We moeten nu alles uit de kast trekken

Het grote aantal asielaanvragen zet de IND onder grote druk. Volgens directeur Rob van Lint wordt elk vluchtverhaal nog altijd zorgvuldig beoordeeld. „Wij zijn goed in staat documentfraude te herkennen.”

Tekst Thomas Rueb Foto’s Merlijn Doomernik

Directeur Rob van Lint van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). „Op dit moment hebben wij nog genoeg tolken.”

De man in het oog van de storm is een smetteloos geklede ambtenaar. Vlotte bril, grijze krullen, zijn initialen zwierig geborduurd op de manchetten van zijn hemd. Rob van Lint (57) oogt ontspannen, en glimlacht bijna onafgebroken. Hij lijkt het prima naar zijn zin te hebben. En toch is dit de hoofduitvoerder van het Nederlandse asielbeleid, de directeur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), en dat middenin de huidige migrantencrisis. Op dit moment registreert Nederland, zegt hij, een historische 700 vluchtelingen per dag.

Hoe is het om nu Rob van Lint te zijn? Eerlijk? Hij glimlacht. „In één woord: druk. Het is een enorme opgave.”

Van Lint ontvangt in zijn kantoor, een hoekkamer bovenin de grijze kolos van het IND in Rijswijk. Dit is een plek waar asielzoekers ‘klanten’ worden genoemd, en de laatste maanden neemt het aantal klanten in razend tempo toe. Dinsdag bereikte de EU een akkoord over de herverdeling van nog 120.000 vluchtelingen. „Het woord ‘overspoeld’ gebruik ik niet,” zegt Van Lint, „maar het gaat om ongelofelijk veel mensen die in Nederland bescherming vragen nu”.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft als hoofdtaak te beslissen wie wel en wie geen verblijfsvergunning krijgt. Om te beoordelen of iemand de waarheid vertelt of juist onder valse voorwendselen ons land probeert binnen te komen. De IND heeft een centraal aanmeldcentrum in Ter Apel en kantoren in Den Bosch en Zevenaar. Binnenkort kunnen vluchtelingen zich ook registeren in Budel, Rotterdam en Amsterdam. Van Lint is als hoofddirecteur eindverantwoordelijke, en tevens de schakel tussen de IND en de politiek.

Zo’n vijf-en-een-half jaar heeft hij deze baan nu. Hij trad aan in een periode van relatieve rust. „Mijn eerste drie à vier jaar daalde de instroom juist gestaag”, vertelt hij. „Toen ik begon, zaten we op 18.000 asielaanvragen per jaar, en anderhalf jaar geleden was dat zelfs maar 13.000, het laagste niveau in een heel lange tijd. Dat is nu wel anders natuurlijk.”

We pakken even snel de cijfers erbij: in de eerste acht maanden van dit jaar hebben 17.115 mensen een eerste asielaanvraag ingediend in Nederland. Daar komen nog eens 7.920 nareizende familieleden bij. „Maar de écht hoge instroom is pas de afgelopen anderhalve maand op gang gekomen.” Naar verwachting eindigt de teller dit jaar ruim boven de 35.000. „Maar dat zou ook eens een stuk hoger kunnen uitvallen. We weten het niet.” Ter vergelijking: in 2014 ging het om 26.000 mensen.

Zijn organisatie is een ballon die slinkt of volloopt naar gelang de het tij van asielaanvragen. Een ballon waar de afgelopen jaren steeds meer lucht uit is gelaten, de IND heeft flink moeten krimpen, en nu zo snel moet groeien dat hij dreigt te knappen.

„Zo werken wij”, zegt Van Lint. „De IND is gewend met zulke fluctuaties om te gaan. Dit is nou eenmaal geen strakke organisatie, dit is een organisatie die het werk doet wat er moet gebeuren.”

Heeft u op dit moment voldoende middelen tot uw beschikking?

„Ik zeg nogmaals: het is een heel grote opgave. Er wordt veel gevraagd van de IND. We zijn onze capaciteit enorm aan het ophogen. Mensen vanuit alle afdelingen van de IND, bijvoorbeeld naturalisatie of studievisa, worden nu naar het asielproces gehaald. Wat het nodige geld kost, is het aantrekken van nieuw asielpersoneel. In maart kregen we er honderd mensen bij, in juni honderd en in augustus nog eens. Vanuit alle achtergronden, alle mogelijke studierichtingen.”

Hoe leid je die op?

„Iedereen die hier komt werken wordt intern opgeleid. Daar hebben we een eigen opleidingsinstituut voor. Er bestaat nou eenmaal geen studie ‘horen en beslissen’. Dit is specialistisch werk.”

Hoe lang voor u de nieuwe aanwas kunt inzetten?

„Voordat ze basiswerkzaamheden mogen doen? Zo’n anderhalve maand. Maar daarna is nog veel training nodig.”

Moet de IND nog verder groeien? Of redt u het nu wel?

„Op dit moment zijn we niet van plan om extra mensen van buiten te halen.”

Omdat het niet nodig is? Of...

„Nee. Omdat we dat gewoon niet aankunnen. Je hebt zoveel capaciteit nodig om al die nieuwe mensen op te leiden, dan blijft er niemand meer over om het eigenlijke werk te doen. Verdere uitbreiding is pas mogelijk als deze nieuwe generatie voldoende is opgeleid. Het dakpanmodel.”

Dus u kampt nu wel degelijk met een tekort aan mankracht?

„Er zijn meer oplossingen te bedenken dan alleen maar extra personeel werven. Vanaf oktober gaan we ook in het weekend werken. Dat geldt voor de hele IND, iedereen in het asielproces. Daar draaien we normaal gesproken van maandag tot en met vrijdag, maar dat gaat vanaf dan – in ieder geval voor de duur van een half jaar – zeven dagen per week worden. We zullen daarna moeten kijken of dat langer nodig is.”

Een noodmaatregel?

„Nou ja, dit is niet iets waar je met liefde naar grijpt, nee, want je vraagt heel veel van je mensen. Mijn medewerkers staan niet allemaal te juichen, en dat is begrijpelijk. Het is natuurlijk niet leuk om te horen dat je op zaterdag en zondag moet werken. Tegelijk is het nu absoluut noodzakelijk. We kampen daarnaast met een geringe gebouwcapaciteit, en op deze manier kunnen we onze panden beter benutten. Dat geldt ook voor de tolkenpoule: met de zaterdag en zondag erbij, zijn op dat gebied meer mensen beschikbaar. We moeten nu alles uit de kast trekken.”

In hoeverre lijdt het asielproces onder deze werkdruk? Hoe lang duurt een aanvraag op dit moment?

„De wachttijd tussen aankomst en het begin van de asielprocedure is opgelopen van zes dagen naar vier à vijf maanden. In die tijd worden medische checks gedaan, en wordt beoordeeld of iemand fysiek en mentaal sterk genoeg is voor alles. Na die tijd begint die procedure. Dan krijgt de asielzoeker te maken met één IND-medewerker die het eerste gehoor afneemt. Daar wordt besloten of iemand de algemene procedure in mag. Zo ja, dan duurt het nog acht dagen tot de beslissing. Maar bij twijfel – over documenten of iemands verhaal – starten wij een verlengde procedure.”

Hoe vaak gebeurt dat?

„In ongeveer 25 procent van de gevallen. Dat percentage ligt iets lager dan gemiddeld over de afgelopen jaren, omdat de Syriërs die hier komen doorgaans bijzonder goed gedocumenteerd zijn. Volgens de Vreemdelingenwet moet een asielzoeker binnen zes maanden uitsluitsel krijgen, maar die periode kan met maximaal negen maanden worden verlengd. We blijven nu nog altijd binnen die maximale termijn.”

Dreigt dat in gevaar te komen?

„We moeten de vinger goed aan de pols blijven houden. Hoe de toekomst zich ontwikkelt, weet je pas als je de geschiedenis herleest.”

Vorige week waarschuwde de vereniging van asieladvocaten dat de IND regels breekt om de doorstroom te versnellen. Er zou bijvoorbeeld al in het eerste gesprek worden gevraagd naar vluchtmotieven, terwijl dat niet mag.

„Die opmerking klopt niet. Wij volgen nog altijd gewoon de wet.”

Hoe zorg je dat mensen geen fouten gaan maken onder deze werkdruk?

„Dat is iets waar we continu goed op moeten letten. Dat ze niet omvallen, ze hebben hun rust nodig. Medewerkers krijgen ook geen tijdsdruk opgelegd. Zo’n gehoor duurt vaak een halve of hele dag, of soms zelfs meer – het is niet zo dat alles nu ineens in een uur klaar moet zijn. Ik ben trots op mijn mensen: ik zie heel veel bereidheid. Ze voelen zich bij dit werk betrokken. Ze steken, als ze zien dat dat echt nodig is, met liefde hun handen uit de mouwen. Dat is een mentaliteit.”

En uw eigen werkschema?

„Druk dus.”

Ook zeven dagen per week?

„Er is in ieder geval zeven dagen per week werk, ja.”

Zelf treedt Rob van Lint niet vaak op de voorgrond – daar is de staatsecretaris van Veiligheid en Justitie voor, eerst Fred Teeven, nu diens opvolger Klaas Dijkhoff. Maar twee jaar geleden was Van Lint ineens wel zelf onderwerp van het nieuws: hij werd bedreigd.

Zijn woning bleek te zijn beklad met rode verf, ‘IND = MOORD’, en op internet werd een dreigbrief geplaatst aan het adres van Van Lint. Het was niet lang nadat de Russische asielzoeker Aleksandr Dolmatov zich had opgehangen in zijn cel. De actie werd geclaimd door een groep met de naam ‘De Kwade Kwasten’. Een fragment uit de dreigbrief:

Het is gedaan met uw rust zolang als u de directeur blijft van de dienst IND die verantwoordelijk is voor de afwijzing en opsluiting en deportatie van immigranten! Zegt uw medewerking op voor u de geschiedenis ingaat als een der hoofdverantwoordelijken voor de dood van velen!

Weet hij inmiddels wie daarachter zaten? Van Lint stopt even met glimlachen, en schudt zijn hoofd. „De politie heeft goed werk verricht, maar heeft uiteindelijk geen dader kunnen pakken.”

„Dat was heel vervelend”, zegt Van Lint, „en buitengewoon kwalijk – dat mensen als ze het niet eens zijn met het beleid dat afreageren op de woning van een ambtenaar.”

De maatschappelijke discussie lijkt op dit moment niet veel minder explosief dan in 2013. Het asieldebat wordt gedomineerd door de extreme geluiden: ‘wees welkom’ of ‘grenzen dicht’. Komen er nog steeds dit soort bedreigingen? „Er hebben zich bij mij geen incidenten meer voorgedaan”, zegt hij. „Vorig jaar nog wel bij een collega in Den Haag. Onacceptabel.”

Wordt u beveiligd?

„Daar doe ik geen uitspraken over.”

Hoe terecht is de angst van mensen die vrezen voor een influx aan jihadisten uit Syrië?

„Die zorg snap ik heel goed, en dat is natuurlijk ook onze taak: het eruit filteren van mensen met ernstige criminele activiteiten op hun kerfstok, van terroristen of oorlogsmisdadigers. Maar daar moet ik wel bij zeggen: de veronderstelling dat er bij die grote vluchtelingenstroom heel veel terroristen zitten, lijkt mij een zeer onwaarschijnlijke. Die komen Europa doorgaans niet binnen met bootjes over de Middellandse Zee – die nemen gewoon het vliegtuig. Maar je moet het nooit uitsluiten. Daar zijn we enorm goed in getraind. Onze medewerkers zijn erop gespitst om risico’s te herkennen.”

Hoe werkt dat dan?

„Als in de gesprekken een vermoeden ontstaat, dan wordt onze gespecialiseerde unit ingeschakeld: ‘Unit 1F’, vernoemd naar een artikel over oorlogsmisdaden in het vluchtelingenverdrag. Die beginnen dan een uiterst grondig onderzoek. Wij maken van alle mogelijke bronnen gebruik: het verhaal van de asielzoeker wordt geverifieerd met openbare bronnen, rapporten van ngo’s, informatie van justitiële diensten. De unit bestaat uit een man of dertig en beschikt over heel gespecialiseerde landeninformatie. Bij bewijs wordt het asielverzoek afgewezen.”

Hoe vaak gebeurt dat?

„In 2014 hebben wij ongeveer 120 keer zo’n onderzoek ingesteld. Daarvan is uiteindelijk in twintig gevallen daadwerkelijk het artikel 1F tegengeworpen. In tien daarvan ging het om Syriërs.”

En dit jaar?

„Dit jaar zit dat vooralsnog in dezelfde orde van grootte. Maar de grootste toestroom vond de afgelopen maand plaats. Die resultaten zullen pas later zichtbaar worden.”

Een Syriër krijgt doorgaans relatief gemakkelijk asiel. Neemt het aantal mensen dat zich uitgeeft voor Syriër toe?

„Het gebeurt, maar niet veel. Soms is er inderdaad sprake van documentfraude, maar wij zijn heel goed in staat om dat te herkennen. Het overgrote deel komt hier gewoon goed gedocumenteerd naar toe met échte documenten.”

Een Syrisch paspoort is zo gemaakt, bewees journalist Harald Doornbos afgelopen week. Hij liet er voor 750 euro een voor Mark Rutte maken. Hoe wapent u zich daartegen?

„Daar maak ik me geen zorgen over. Wij werken daarin samen met de marechaussee, die zit ook in Ter Apel, waar de intake in de regel plaatsvindt. Ik durf te zeggen dat wij de topexpertise in de wereld hebben om documenten op echtheid te controleren.”

In Nederland dreigt een tekort aan tolken, waarschuwen vertaalbureaus. Hoe gaat de IND daarmee om?

„Nou, op dit moment hebben wij nog genoeg tolken. Het hangt er ook vanaf welke talen je nodig hebt, natuurlijk. Op dit moment zijn het vooral heel erg veel Syriërs die hier asiel aanvragen, en Arabische tolken hebben we – vooralsnog – genoeg.”

Moeten die ook in staat zijn om een Syrisch accent te onderscheiden van, zeg, een Iraaks accent?

„De tolk heeft louter taak om te tolken. Dat kan in het Arabisch, ondanks alle verschillende dialecten, heel behoorlijk. Marokkanen kunnen prima met Libanezen praten. Maar het is niet de taak van de tolk om de achtergrond te checken. Het kan natuurlijk gebeuren dat iemand zegt dat hij Syriër is, maar met een dialect spreekt dat helemaal niet in Syrië voorkomt. Als daar een vermoeden van bestaat dan zetten wij onze eigen gespecialiseerde linguïsten in. Zo kan iemand door de mand vallen.”

Maar dan moet eerst twijfel bij de IND-medewerker ontstaan. En die spreekt de taal niet.

„Diegene kan wel constateren dat iemand weinig kennis heeft over gebruiken of kenmerken van de regio in kwestie. Bij onze tolken is het belangrijkst dat ze onafhankelijk zijn. Dat elke Arabisch sprekende asielzoeker met elke Arabisch sprekende tolk onafhankelijk kan spreken. Onze tolken moeten zuiver op de graad zijn.”

Begin deze maand werden nog twee Eritrese tolken weggestuurd, omdat ze banden bleken te hebben met het regime in Eritrea. Hoe garandeert u de onafhankelijkheid van uw tolken?

„Dat klopt. Dat vond ik heel erg. Bij ons moeten alle tolken documenten overleggen, een verklaring van goed gedrag. Er is een gedragscode waar ze zich aan moeten houden. Wij hebben ons eigen integriteitsbureau waarmee we dat beoordelen. Wij maken gebruik van héél veel tolken, honderden. Dat gaat meestal goed. Een enkele keer niet.”

De migrantencrisis is een Europese kwestie, maar landen opereren heel verschillend. Wat leert de IND van de ervaringen van landen om ons heen?

„De afgelopen tijd hebben vooral veel landen geleerd van Nederland. Wij hebben relatief een heel strakke procedure. Het sterkste voorbeeld is Zwitserland, dat heeft onze asielprocedure praktisch gekopieerd. Die zijn hier ook regelmatig geweest: hoe doen jullie dat?”

Belandt er nog weleens een individueel geval op uw bureau? Een aanvraag waarbij u zelf definitief moet beslissen?

„Kijk, er zijn soms zaken die op hoger niveau worden gebracht. Soms liggen ze zo gevoelig dat ze op mijn bureau belanden. De staatssecretaris beslist daar dan uiteindelijk over, het is zijn politieke verantwoordelijkheid, maar wel op basis van mijn advies. En ja, dat advies wordt in de meeste gevallen gevolgd.”

    • Thomas Rueb