Concurreren met kattenfilmpjes

De Universiteit van Nederland brengt elke week een nieuwe hoogleraar en elke werkdag een nieuwe video.

Entomoloog Bart Knols tijdens een van zijn colleges voor de Universiteit van Nederland. Foto Onno Feringa

De formule is simpel: selecteer de beste, meest aansprekende, vlotste hoogleraren van Nederland. Laat ze elk vijf korte colleges van één kwartier geven, over verschillende onderwerpen uit hun vakgebied. Neem die colleges op met een enthousiast publiek erbij, op een mooie locatie, en zet de filmpjes gratis online. Elke week een nieuwe hoogleraar, elke werkdag een nieuw filmpje. Een soort TED-lezing voor de Nederlandse wetenschap.

Dat is de formule van de Universiteit van Nederland, bedacht door Alexander Klöpping en Marten Blankesteijn. Eind mei kregen zij hiervoor de Eurekaprijs 2015, een tweejaarlijkse prijs van NWO en KNAW voor wetenschapscommunicatie. Deze maand gaat het derde seizoen van start.

De onderwerpen bestrijken alles van sociaal tot harde bèta. Zomaar een greep uit recente colleges van vijf hoogleraren: kunnen we leven op Mars? Hoe heeft de computer de Sovjetunie verwoest? Mag je baas je salaris zomaar verlagen? Hoe levert onderzoek naar modder nieuwe medicijnen op? En waarom is wetenschap belangrijker dan nadenken over de zin van het leven?

Nachtclub

De hoogleraren praten met weidse armgebaren, spelen in op het publiek, geven praktijkvoorbeelden, laten animaties zien. En het publiek in nachtclub Air in Amsterdam vindt het prachtig. Er wordt veel gelachen en geapplaudisseerd.

„Dit is echt iets anders dan de online colleges van universiteiten”, zegt Roel Bellinga (23), directeur van de Universiteit van Nederland. Die zogeheten MOOCs (massive open online courses) zijn veel academischer, benadrukt hij: bedoeld voor studenten die zich verdiepen in een wetenschappelijke discipline. „Wij bieden juist een eerste kennismaking met een onderwerp, voor een veel breder publiek.” Daarnaast, zo vertelt hij, kun je de colleges qua vormgeving en snelheid ook zien als ‘edutainment’: leerzaam, maar ook vermakelijk. Vandaar ook het opvallende nachtclubdecor.

De colleges duren maar een kwartier. „Dat is vanwege het online karakter”, zegt Bellinga. „Laten we wel wezen: we concurreren met kattenfilmpjes op Facebook en Youtube. Wij proberen daarom op een gave locatie, met een mooi en boeiend beeld, een inhoudelijk interessant verhaal te vertellen.”

In de eerste twee jaar zijn de colleges online al miljoenen keren bekeken. Het Youtubekanaal heeft 40.000 volgers, de Facebookpagina 25.000 ‘likes’. „Het gáát maar door, echt overweldigend”, zegt Bellinga. Hijzelf, een inhoudelijk redacteur en een producer zijn de enige drie werknemers. Initiatiefnemers Klöpping en Blankesteijn denken mee als onbetaalde bestuurders. Een extern productiebedrijf zet de filmpjes in elkaar. De begroting bedraagt zo’n drie ton per jaar; de hoogleraren leveren hun bijdrage gratis.

„We draaien vooral op subsidie- en sponsorgelden”, vertelt Bellinga. Subsidie komt van een aantal universiteiten, sponsorbijdragen van grote bedrijven zoals Ziggo en ASML. Maar die hebben geen enkele invloed op welke hoogleraren er worden uitgenodigd, benadrukt Bellinga. De redactie werkt geheel onafhankelijk.

Ieder college wordt tot in de puntjes voorbereid. Dat begint al met de selectie van de hoogleraren. „De meesten benaderen we na tips, vooral van studenten”, vertelt hij. „Een fractie vinden we zelf, door te scouten op congressen, bij lezingen en in de media. We selecteren de sprekers ook op hoe ze overkomen. Ze moeten kennis begrijpelijk overbrengen en een zaal weten te boeien.”

Wat betreft die selectie heeft kijker Francisca Wals (25), filosofiestudent, wel een punt van kritiek: de huidige 61 hoogleraren zijn vooral blanke mannen. „Er zitten maar vijf vrouwen tussen”, zegt ze. „Minder dan 10 procent. Belachelijk. Natuurlijk, in Nederland is maar één op de acht hoogleraren vrouw, maar dan moet je daar niet nog eens onder gaan zitten.”

„Dat klopt”, reageert Bellinga, „maar let wel: dit weerspiegelt welke hoogleraren er door studenten worden aangedragen.” Toch gaat de Universiteit van Nederland hier het komend seizoen extra op letten. „We vragen nu bijvoorbeeld actief om tips via het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren.” 

De vijf meest bekeken colleges

Kitty Nijmeijer, hoogleraar membraantechnologie aan de Universiteit Twente, gaf college over de rol van membranen in ons lichaam en in industriële toepassingen. Ze is blij met de ervaring: „Het was bijzonder inspirerend en leerzaam. Het format dwingt je om zeer precies en scherp te formuleren.”

Ook de Wageningse entomoloog Bart Knols noemt dat als grootste winstpunt. Hij doceerde over muggen en hun rol in ziekteverspreiding. „Ik ratel nogal graag door”, zegt hij. „De redacteur pikte daar haarscherp dingen uit op waarvan ze zei: kun je dáár niet wat meer op ingaan, leg dit eens op een andere manier uit, of: ho, zo wordt het te complex. Daar werd het een stuk beter van.” Daar heeft hij nog steeds profijt van: „Je groeit ervan als je verhaal en je manier van presenteren eens kritisch worden doorgelicht. Ik geef nu makkelijker college, en tover ook sneller attributen tevoorschijn.”

Kijker Kathelijn van Stiphout (31) is enthousiast. Ze gebruikt de filmpjes bij haar werk als docent toegepaste psychologie aan de Hogeschool Leiden. „Bijvoorbeeld een college van Daniël Wigboldus over vooroordelen”, zegt ze. „Het filmpje zit zo goed in elkaar dat we als docenten niet gaan herhalen wat hij al vertelt.”

    • Nienke Beintema