Het aaibare landschap

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Schrijfster

Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

foto ilona verhoeven

Het bos kan zo licht zijn en zacht. Een open schoot. Het gras is een heerlijke vacht. Als een hoogpolig tapijt draagt het de boomwortels. De vederlichte omranding van bomen maakt het bos haast onzichtbaar. De bomen dringen zich er niet op, de bomen omarmen.

Welkom in het aaibare landschap, een vreemde plek die zich ontrolt in het grensgebied van mens en dier.

Van hoog boven klinkt de roep van ganzen. Een V-formatie. Ze gaan. Ze komen wel weer terug.

Op de grond heerst een geluidloze kou, in warme broekzakken tikken vingers als takken de maat. Stap voor stap voor stap. Een spin suist langs op de wind. Het kaalgeworden bos verdwijnt stilletjes in zichzelf.

Aan de ingang van een gat in de grond dat god-mag-weten-waar eindigt, ligt een verse snoek, klaar voor consumptie. Helder water parelt op harde schubben. Twee gevloerde muizen ernaast, het toetje. De makkelijke kok, hij eet alles rauw, heeft zich verdekt opgesteld.

Verrast is de wandelaar, de onrustige jager op zichzelf. Beweegt daar iets? Het zijn de bomen maar, gracieus als prinsessen te paard.