Talent voor het precieze en geduldige werk

Op een YouTube-filmpje zie je ze zitten, de schilders van de keramiekfabriek. Onder de hanebalken, aan lange tafels. Tussen hen in kwasten, penselen, doekjes, verf, maar ook – het zijn de jaren zeventig – heel veel planten. Ze zitten gebogen over hun werk, en niet zo’n beetje gebogen. Sommigen hebben tegels plat voor zich liggen op tafel, anderen, die aan bolle of veelkantige voorwerpen werken, houden die in evenwicht op een doek op hun knieën.

Een van deze gebogen werkende figuren was Menno Bosma. Plateelschilder bij de Koninklijke Tichelaar, het oudste bedrijf van Nederland en een van de oudste keramische bedrijven ter wereld. Vanaf de zestiende eeuw stond het bedrijf in Makkum, een klein plaatsje aan de Zuiderzee, later het IJsselmeer. Daar werd eerst gebruiksaardewerk, later vooral sieraardewerk gemaakt en verkocht.

Menno Bosma deed het op school niet zo goed, het schoolsysteem paste hem niet, en op zijn zestiende ging hij werken. Als je in Makkum woonde: bij de Tichelaar. Zijn tekentalent maakte hem bij uitstek geschikt voor schilder, eerst van tegels, wat makkelijker is, later van aardewerk – plooischotels, tulpenvazen, wandborden – en nog weer later maakte hij voornamelijk gelegenheidswerk: elf borden voor de elf Friese steden, jubileumborden voor de jubilarissen van Philips, een enorm tableau ter gelegenheid van een tewaterlating.

Met dat opdrachtwerk onderscheidde de fabriek zich, en Bosma maakte dat veelal.

Hij had een uitgesproken talent voor het precieze en geduldige werk. „Als ik twee borden te zien zou krijgen, zou ik het bord dat hij beschilderd had zo herkennen”, zegt Cees van Zeumeren, oud-directeur van Tichelaar. Zo nauwkeurig werkte hij.

„Hij was een perfectionist”, zegt zijn zoon, René Bosma. „En een estheet. Hij had auto’s waarin je graag gezien werd. Mijn moeder is een mooie verschijning, hij zocht kleren voor haar uit. Hij werkte aan zijn lichaam, deed aan krachtsport.”

Begin jaren negentig, na ruim dertig jaar, had Bosma zijn rug versleten en kreeg hij astma. Misschien hing dat samen met het werk. Heel ergonomisch verantwoord was het niet. De schilders gingen naar huis voor koffie en middageten en de bedrijfsarts adviseerde de directie dat nooit af te schaffen, want zo bewogen ze tenminste nog even.

Bosma kreeg Parkinson. Van de mooie man die hij was bleef weinig over. „Dat was een grote krenking voor zijn ego”, zegt zijn zoon. Ook het plateelschilderen bestaat niet meer in Makkum. De Tichelaar heeft zijn activiteiten verlegd.

    • Marjoleine de Vos