Van Rijn wil onderzoek naar dode in een probleemgezin

Inspectie Jeugdzorg onderzoekt de toedracht van de dood van een 22-jarige zoon uit een Zoetermeers probleemgezin. Hij werd afgelopen april dood aangetroffen tussen zijn eigen uitwerpselen in een huis waar zijn licht verstandelijk beperkte broertjes en zusje al jaren worden verwaarloosd. Hun ouders kampen vermoedelijk met eenzelfde beperking. Hulpverleners zeggen in deze krant dat te laat is ingegrepen en hebben kritiek op de rol van de gemeente Zoetermeer. Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS, PvdA) zegt dat er iets „vreselijk is misgegaan” en wil dat „de onderste steen boven komt”.

Het gezin is sinds 2007 in beeld bij hulpinstanties. Er was eerder specialistische zorg nodig geweest, zeggen hulpverleners nu. Het gezin kreeg echter lichte, vrijblijvende hulp, zoals van een schoonmaker. Op die hulp werd gekort. In lijn met het ‘eigenkrachtbeleid’ in de zorg – kijken wat mensen zélf kunnen, dan pas hulp vergoeden – oordeelde de gemeente Zoetermeer eind 2014 dat het gezin geen schoonmaakhulp nodig had. Ook vergoedde Zoetermeer niet de uren maatschappelijke ondersteuning waar professionals om vroegen.

Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) concludeerde tot drie maal toe dat het niet nodig zou zijn om het gezin onder wettelijk toezicht van jeugdzorg te plaatsen.

Volgens wethouder Mariëtte van Leeuwen (jeugdzorg, Lijst Hilbrand Nawijn) faalde de samenwerking tussen de betrokken hulpinstanties. „Dat is voor ons een wekker die keihard is afgegaan.”

Staatssecretaris Van Rijn stelt dat de rol van de gemeente Zoetermeer en hulpinstanties „veel vragen oproept”. Hij wil dat de inspectie grondig onderzoekt of er fouten zijn gemaakt, „zodat we precies weten hoe dit zo vreselijk is misgegaan”. Het eigenkrachtbeleid in de zorg mag er volgens Van Rijn nooit toe leiden dat gezinnen onvoldoende hulp krijgen. „Gemeenten dienen passende hulp te organiseren. De veiligheid van kinderen moet altijd leidend zijn.”