Collega’s uit het buitenland, waar zijn die goed voor?

foto iStock

Wel of niet tijdens de lunch al beginnen over een zakendeal? Dat kan verschillen per cultuur. De afgelopen twintig jaar vestigden steeds meer buitenlandse bedrijven zich in Nederland. Al die internationale handel brengt vele internationale collega’s met zich mee:

Maar is het voor een bedrijf ook echt zinvoller om meer nationaliteiten in dienst te hebben?

Minder directe Engelsen
Mohammed Almarini (39), advocaat-partner voor het van oorsprong Amerikaanse advocatenkantoor Baker & McKenzie, werkt veel met buitenlandse collega’s. Hoewel het volgens hem vooral erg leuk is om met andere nationaliteiten samen te werken, zijn er een paar dingen waar je rekening mee moet houden. Zo leerde hij dat Engelse collega’s minder direct zijn dan Nederlandse. Almarini: „Als een Engelse collega tijdens een bespreking iets een „interessante gedachte” noemt, dan bedoelt hij dat we vooral iets anders moeten doen.”

„Of een groep collega’s met meerdere nationaliteiten goed functioneert, hangt af van heel veel verschillende factoren”, zegt Floor Rink. Zij werkt op de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Groningen en doet onderzoek naar groepsprocessen en diversiteit. Er zijn heel veel verschillende studies op dit gebied gedaan en die laten allemaal nogal uiteenlopende resultaten zien, zegt ze.

Een algemeen beeld dat uit de meeste onderzoeken naar voren komt is: diversiteit zorgt aan de ene kant voor meer innovatie, creativiteit en productiviteit. Maar maakt het aan de andere kant moeilijker voor collega’s om met elkaar om te gaan. Dat kan liggen aan een verschil in werksfeer: in Duitsland, Frankrijk en België is hiërarchie veel belangrijker dan in Nederland. In Nederland is juist meer plek voor privégevoelens, ontdekte de Radboud Universiteit.

Kwestie van wennen
Of die verschillen ook daadwerkelijk voor problemen zorgen is nog maar net de vraag, zegt Rink. Op het moment dat het niet goed gaat, heeft een leidinggevende snel de neiging om de mix van nationaliteiten als oorzaak van het probleem te zien. Terwijl dat natuurlijk helemaal niet hoeft.

Dat neemt niet weg dat samenwerken met buitenlandse collega’s wel moeilijker kan zijn. Rink:

„We hebben een soort natuurlijke neiging om samen te werken met mensen die op ons lijken. Zij bevestigen vaak onze mening of denkbeelden en dat geeft ons een goed gevoel over onszelf.”

Daar is best overheen te komen, al kost het misschien gewoon net iets meer tijd. Een kwestie van wennen. En uiteindelijk wordt het verschil in achtergrond dan minder relevant.

Familiegevoel
Voor Maïte Ottes (35) - die bij ICL werkt, een van oorsprong Israëlisch chemiebedrijf - zijn de verschillen in achtergrond nooit zo relevant geweest. „We werken allemaal even hard voor hetzelfde bedrijf”, zegt Ottes. Wel wordt binnen ICL de nadruk gelegd op het ‘familiegevoel’. „In Israël is familie erg belangrijk. Dat schemert ook door in dit bedrijf. Veel collega’s werken al jaren voor ICL.”

https://twitter.com/AtheistHoly/status/647869280088915968

Volgens Almarini is het handig dat hij zo veel internationale collega’s om zich heen heeft.

„Voordat ik naar Chinese klanten ga, vraag ik aan een Chinese collega waar ik op moet letten. Meestal maak ik dan een grapje: zolang er Heineken wordt geschonken en bitterballen zijn, zijn Nederlanders snel tevreden.”