze niet de baas kunnen.

Toch is Schandaal in de familie geen somber boek, integendeel, het is een boek waar je bijzonder vrolijk van kunt worden. Net als zijn verhalen worden Cheevers romans gekenmerkt door een enorme levenslust, een vitaliteit tegen de klippen op. Die vitaliteit zit ’m in de ‘onthutsende schoonheid’ van de wereld, die zich ondanks al het ongeluk niet laat ontkennen, en de epifanieën die de personages soms opeens beleven, als donderslagen bij heldere hemel, onverklaarbaar, onverdiend – net als de tegenslagen waarmee ze worden geconfronteerd.

Schandaal is een rijk boek. Onverwachte verwikkelingen, kleurrijke bijfiguren, het kan niet op. Cheever is een schrijver die uitdeelt van zijn rijkdom. Het verhaal doet er in feite niet zo veel toe, het gaat om het universum dat hij virtuoos oproept. Hij kan zich met de beste wil van de wereld niet beperken tot de belevenissen van zijn hoofdpersonen – daarvoor zijn het leven en de wereld te rijk.

Je verveelt je geen moment, omdat Cheever zijn lezers (en zichzelf) niet wil vervelen, en het verhaal alle kanten op laat zwenken. Zijpaden worden hoofdwegen, ogenschijnlijk normale verwikkelingen lopen uit op krankzinnige slapstick. Om geloofwaardigheid geeft Cheever niet veel, en alleen dat al zorgt voor een bevrijdende leeservaring.

Cheever neemt zijn lezers niet bij de hand, hij gaat ze voor, als een schaatser over steeds dunner wordend ijs, en hij roept voortdurend over zijn schouder: kijk hier eens! Nee, en dit dan! Is het niet ongelooflijk? Je houdt je hart vast, maar als je bereid bent hem te volgen, staat je een geweldige leeservaring te wachten. Het ijs kraakt, maar we komen allemaal droog thuis.

    • Rob van Essen