Haal de oorlog er maar weer bij (dat mag best)

Waarom niet naar de Holocaust wijzen bij gebeurtenissen van nu? Ronald Leopold vindt dat die pijnlijke vergelijking soms nodig is om echt van de geschiedenis te leren.

Illustratie Roel Venderbosch

Zijn vergelijkingen met het verleden zinvol om de eigen tijd beter te begrijpen? Het is een vraag waar historici en leken zich al eeuwenlang mee bezighouden. Het is ook een vraag die tegenwoordig vaak teruggrijpt op de Tweede Wereldoorlog en meer in het bijzonder de Jodenvervolging. En daar beginnen de problemen.

Toen de Oostenrijkse bondskanselier Werner Faymann onlangs in een interview verklaarde dat het Hongaarse vluchtelingenbeleid hem deed denken aan de donkerste perioden uit de Europese geschiedenis (lees: de jaren dertig en de Holocaust) waren de rapen gaar. Vriend en vijand, de Hongaarse regering uiteraard voorop, vielen over hem heen en wezen op de onvergelijkbare omstandigheden van toen en nu.

Iets dergelijks zagen we na de beschuldiging van het PvdA-Kamerlid Jan Vos aan het adres van PVV-fractieleider Geert Wilders, dat diens slotwoord tijdens de algemene beschouwingen kenmerken vertoonde van fascistoïde leiderschap. Een televisieverslaggever probeerde Vos na afloop uit de tent te lokken door op suggestieve toon te vragen of ‘we weer richting de NSB gaan’.

Het zijn slechts twee voorbeelden van het kennelijke taboe om vergelijkingen met de jaren dertig, de oorlog en de Holocaust te trekken. Dat taboe heeft met twee factoren te maken. Enerzijds is het een reactie op de overdaad aan die vergelijkingen in vooral de zeventiger en tachtiger jaren. Te pas en vooral te onpas werden oorlog en Holocaust van stal gehaald om te waarschuwen tegen bepaalde politieke en maatschappelijke ontwikkelingen.

Ook de Anne Frank Stichting heeft zich toen niet altijd kunnen losmaken van die tijdgeest. Wie herinnert zich niet Hans Janmaat en zijn Centrumpartij als opmaat voor een nieuw Auschwitz? Anderzijds wordt het taboe geschraagd door vakhistorici. Zij worden niet moe te verklaren dat de geschiedenis zich vooral lijkt te herhalen in de ogen van degenen die er geen verstand van hebben.

Het kost niet veel moeite om beide kanten na te voelen. De verschillen tussen toen en nu zijn vaak groter dan de overeenkomsten, en iedereen die de jaren zeventig en tachtig heeft meegemaakt zal het vaak buitenproportionele karakter van de vergelijkingen uit die tijd herkennen.

We zijn doorgeschoten

Maar zijn we niet doorgeschoten in onze terughoudendheid de jaren dertig en veertig als vergelijkend perspectief te hanteren? Hoe verhoudt die terughoudendheid zich bijvoorbeeld tot het educatieve belang van ‘het leren van de oorlog’, dat breed gedeeld en gestimuleerd wordt? Waarom zouden we moeten leren van een periode als die vooral verschilt van de eigen tijd?

Het antwoord is simpel: omdat we te maken hebben met mensenwerk, met patronen in ons denken en handelen die niet uniek zijn voor de jaren dertig en niet uniek zijn voor nu. Ze manifesteren zich in de taal en het gedrag van individuen, van groepen individuen en uiteindelijk ook in politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Ze gaan over identiteitsvragen, over het beeld dat we van onszelf en van anderen vormen en de vooroordelen en stereotypen die daarbij een rol spelen, over de neiging om in groepen te denken.

Bij het leren van de oorlog gaat het niet om een analogie in historische uitingsvormen, althans niet in eerste instantie, maar om het simpele besef dat in alle eenvoud zo overtuigend is verwoord door de Italiaanse schrijver en Holocaustoverlevende Primo Levi: „Het is gebeurd en dus kan het weer gebeuren.”

Het dwingt ons na te denken over de vraag waarom ogenschijnlijk gewone mensen in beschaafde landen in het hart van Europa tot verschrikkelijke dingen in staat zijn geweest.

Die vraag dringt zich ook op in het Anne Frank Huis. Het huis is meer dan een venster waardoor we naar de geschiedenis van de Jodenvervolging en de Holocaust kijken; het is ook een spiegel waarin we onszelf aanschouwen.

Laten we daarom niet meteen in een kramp schieten als er een vergelijking met de oorlog of de Holocaust wordt gemaakt. Weinig andere periodes in de geschiedenis confronteren ons zo nadrukkelijk met wie wij zijn, met de keuzes die we in ons leven maken en de gevolgen daarvan voor onszelf en voor anderen.

Die vergelijking is soms pijnlijk, maar ook noodzakelijk als we echt iets van de geschiedenis willen leren.

    • Ronald Leopold