Soms wordt er al gemept bij het koffie schenken 

Onlusten Dit weekend werden opnieuw minderjarige asielzoekers aangehouden na trammelant op azc Overberg. Vorige week rukten zelfs een heli en veertig agenten uit. Ruzie is niet te voorkomen als mensen zo dicht op elkaar zitten, zegt de asielopvang. 

De Eritrese jongen (17 – „geen naam, natuurlijk niet”) spuugt op de grond als hem gevraagd wordt of hij gevochten heeft. Hoofdschuddend loopt hij, rechterarm in geel gips, het terrein van het asielzoekerscentrum af en gaat op een bankje net buiten de poort zitten. Zijn mentoren hebben gezegd dat hij niet met de media moet spreken. Maar buiten hun zicht wel hij best wat zeggen. „Gevochten? Ik lag te slapen toen midden in de nacht een groepje Syriërs ineens onze kamerdeur intrapte. Ze sloegen en schopten ons. Ze hebben onze kleding, eten, geld en telefoons gestolen. Het is de schuld van de mentoren hier, die kiezen voor de Syriërs.”

In de nacht van donderdag op vrijdag werd stevig gevochten in asielzoekerscentrum (azc) Overberg, in het gelijknamige dorp op een steenworp afstand van het Utrechtse Veenendaal. De voormalige jeugdgevangenis biedt sinds anderhalf jaar onderdak aan ruim tweehonderd minderjarige vluchtelingen. Tientallen Eritrese en Syrische jongens gingen met elkaar op de vuist na irritatie tijdens een potje tafelvoetbalbal. Er werd gegooid met brandblussers, drinkglazen en lattenbodems. Ramen sneuvelden.

De politie rukte uit met veertig man en een helikopter. Twee 16-jarigen werden aangehouden, vijf jongeren raakten lichtgewond. Dit weekend ging het weer mis. Medewerkers van een ambulance, die waren gekomen omdat een meisje uit het centrum onwel was geworden, werden gehinderd in hun werk. De politie hield twee jongens van 16 aan.

Het is onrustig op het azc, net nu loco-burgemeester Henk Veldhuizen dacht „dat alles heel goed ging”. Hoe kan dat?

„Die Eritrese jongens doen altijd heel stoer” zegt een 17-jarige Oegandees die sinds een maand in azc Overberg verblijft. Volgens de jongen – die geen naam geeft om zijn asielprocedure niet in gevaar te brengen – voelen de Eritrese jongens zich ‘machtig’. Ze zijn de grootste groep in de opvang: „Van de bewoners is 60 procent Eritrees en 30 procent Syrisch. Zodra één Eritreeër ruzie heeft, duikt de hele groep erbovenop. Ze zoeken het continu op.” 

Gevechten 

Volgens de Oegandese kamergenoot Kenneth (17), sinds vijf maanden in ‘de Overberg’, wordt er wekelijks gevochten in de opvang. „Bijna altijd zijn de mentoren op tijd, maar afgelopen weekend was de groep te groot en lukte het niet om hen uit elkaar te halen. Eén jongen had snijwonden en een andere kreeg een brandblusser op zijn voet.”

Dat er vaker problemen zijn in Overberg, weet ook Jan Versteeg (71), die ruim dertig jaar aan de Dwarsweg woont en vanuit zijn tuin uitkijkt op het azc. De afgelopen twee maanden kwam de politie drie keer een brand(je) blussen, zegt Versteeg. „De vorige keer kwamen ze met vijf politieauto’s aanzetten, toen had iemand een pols kapot en een gebroken arm. Ze slaan elkaar al op de bek als er wordt voorgedrongen bij het koffie schenken, hoorde ik via een vrijwilliger die daar werkt.”

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft inmiddels aangekondigd meer personeel en extra beveiliging in te zetten op het centrum. Alet Bouwmeester, woordvoerder van het COA, zegt dat het niet te voorkomen is dat af en toe ruzies ontstaan als mensen zo dicht op elkaar zitten. „Vooral in de noodopvanglocaties vind ik het soms wonderbaarlijk hoe rustig en vriendelijk de sfeer onderling is.”

Vrijwilligers zorgen waar het kan voor activiteiten, voor de afleiding. Het COA houdt zoveel mogelijk rekening met taal en afkomst, maar in de hectische tijd waarin we nu zitten, is dat niet altijd mogelijk”, zegt Bouwmeester.

'Zelden aangifte'

Emeritus hoogleraar criminologie Willem de Haan is niet verbaasd als hij hoort over de spanningen in Overberg. Hij deed in 2001 en 2002 onderzoek naar de criminaliteit in een azc in Groningen. Hij en zijn medewerkers hadden de beschikking over alle politiegegevens en spraken uitgebreid met de bewoners. Ze kwamen geen zware criminaliteit tegen. De Haan: „Het ging vooral over zwartrijden en winkeldiefstal van onderbroeken, zeep en tandpasta.”

Er kwam ook nog iets anders uit het onderzoek: onderling zijn er regelmatig grote spanningen. De Haan: „Meestal loopt het niet zo uit de hand dat er politie aan te pas komt. Het blijft dus onder de oppervlakte. Er wordt zelden aangifte gedaan.”

De Haan denkt dat de uitkomsten van zijn toenmalige onderzoek nog steeds relevant zijn. De situatie nu lijkt immers op die begin deze eeuw, toen ook zeer veel mensen asiel zochten in Nederland.

Het is, zegt De Haan, ook niet zo gek dat er zulke spanningen zijn. „De mensen zitten dicht op elkaar, hebben veel meegemaakt. Ze komen uit verschillende landen, hangen mogelijk een ander geloof aan, er zijn grote culturele verschillen en ze verstaan elkaar niet altijd even goed.”

Grote instroom 

De COA-medewerkers doen hun best, maar zeker met de huidige, grote instroom is het niet mogelijk alle interne spanningen en problemen vast te stellen. De ingezette vrijwilligers zien problemen vaak minder goed. En bovendien, wat doe je met de klachten als mensen wel aangifte doen? Als mensen zich geïntimideerd voelen of worden lastiggevallen, is het voor de politie moeilijk een schuldige aan te wijzen. Het is toch het woord van de een tegen dat van de ander.

Jan Versteeg heeft verder weinig last van de jongeren. Soms verstoppen de Eritrese jongens bier in de struiken achter zijn huis, maar daar heeft hij weinig moeite mee. En in de zomermaanden hoort hij „die harde schelle stemmetjes” continu – maar ook dat vindt hij geen probleem. Hij maakt zich vooral zorgen over de ‘autoweg’ die voor het azc langsloopt. De autoweg? „Ze fietsen vaak aan de verkeerde kant van de weg. In het donker zie je dat niet. Voor je het weet heb je er eentje onder je wagen.”