Wo ist die Van der Lubbe- Strasse?

Op 27 februari 1933 ging de Rijksdag in vlammen op. De pas aangetreden Rijkskanselier Adolf Hitler en zijn aanhang maakten er handig gebruik van. Volgens hun propaganda was de brand het werk van communistische putschisten. Die uitleg gold als voorwendsel voor een reeks draconische maatregelen, waaronder afschaffing van burgerrechten en internering van honderden politieke tegenstanders.

Verstandige Duitsers waren sprakeloos. Een van hen was Sebastiaan Haffner, toen als jong jurist werkzaam bij een Berlijns gerechtshof; later gevierd journalist van, onder andere, The Observer.

Haffner beschrijft in zijn memoires hoe verbijsterd hij was. Over de brutaliteit waarmee de nazi’s binnen luttele weken de rechtsstaat ruïneerden, maar ook over de lijdzame houding waarmee veel Duitsers het allemaal ondergingen. Collectieve karakterzwakte noemde Haffner dat en hij pakte uiteindelijk zijn koffers.

Bij de brandstichting werd Haffners leeftijdsgenoot Rinus van de Lubbe op heterdaad aangehouden. Van der Lubbe was een bouwvakker uit Leiden. Hij had eerder zijn lidmaatschap van de Communistische Partij Holland opgezegd, omdat hij vond dat de partij te weinig oog had voor wat de arbeiders wilden. Begin 1933 toog hij naar Berlijn. Hij wilde iets doen tegen de nazi’s. In zijn bekentenis zou hij er later dit over zeggen: “Mijn opvatting was dat er beslist iets moest gebeuren om tegen dit systeem te protesteren…ik wilde geen particulieren raken, maar iets wat tot het systeem behoort.” Van der Lubbe kreeg de doodstraf en ging op 10 januari 1934 onder de guillotine. Eind 2007 werd zijn veroordeling door de hoogste Duitse aanklager “opgeheven”.

Sinds de jaren zestig proberen historici elkaar af te troeven met spectaculaire theorieën over de Rijksdagbrand. Sommigen van hen houden vol dat Van der Lubbe bij de brandstichting hulp had van linkse agitatoren. Hij was toch immers lid geweest van de communistische partij? Anderen beweren dat Van der Lubbe een nazi-handlanger was. Want het kan toch geen toeval zijn dat de nazi’s zo snel politieke munt wisten te slaan uit de brand?

Met een lang betoog in Die Welt deed de Amerikaanse historicus Benjamin Hett deze zomer een duit in het zakje. Zijn stuk borduurt voort op wat hij eerder in een boek over de Rijksdagbrand aan indirect bewijs en character evidence bij elkaar sprokkelde. De brand was omvangrijk, te omvangrijk, vindt Hett, om door één persoon te kunnen zijn aangestoken. En ook: Van der Lubbe was een “goeiige dommerik”, typisch het soort sul dat zich voor het karretje van de nazi’s liet spannen.

Van der Lubbe een goeiige dommerik? De doden zijn makkelijk te beledigen; ze spreken je niet tegen. Daarom is het verhelderend om te lezen wat de psychiater Karl Bonhoeffer over Van der Lubbe schreef. Bonhoeffer zocht Van der Lubbe een paar keer in de gevangenis op, sprak uitvoerig met hem en legde zijn indrukken vast in een uitgebreid verslag. Bonhoeffer noemt Van der Lubbe “vastberaden”, “heel intelligent”, “niet vatbaar voor vreemde invloeden” en “koppig”. Je kunt veel over Bonhoeffer zeggen, maar dat hij in 1933 deel uitmaakte van de collectieve karakterzwakte, zou beslist bezijden de waarheid zijn. Historicus Hett laat het hele verslag van Bonhoeffer ongenoemd. Blijkbaar staat het te zeer op gespannen voet met Hetts opvatting dat Van der Lubbe een loopjongen van de nazi’s was.

Ik stuurde Hett een mailtje en vroeg of hij het Nederlands machtig is. Nee, niet, liet hij weten. Merkwaardig toch. Hoe kan Hett dan een oordeel vellen over de karakterstructuur van Van der Lubbe? Van der Lubbe en zijn vrienden wisselden tientallen brieven. Daaraan had Hett zijn hypothese over de schaapachtige Van der Lubbe kunnen toetsen. Dat zou overigens fataal zijn uit gevallen voor Hett, want in die brieven zijn legio voorbeelden te vinden van hoe Van der Lubbe stennis maakte als hij het ergens niet mee eens was. Slappe knietjes? Allesbehalve.

De gevolgen van de Rijksdagbrand waren immens. Maar was de oorzaak dat ook? Dat is wel de lijn waarlangs mensen geneigd zijn te denken: grote gevolgen moeten grote oorzaken hebben. Het zijn bij uitstek complotfanaten die deze vuistregel cultiveren, ofschoon er toch talloze voorbeelden zijn van enorme catastrofes waaraan nogal bescheiden oorzaken voorafgingen.

Het idee dat Van der Lubbe een radertje was in een megacomplot volgt de grote-gevolgen-hebben-altijd-grote-oorzaken-vuistregel. Doordat buitenlandse historici zoals Hett decennia lang hun complotgezwets als hoogste wijsheid hebben kunnen verkondigen, raakte Van der Lubbe postuum opgezadeld met de reputatie van een smoezelige meeloper. Dat verklaart het ronduit gênante slakkentempo waarin Van der Lubbe’s doodsvonnis werd herzien. Het verklaart ook de armetierige gedenksteentjes voor Van der Lubbe in Berlijn en omgeving. En dat terwijl hij toch als een van de eersten een verzetsdaad pleegde, al was hij – net zoals Haffner – verbijsterd over de rampzalige gevolgen. En waar is eigenlijk de Van der Lubbe-Strasse in Berlijn?

    • Harald Merckelbach