Wachten op een wonder

Het 114 jaar oude circus Herman Renz dreigt ten onder te gaan aan een belastingschuld. Directeur Milko Steyvers probeert de eindjes aan elkaar te knopen. Hij was liever alleen clown gebleven.

Clown Milko komt de piste in met een bak popcorn in zijn hand. Hij loopt naar een vrouw op een dure plek vlakbij de pisterand en maakt met gebaren duidelijk dat ze haar mond open moet doen, zodat hij er een popcorntje in kan gooien. Enigszins gegeneerd opent de vrouw haar mond. Clown Milko gooit mis. En nog eens. En daarna de hele bak popcorn in het gezicht van de verschrikte mevrouw. De circustent van Circus Herman Renz vult zich met gelach, deze zondagmiddag in Den Bosch.

Vier dagen later staat het circus in Maastricht en zit circusdirecteur Milko Steyvers (53) ongeschminkt en met diepe wallen onder zijn ogen, in de wagen die dienst doet als kantoor. Hij heeft slapeloze nachten van de financiële problemen van het circus, zegt hij. Begin deze maand liet de Belastingdienst tot zijn opluchting weten dat het circus het seizoen mag afmaken tot 3 januari, als het zich van goede wil toont. Maar wat er daarna gebeurt?

Het circus heeft bij de fiscus een betalingsachterstand van 150.000 euro. Een investeerder heeft, na vergelijkbare problemen vorig seizoen, voor 3 ton de tent, wagens en andere materialen gekocht in de hoop op rendement. Maar na drie maanden zag hij al dat er weinig winst te behalen was en zette hij het circus te koop. Ook hij wil geld zien. Steyvers: „Mijn vrouw en ik weten niks van financiën. We zijn geen geschikte personen om dit zinkende schip te redden.”

Verliefd

Milko Steyvers’ moeder werd verliefd op een tentenbouwer en zo reisde hij van jongs af aan mee met het circus. „Toen ik drie jaar was – ik wist toen nog niet dat ik klein was – zei ik al tegen mijn moeder dat ik clown wilde worden. Toen ik zeven jaar was deed ik voor het eerst mee in een voorstelling. Ik moest zeggen: ‘Het is waar, het is waar, het is waar’. Dan vroeg de spreekstalmeester: ‘Wat is waar?’ En dan antwoordde ik: ‘Op mijn vaders kale knikker groeit geen haar’. Heel dom eigenlijk. Maar dat moment zal ik nooit vergeten.”

Als je hem diep in zijn hart kijkt, was hij het liefst enkel clown gebleven. Maar het liep anders. In 1996 stierven Herman en Diana Renz aan een koolmonoxidevergiftiging. Ze werden op 29-jarige leeftijd dood gevonden in hun trailer. Hermans moeder zette het circus voor 8 ton te koop. De familie van Steyvers vocht voor het voortbestaan van het circus dat al sinds 1911 bestaat. Aad Ouborg, circusliefhebber en oprichter van stofzuiger- en koffiezetapparatenmerk Princess, schoot te hulp en werd hoofdsponsor. Milko Steyvers, zijn vrouw, vader, moeder, zus en zwager vormden de nieuwe circusdirectie.

Ma en zwager werkten op kantoor, Milko deed de programmering, pa de techniek, Milko’s vrouw Sylvia de catering en zijn zus de kassa. Het circus, dat in de jaren zeventig en tachtig hoogtijdagen kende met Bassie en Adriaan als topattractie, bloeide ook in de jaren negentig. Want hoe wrang ook, iedereen wilde dat circus van die overleden directeuren wel eens zien.

De afgelopen jaren werd het langzaam moeilijker. Pa was overleden, ma werd oud, de crisis sloeg toe. Twee jaar geleden zagen zwager en zus het niet meer zitten en stapten uit de zaak. Sindsdien staan Milko en Sylvia Steyvers er alleen voor.

De sectorpremie voor seizoenwerkers werd ingevoerd. En circusmedewerkers zijn seizoenwerkers omdat ze steeds voor negen maanden worden ingehuurd. Ze vallen niet onder de soepelere belastingregels die in andere kunstsectoren wel gelden. „Dat betekent dat ik voor mijn 65 medewerkers 12 procent extra belasting moet betalen op de normale loonkosten. Dat kost me 150.000 euro op jaarbasis.” Ook werd de belasting verhoogd op de rode diesel waarvan het circus dagelijks zo’n 1.000 liter gebruikt voor generatoren en kachels. Steyvers: „Vroeger betaalde ik 75 cent per liter, nu 1,10 euro.”

Vandaag geen voorstellingen

En vervolgens stegen de kosten die het circus per gemeente moet betalen. „Vroeger hingen we onze eigen reclameborden op. Nu mag dat niet meer. Eindhoven werkt bijvoorbeeld met een reclamebureau dat onze tachtig borden aan lantaarnpalen ophangt. Dat kost ons 8.000 euro; het commerciële tarief. Want ook hierin worden wij behandeld als een commercieel bedrijf.”

Milko hoeft geen subsidie, zegt hij. Maar als de overheid het circus nou eens zou behandelen als culturele instelling, zou dat enorm schelen. „In 2013 werd de Nederlandse circuscultuur met veel bombarie aangemerkt als Immaterieel Cultureel Erfgoed, maar ik merk er niks van.” En dat terwijl zijn circus behoort tot de toptien van de 400 Europese circussen, zegt hij.

Buiten zitten danseressen op de trapjes van hun woontrailers in de zon. Verderop lopen de circusalpaca’s en -paarden op een groot veld te grazen. Vandaag geen voorstellingen. De zeven man van de circusband liggen op bed. Net als de illusionist en de acrobates van de trapezeact, van wie er eentje in Lelystad haar teen brak bij een ongelukkige landing. De bouwploeg van zeventien man is naar Eindhoven om daar vast de grote foyer met carrousel op te bouwen.

Op het kantoor zit spreekstalmeester en productieleider Matthijs te Kiefte gespannen achter zijn computer. Het circus heeft zo’n 12.000 euro aan dagelijkse kosten, vertelt hij. Salarissen, stageld, onderhoud. Het moet minimaal 2,3 miljoen euro per jaar omzetten om rendabel te zijn. Jaarlijks reist het circus zo’n 5.000 kilometer om op 45 plekken 300 voorstellingen te geven aan 300.000 bezoekers.

Subsidie

Te Kiefte komt niet uit een circusfamilie zoals de meeste artiesten, zijn vader is slager en zijn moeder bloemist. Maar hij raakte bezeten van het circus en volgde een opleiding productie aan de Amsterdamse theaterschool met als enige doel: bij het circus werken.

Te Kiefte zou wel waardering willen in de vorm van subsidie. Bij de Nationale Opera waar hij ooit aan een productie meewerkte, zag hij dat subsidie extra mogelijkheden tot vernieuwing biedt. „Wij zijn al blij als we de rekeningen kunnen betalen.” Het frustreert hem dat de circuskunst wordt ondergewaardeerd in Nederland. Hij vraagt zich bezorgd af of hij getuige is van de laatste maanden van het 114 jaar oude Nationale Circus Herman Renz.

Milko Steyvers kan niet geloven dat het circus zal ophouden te bestaan. Zijn mailbox zit dagelijks vol berichten van kinderen die acties bedenken om het circus aan geld te helpen. „Een jongetje in Den Haag dat flessen ophaalt, een jongetje in Halsteren dat buttons verkoopt.” Mensen uit Apeldoorn hielden 21 september een benefietavond in zijn tent, hoofdsponsor Johnson Petfoods steunt hem door dik en dun, voormalig Princess-topman Aad Ouborg heeft beloofd met hem naar de cijfers te kijken. Dat is allemaal niet genoeg, maar het geeft hem vertrouwen. „Er zal een wonder gebeuren.”

    • Merlijn Doomernik
    • Esther Wittenberg