Terug naar het ouderlijk nest

Tienduizenden volwassenen komen niet rond zonder hulp van hun ouders. Dus wonen ze weer bij pa en ma.

Illustratie XF&M illustratie XF&M

‘Als ik het kan, dan betaal ik zelf mijn eten. En anders eet ik met mijn moeder mee”, vertelt Rieks Palts. Palts is 37, deed een hbo-opleiding en woont bij zijn moeder. En hij is niet de enige. Hoewel exacte cijfers ontbreken, zijn tienduizenden volwassenen financieel afhankelijk van hun ouders. Ze blijven bij hun ouders inwonen, zoals Rieks Palts, of ze kunnen zich niet redden zonder extraatjes van hun ouders.

Palts heeft geen betaald werk. Hij werkt elke ochtend in de groenvoorziening van de gemeente Veendam, als tegenprestatie voor een bijstandsuitkering van zo’n 600 euro. „Gewone rekeningen hoeft mijn moeder niet te betalen, maar als ik echt krap bij kas zit, dan betaalt ze weleens wat”, zegt hij. „Dat is meestal een kleine lening.”

Geld uitlenen is een manier om als ouder een volwassen kind te helpen als het zelf niet kan rondkomen. Bijvoorbeeld als de wasmachine kapotgaat, of als het een dure wortelkanaalbehandeling moet ondergaan bij de tandarts. Al loop je dan wel het risico dat je kind nooit helemaal zelfstandig wordt, zegt maatschappelijk werker Frederieke Klaassen van PuurZuid in Amsterdam. Geregeld vragen ouders, voor wie de ondersteuning van hun kind te zwaar wordt, haar om hulp. „Dat is heel lastig. Dan gaan we kijken: hoe kun je toch je grenzen aangeven? Welke steun kun je nog wel bieden en welke niet?” Als dat duidelijk is, volgt een gesprek met het kind. „Het kind moet zien wat zijn aandeel in de problemen is.”

Ook al gaat het om een gunst aan het kind, leg een lening altijd vast, adviseert financieel planner Jamie Hilgersom, zeker als er meerdere kinderen zijn. Dat voorkomt oneerlijke situaties als er later een erfenis is – waarop zo’n lening eigenlijk een voorschot is. „Stel, de ouders overlijden en ze hebben nooit vastgelegd hoeveel ze dat ene kind hebben uitgeleend. Dan erft dat kind uiteindelijk dus meer.”

Laten inwonen

Leningen aan een dochter of structurele extraatjes voor hun zoon kunnen de financiële situatie én de relatie van ouders en volwassen kinderen behoorlijk beïnvloeden. Nog ingrijpender is het als het volwassen kind bij de ouders inwoont.

Veertiger Nanne, die niet met haar achternaam in de krant wil uit angst voor haar kansen op een baan, woonde als student wel op kamers. Tot ze haar doctoraal haalde in 1998. „Dat kan ik me nu niet meer permitteren.” Ondanks haar universitaire graad „en bijna 10.000 sollicitaties” vond Nanne nooit een fulltimebaan op niveau. Achteraf gezien was haar studententijd de rijkste periode uit haar leven. „Ik had een krantenabonnement, las Vrij Nederland. Dat soort dingen heb ik allemaal afgezegd.”

Sinds kort betaalt ze zelfs geen kostgeld meer. „Ik kan niet meer bijdragen”, zegt Nanne. Haar bijstandsuitkering is per 1 juli tot ongeveer 600 euro per maand verlaagd vanwege de kostendelersnorm, waardoor bijstand omlaag gaat voor wie met andere volwassenen woont.

Haar 71-jarige vader vindt het gezellig dat Nanne bij hem inwoont, zegt ze, en de goede verstandhouding is niet veranderd. „Maar ik vind het pijnlijk. Ik had dit niet gehoopt, niet gewild en niet verwacht.” Dat ze haar eigen zelfstandigheid heeft moeten opgeven, zit haar dwars, zegt ze. „Dat je moet leunen op andere mensen, terwijl je dat eigenlijk niet wilt, dat is ontzettend slecht voor je eigenwaarde.”

De situatie van Nanne en van Rieks Palts is niet uniek: 182.000 huishoudens bestaan uit één of meer volwassen kinderen die inwonen bij hun ouders van 65 plus, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (2013). In meer dan de helft van de gevallen woont het kind al zijn hele leven bij de ouders. „Uit surveyonderzoek weten we dat in bijna al die gevallen de kinderen, bijvoorbeeld vanwege een handicap of andere problemen, worden onderhouden door de ouders”, stelt hoogleraar sociologie Pearl Dykstra (Erasmus Universiteit Rotterdam).

Erfenis

Dan zijn er nog de ‘boemerangkinderen’: ze gingen uit huis, maar kwamen weer terug. Het komt geregeld voor: wie in de jaren negentig uit huis ging, kwam in één op de zes of zeven gevallen weer tijdelijk of voor goed terug in het ouderlijk huis, schat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). En, belangrijke toevoeging van het SCP: het lijkt erop dat volwassenen tegenwoordig vaker dan voorheen naar het ouderlijk huis terugkeren – mede doordat ze zelf geen huis kunnen kopen en huren te duur is.

Maar wat als de ouders wat overkomt? Palts verloor dit voorjaar zijn vader. Zijn moeder heeft een broze gezondheid, vertelt hij. „Als zij zou overlijden, en mijn broers, zus en ik erven haar koophuis, dan staat de gemeente gelijk klaar.” Een erfenis wordt gezien als inkomsten – waarschijnlijk een reden om zijn bijstandsuitkering stop te zetten, na een vermogenstoets. „En waarschijnlijk zou ik dan ook al snel geen onderdak meer hebben.”

Huizenbezitters met een inwonend kind dat een bijstandsuitkering krijgt, kunnen voorkomen dat hun zoon of dochter dakloos wordt of hun uitkering verliest na hun overlijden, legt financieel planner Egbert Ludwig (Stichting Pro Deo Planner) uit. In het testament kun je een inwonend kind bijvoorbeeld maar een beperkt deel van de woning nalaten. „Je kunt vastleggen dat de andere kinderen het grootste deel van de woning erven, op voorwaarde dat ze het huis aan het inwonende kind verhuren.”

    • Anna Vossers