Column

De vrije jongens van het cabaret vangen wel degelijk subsidie

Zelfs op video zag het Theatergala er eerder deze maand feestelijk en stijlvol uit. Tafeltjes met de eregasten op het podium van de Stadsschouwburg Amsterdam en Maarten Heijmans als snedige presentator. André van Duin stal de show door met verhaspelingen en verkeerde klemtonen te spotten met de dikdoenerige woordkeuze in de juryrapporten.

Bij het uitreiken van de VSCD Cabaretprijzen in café Schiller een week eerder stond de spreker bij de bar, terwijl genodigden en cafégangers gewoon door elkaar liepen. Het was feestelijk noch stijlvol, maar het cabaret heeft grotere problemen dan een gepast gala.

In zijn state-of-the-art sprak jurylid Harry Kies, die dertig jaar een belangrijke cabaretimpresario was, zich uit over de stagnerende aanwas van talent. Buurthuizen en jongerencentra zijn wegbezuinigd en bieden niet meer de kans aan jongeren om zich in cabaret te bekwamen. Kleine zalen van theaters hebben die laboratoriumfunctie overgenomen. Daar gaat veel mis: podia zijn geneigd goedkoop te kiezen en „willekeurig te programmeren”. Het publiek is de dupe. Dat verliest het vertrouwen in jonge cabaretiers.

Kies pleit voor een „praktijkopleiding voor nieuwe cabaretiers, die drie programma’s zou kunnen of moeten duren”. „Er wordt veel aangemodderd”, licht hij telefonisch toe. „Er is geen geld voor een professionele regisseur, geen idee van techniek of het belang van licht.”

Het geld zou moeten komen van een op te richten fonds, betaald van „een miniem percentage van de recette” van gearriveerde cabaretiers. Het is tijd voor solidariteit. Dat is een andere lijn in zijn betoog: de vrije jongens van het cabaret worden wel degelijk gesubsidieerd en dat geld moet eerlijk worden verdeeld. Via de gemeentelijke steun aan theaters ontvangt het cabaret indirect miljoenen euro’s aan subsidie, aldus Kies.

Nu is Kies een man die, als je er naar vraagt, zich niet baseert op exacte cijfers, maar zich bij rekensommen baseert op zijn gevoel, op zijn ervaring en op gesprekken. Zijn bevindingen worden „onderschreven’ door de jury, zegt hij.

Neem het Parktheater in Eindhoven, stelde hij. De cijfers: 3 miljoen euro gemeentelijke subsidie, 500 voorstellingen per jaar. In de redenering van Kies c.s. is het simpel: dat maakt 6000 euro subsidie per voorstelling. De gedachtegang is betwistbaar, maar Kies wil graag een punt maken: beseffen Youp van ’t Hek, Claudia de Breij en Najib Amhali dat ze zoveel subsidie op één avond ontvangen? Beseffen de podia dat? Het is een wensdroom: dat makers en theaters hun verantwoordelijkheid nemen.