Syriërs erin, superrijke Nederlanders eruit

Aan de ene kant laat Nederland ruimhartig vluchtelingen binnen, aan de andere kant jaagt het succesvolle rijke Nederlanders het land uit, constateert Paul Frentrop.

Vluchtelingen komen niet voor niets naar Nederland. Ze komen omdat het hier vredig is, maar vooral omdat Nederland welvarend genoeg is om hen op te vangen. Die welvaart is echter niet uit de lucht komen vallen. En ze blijft ook niet vanzelf in stand.

Zonder iets af te willen doen aan het leed van vluchtelingen vraag ik daarom aandacht voor een probleem van een heel andere orde: de nieuwe zorgen van rijke Nederlanders. Beide onderwerpen staan met elkaar in verband.

Terwijl Nederland aan de ene kant ruimhartig vluchtelingen binnenlaat, worden aan de andere kant Nederlanders die financieel succesvol zijn gebleken het land uit gejaagd. Dit werd duidelijk met Prinsjesdag.

Laat me dat met een cijfervoorbeeld verduidelijken. Een succesvolle ondernemer beschikt over 20 miljoen euro. In de ogen van velen is zo iemand superrijk en dat is natuurlijk ook zo. Gemiddeld heeft hij 10 miljoen vast zitten in onroerend goed: een prachtig huis, een villa in het buitenland en een of twee appartementen voor de kinderen. De andere 10 miljoen is belegd en van de opbrengst leeft hij in luxe.

Over zijn inkomen heeft hij al netjes belasting betaald, maar via de vermogensrendementsheffing wil de staat nog een keer jaarlijks mee-eten. Volgens de nieuwe belastingplannen nog meer dan voorheen. Over het bedrag boven de 1 miljoen wil de staat voortaan 1,65 procent ontvangen in plaats van de huidige 1,2 procent. Dat lijkt een verwaarloosbaar verschil.

De helft van het vermogen van de superrijke levert echter geen cent op. Dat zit vast in onroerend goed en kost alleen maar geld, aan onderhoud. Het komt erop neer dat de superrijke op zijn 10 miljoen aan beleggingen 3,3 procent per jaar moet afdragen. En dat is heel veel. Want een belegger mag al blij zijn als hij zonder al te veel risico’s te nemen 3,3 procent per jaar verdient. In feite levert hij elke drie jaar tien procent van zijn vermogen in, terwijl er jaren zullen zijn dat een portefeuille in waarde daalt.

Vanwege de verhoging van de vermogensrendementsheffing staat de superrijke voor de keuze zijn levensstijl naar beneden aan te passen of naar het buitenland te verhuizen. Net zoals in de jaren zeventig veel ‘arme rijken’ naar België emigreerden. Ze waren niet rijk genoeg om in Nederland te wonen.

Nogmaals: ik wil de financiële zorgen van de rijken niet afzetten tegen de fysieke bedreigen waar vluchtelingen in hun eigen land aan blootstaan. Dat zijn onvergelijkbare grootheden. Maar ik wil er wel op wijzen dat het niet verstandig is om de zorgen van de rijken met een schouderophalen af te doen.

Zouden deze mensen vertrekken, dan heeft dat gevolgen voor de korte - en de lange termijn.

Ten eerste zullen tal van andere mensen merken dat het ‘trickle-down’ effect van die rijkdom verdwijnt: de schilder van de villa’s, de werkster, de cateraar, de taxiondernemer, de restauranteigenaar, de luxe modewinkel. Want rijken zijn goede consumenten.

Ten tweede raakt Nederland mensen kwijt die in aantal klein zijn, maar wel van hoge – economische – waarde. Zij zijn succesvol, leveren een bijdrage aan de maatschappij en investeren dikwijls privé nog in start-ups. Er wordt nu hoopvol opgemerkt dat zich onder de vluchtelingen veel hoog opgeleide of ondernemende mensen bevinden die hun bijdrage aan Nederland kunnen leveren. Dat moge zo zijn, maar de mensen van wie bewezen is dat ze dat kunnen, jagen we weg. Dat kan niet verstandig zijn.

Ten slotte zullen rijken uit andere landen minder geneigd zijn zich hier te vestigen. Dat zijn ze toch al niet. Het initiatief uit 2013 om verblijfsvergunningen (voor één jaar) aan te bieden aan mensen die in ruil minstens 1,25 miljoen investeren in Nederlandse bedrijven is niet erg succesvol gebleken. Toch zou ik menen dat het streven om rijke mensen naar Nederland te lokken minstens even breed gedragen zou moeten worden in de Tweede Kamer als de bereidheid om arme mensen op te nemen.

En dan is er het lange termijn effect. Als veelbelovende jonge mensen in Nederland in de gaten krijgen dat hoe succesvol ze ook zijn, zij hier toch nooit van hun verdiensten kunnen genieten, zullen ze dan blijven? We willen dat onze kinderen excelleren. Dan moeten we ze toch niet straffen als ze daarin slagen? Uiteindelijk moeten zij ervoor zorgen dat Nederland op lange termijn zo welvarend is dat iedereen hier goed kan wonen: zowel de mensen die hier geboren zijn als de nieuwkomers. Laten we daarom nog eens goed nadenken over de kabinetsplannen om de belasting op het vermogen van rijken te verhogen. Dat plan ‘verkoopt’ gemakkelijk, maar is op termijn schadelijk.

    • Paul Frentrop