Zinloos pact

Na de verkenning van het WK-parcours in Richmond zei Tom Boonen: „Supergemakkelijk. Je hoeft alleen de laatste vijf kilometer te vlammen. Een Vlaamse klassieker kan je het niet eens noemen – nepkasseien.”

Vrij vertaald: het WK is een kermiskoer. Wereldkampioen wordt degene die een sprint in huis heeft en de kunst van het wachten verstaat. Geen Nederlander dus. Dat etentje van bondscoach Lammerts met Niki Terpstra en Lars Boom is weggegooid geld. Gelukkig werd er in Nieuwegein getafeld en niet bij Jonnie Boer – scheelt een paar tientjes. En afgaande op de onzichtbaarheid van de KNWU hebben wielerbonzen geen geld voor een groots verzoeningsfeest.

Enfin, na een jarenlange vete is de vrede getekend tussen de twee kopmannen. Terpstra staat een trapje hoger dan Boom, maar het koersverloop spreekt het laatste woord. Beiden zijn rouleurs met dieselmotor, maar tegen het ras der sprinters zijn ze kansloos. En als we Boonen mogen geloven zal het WK uitdraaien op een sprint. Weg Oranjedroom.

Er zou nog wel een strijdplan zijn. Het is de bedoeling om de koers hard te maken. Daarover is al onderhandeld met de Belgen die ook geen spurtbom in de selectie hebben. De entente zou het WK dan toch nog het cachet van een klassieker kunnen geven.

Eindelijk weer eens een sprookje in de Lage Landen? Ik deel de naïviteit van gelukzaligheid niet. Als er één wedstrijd is die het peloton tot op het bot individualiseert dan wel het WK op de weg. Er is zelfs binnen nationale selecties moeilijk eenheid te krijgen. De Belgen Philippe Gilbert en Greg Van Avermaet, die zichzelf tot het kransje kanshebbers rekenen, zullen elkaar de hele dag beloeren en elkaar bij de geringste zenuwtrek in de schouder naspringen. Oud zeer dat zeker op een WK niet weg te poetsen is. De Spanjaarden lijden aan een gelijkaardig dualisme met Valverde en Rodríguez en van Italianen is al eeuwen bekend dat ze in de koers elkaar het liefst in de vernieling rijden.

Conform de traditie zal ook dit wereldkampioenschap een festival van schuine blikken worden. Het lijkt wel een spionnenwedstrijd van loeren en wachten. Zo kon destijds de zonderling Harm Ottenbros wereldkampioen worden in Zolder en valt niet uit te sluiten dat ook in Richmond een onverwachte sluipmoordenaar triomfeert. Een sukkel uit een van de kleinere landen waar ze niet eens tot heuse ploegvorming konden komen, bijvoorbeeld. Zdenek Stybar en Peter Sagan zijn bij uitstek lepe finishers met panache.

Mijn topfavoriet is André Greipel. De Duitse sprinter is al het hele seizoen superieur aan de meet. Nu Mark Cavendish forfait heeft gegeven, zie ik niemand die hem in de sprint kan kloppen. Een WK-titel zou de rechtmatige bekroning zijn van een luisterrijk palmares. André Greipel, die van nature mensenschuw is, is de minst arrogante renner van het peloton. Altijd beleefd en correct in zijn omgang met de media, altijd bescheiden in zijn commentaar op eigen exploten.

Een lief beest.

Zijn er lessen te trekken uit het WK tijdrijden? Alvast één: de favorieten waren zoek. De Duitser Tony Martin werd in zijn specialiteit vernederd door de Wit-Rus Vasil Kirijenka. Die andere gedoodverfde winnaar, Tom Dumoulin, kwam ook niet in de buurt van de wereldkampioen. Begrijpelijk na een slopende Vuelta waarin hij tot de voorlaatste dag tussen hangen en wurgen fietste voor de leiderstrui.

Misschien is het parcours in Richmond toch verraderlijker dan de eerste indruk en krijgen we een WK van het omgekeerde. Met Robert Gesink, Bauke Mollema en Nairo Quintana in een dolle sprint.