Syrië: een kaalslag en geen einde

Erken de nederlaag: in Syrië zijn de Westerse waarden voorgoed teloorgegaan. Rusland en Iran hebben ons hun geopolitieke spel weten op te leggen, schrijft

Marcel Kurpershoek.

Tussen 1979-1982 werkte ik als Nederlandse diplomaat in Damascus. Veel van wat wij nu zien, slaat terug op die tijd. De mensen waren vriendelijk en de geschiedenis, monumenten en natuur waren geweldig. De politieke situatie was vreselijk. Het Syrische ministerie wilde alleen over het zionistische gevaar en Palestijnse onrecht praten. De achtervolgingswaan was toen al compleet.

Ik herkende dat in een recent interview met de Syrische minister van Buitenlandse Zaken Walid Muallem. Dat was bijna een kopie van wat vijfendertig jaar geleden werd gezegd. Om de zin klinkt het woord ‘samenzwering’. En Israël is, samen met de VS, nog altijd ‘de echte vijand’.

Toch laat de minister doorschemeren dat Syrië bereid is om met de VS te ‘coördineren in de strijd tegen ‘terroristen’. In zijn visie is dat alle oppositie tegen Assad. Na vijfendertig jaar is het regime nog altijd in de greep van een stalinistische mentaliteit, gebaseerd op een politiestaat van de ergste soort.

Voor mijn vrouw, die daarvoor zonder problemen als journaliste in Egypte had gewerkt, was het destijds onmogelijk om met een kritische blik hetzelfde werk in Syrië te doen. En niet alleen in het werk, ook in het gewone leven drongen achterdocht en agressie binnen. Indertijd woonden wij naast het kantoor van president Hafez al-Assad, de vader van de huidige president Bashar. Tijdens een verjaardagsfeestje op het terras maakten we foto’s. Binnen de kortste keren stormde de geheime politie, de muchabarat, binnen en rukte de rolletjes uit de camera’s.

De problemen begonnen destijds in Hama en Aleppo. Een bevriende journalist ging na de avondklok lucifers kopen en werd gearresteerd. Hij hoorde de gemartelde gevangenen schreeuwen. Een Zweedse collega zag een stopsignaal van de geheime politie niet en werd doodgeschoten.

Dit alles vindt zijn oorsprong in de moord op vijftig alawitische officieren-in-opleiding, door soennitische islamisten in 1979. Dat was een sektarische aanval. Het regime van Assad père was gebaseerd op de seculiere Arabisch-nationalistische ideologie van de Baath-partij – met een veiligheidsapparaat waarin minderheden, alawieten als Assad voorop, de meeste sleutelposities bezetten. Sektarisme was in feite onderdeel van het Baath-systeem.

Ik herinner me hoe soldaten van de elite-eenheid Saraya al-Difaa’, geleid door Assads broer Rifaat, op straat de sluier aftrokken van in het zwart geklede vrouwen. De Moslimbroeders in Hama kwamen in opstand, maar die werd in 1982 neergeslagen op dezelfde manier als zoon Bashar al-Assad dat vandaag de dag doet: met tanks, artillerie en luchtbombardementen. Duizenden, zo niet tienduizenden, werden gedood.

Hafez al-Assad kreeg het land weer onder volledige controle. In de acht jaar durende oorlog tussen Irak en Iran koos Hafez partij voor Iran, ondanks zijn Arabisch nationalistische retoriek. De Iraakse Baath van Saddam Hussein en de Syrische Baath waren toen al gezworen vijanden. Om die reden nam Syrië deel aan de Amerikaanse coalitie tegen Saddams bezetting van Koeweit, in 1990.

Twee jaar geleden raakte ik opnieuw bij Syrië betrokken, dit keer als Nederlands speciaal gezant. Ik ging naar Istanbul, waar de coalitie van de Syrische oppositie zetelt. Veel landen erkennen deze coalitie als legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk. Bij aankomst sprak ik met Ahmad al-Jarba, president van de coalitie en lid van de Shammar-stam die zich van Saoedi-Arabië via Irak naar Syrië uitstrekt. Vanuit Istanbul reisde ik door de hele regio en ook woonde ik de mislukte vredesbesprekingen in Genève bij. Begin dit jaar vertrok ik naar New York University Abu Dhabi.

De vraag doemt op: Waarom begon het geweld na lange tijd van betrekkelijke rust? Een deel van het antwoord ligt in de opstanden die eind 2010 begonnen, de zogenoemde ‘Arabische lente’. De Arabische wereld is verdeeld in vorstendommen (Marokko, Jordanië, Saoedi-Arabië en andere Arabische Golfstaten) en autoritaire republikeinse regimes (Algerije, Egypte, Syrië, enz.) Veel republieken gingen in de richting van een nieuwe dynastie: Saddam Hussein in Irak, Assad in Syrië, Gaddafi in Libië, Mubarak in Egypte, Ben Ali in Tunesië, Abdullah Saleh in Jemen. Maar de gevestigde vorstendommen hebben de Arabische lente uiteindelijk veel beter doorstaan dan de republieken.

Een deel van het antwoord ligt ook bij Bashar al-Asad, de eerste autocraat die met succes de macht overnam op grond van familiebanden. Anderen die dit ook probeerden, werden aan de kant gezet of gedood. Het toont aan dat de organisatie en meedogenloosheid van de Syrische politiestaat een klasse apart waren en zijn.

Ook speelde de migratie van het platteland naar de stad mee, na jaren van droogte en gebrek aan water voor de landbouw. Daarnaast telde Syrië begin jaren tachtig zo’n acht miljoen mensen. In 2011 waren dat er 23 miljoen – bijna het drievoud. Daardoor nam de verpaupering toe.

Ten slotte privatiseerde Assad grote delen van de staatseconomie – maar de maffiosi van het regime profiteerden ervan. In feite werd het gebruik van de staat als plundermachine gelegaliseerd.

En wat nu? Moet Assad deel uitmaken van de coalitie tegen IS of niet? Natuurlijk zegt het regime in Damascus ‘ja’ – en dat geldt ook voor Rusland en Iran. Deze drie begrijpen, sluw als ze zijn, dat de opkomst van IS de overlevingskansen van het regime ten goede komt.

Ook in het Westen gaan steeds luidere stemmen op voor deze optie, voornamelijk vanwege onze eenzijdige focus op IS en onwil om Westerse grondtroepen in te zetten. Maar IS valt nu eenmaal niet alleen vanuit de lucht te verslaan. De coalitie heeft IS tot staan gebracht, heeft haar uit de Koerdische gebieden verdreven en heeft de Yazidi’s gered. Maar de greep van IS op zijn Arabische soennitische gebieden lijkt nog altijd stevig.

Dus maakt Assad onderdeel uit van een oplossing? Tot nu toe hebben de VS en Europa deze vraag met ‘nee’ beantwoord. Maar een strategie ontbreekt. De politieke wil is er domweg niet.

Ik heb betoogd dat samenwerking met Assad uit den boze is. Toch lijkt het die kant op te gaan. Voor de Westerse afzijdigheid zijn veel excuses. De VS geven voorrang aan Irak. En Syrië is al tientallen jaren het jachtterrein van de Sovjet-Unie en vervolgens Rusland. De luchtaanvallen van de coalitie in Syrië zijn er niet vanwege Syrië – nee, zij moeten ervoor zorgen dat IS geen veilige basis krijgt om van daaruit in Irak te vechten.

Obama is vastbesloten om niet in het Syrische moeras te worden gezogen. En de Amerikaanse bevolking steunt hem daarin. Meer betrokkenheid gaat ook in tegen zijn beleid om de VS losser te maken uit de ondankbare puinhoop van het Midden-Oosten. Daarom koos hij voor actie uitsluitend gericht tegen IS. Zowel in de VS als in Europa is er steun voor aanvallen op de islamitische extremisten.

Maar IS bestaat niet in een vacuüm. Zij maakt deel uit van de brede instorting van de staat en van de sociale en politieke chaos in Irak en Syrië. Dit is voor een deel te wijten aan de interventies van oud-president Bush, maar de voorwaarden voor deze meltdown waren er al.

Ik heb dus begrip voor Obama’s terughoudendheid. Anders dan Irak is Syrië geen puinhoop waarvoor de VS verantwoordelijkheid dragen. Waarom zouden ze de lasten overnemen van wat in de eerste plaats het probleem van Rusland en Iran moet zijn? Een interventie kan lang duren, de gevolgen zijn groot en de kosten hoog. Dat alles valt lastig te verdedigen als ‘urgent nationaal belang’. Europa is het daar mee eens.

Maar wat dan? Over voormalig Joegoslavië zei men: ‘Laat het vuur uitbranden.’ Dat werkte niet. In Syrië zal het ook niet werken. Al was het maar om de grote zorg van Europa: de vluchtelingen.

De meeste van hen vluchten niet voor IS, zoals vaak wordt gedacht. De gebieden die IS in handen heeft, zijn betrekkelijk spaarzaam bevolkt. De meeste mensen slaan op de vlucht voor het geweld van het regime, voor de vatenbommen bijvoorbeeld (meer dan 20 duizend bommen en zesduizend burgerdoden in de afgelopen elf maanden). Zij keren niet terug zolang Assad aan de macht is.

En als IS wordt verslagen, wie neemt dan de macht over? Waarschijnlijk is het regime in de beste positie. Maar de opstand begon vanwege het bruut neerslaan van vreedzame protesten. Is het denkbaar dat de helft van de bevolking werd verdreven, dat 260 duizend mensen werden gedood en dat Assad dan zonder enige concessie verder regeert over een verenigd land omdat zij allemaal ‘terroristen’ waren?

‘Verenigd land’ is het sleutelbegrip. Amerikaanse generaals hebben openlijk in twijfel getrokken dat Syrië en Irak ooit als nationale staten (volgens onze begrippen) zullen herrijzen. Daarvoor is een politieke oplossing nodig.

Maar hoe kan Assad deel van een oplossing zijn? Assad treedt niet af en er komt ook geen overgangsbewind, verklaarde minister Muallem vorige week. Geen sprake van. En Iran en Rusland staan als één man achter Assad.

Het onlangs gesloten nucleaire akkoord heeft er niet toe geleid dat Iran ‘opener’ staat voor samenwerking met Amerika, om zo tot een regionale oplossing te komen. De miljarden die vrijkomen, zullen eerder Irans oorlogsinspanningen ten goede komen, zoals versterking van Assad. Rusland en Iran zullen hun zero-sum spel voortzetten. Zij zullen het Syrische regime door dik en dun steunen.

Deze wanhopige impasse is een voedingsbodem voor sektarisme en soennitisch extremisme. Voor de meeste tegenstanders is niet alleen Assad, maar zijn hele systeem onaanvaardbaar. Over het opkrassen van Assad valt voor hen niet te onderhandelen. De kans dat de VN door bemiddeling tot een oplossing kan komen, is dus niet erg groot - tenzij een doorbraak volgt op het slagveld. Maar die is momenteel niet in zicht.

Waarschijnlijker is een voortzetting van de ‘dynamische patstelling’. In dat geval valt Syrië als land geleidelijk verder uiteen. Het regime kan het ‘nuttige Syrië’ verdedigen: de kust, de grenzen met Libanon, Hama, Homs en de Damascus regio, mogelijk Aleppo. Mocht Assad de burgeroorlog niet winnen, dan is dit voor Rusland en Iran een ‘plan-B’.

Dit kan een tussenstap zijn – maar stabiliteit brengt het niet. Herwint Assad het initiatief, met hulp van zijn machtige en gemotiveerde bondgenoten, dan zal hij het hele land willen heroveren. Omgekeerd is voor de oppositie een oplossing zonder Damascus niet aantrekkelijk. Onder internationale druk kan de oppositie misschien enclaves voor minderheden als de Alawieten en de Druzen aanvaarden, als deel van een federale staat. Maar de gefragmenteerde chaos kan lang duren.

Beide scenario’s lijken ver weg. Mochten Irak en Syrië uiteenvallen, dan zullen de stukken vermoedelijk invloedszones worden voor andere mogendheden. Want ze zijn te zwak om op eigen benen te staan.

En Rusland? Poetins offensief tegen de politieke islam is populair in eigen land. En er zijn oude banden tussen Rusland en de Grieks-orthodoxe gemeenschap in Syrië. Grieks-orthodoxe denkers waren prominent in de seculiere en nationalistische ideologie van de Baath partij. Rechtse Europeanen zijn bekoord door Poetins visie dat de islamisten het grootste gevaar zijn, niet Assad, en dat de islamisten de golven vluchtelingen naar Europa stuwden. Door dit gevoel uit te baten, bevordert Rusland zijn geopolitieke belangen ten koste van de VS. En het is altijd de politiek van de Iraanse islamitische republiek geweest om Amerika op zo groot mogelijke afstand van de regio te houden.

Het Westen is er niet in geslaagd met een overtuigend tegenverhaal en bijbehorende daden te komen. De kloof tussen de traditionele bondgenoten van de VS, zoals Turkije, Israël, de Arabische Golfstaten en Egypte, groeit. We hadden onze kernwaarden van mensenrechten moeten bevorderen. Nu moeten we onze nederlaag erkennen: deze waarden zijn gecompromitteerd, wellicht fataal, en teloorgegaan in de stofwolken van de realiteit in het Midden-Oosten. Rusland en Iran hebben hun geopolitieke spel weten op te leggen – ook aan het Westen.

De beste uitkomst lijkt nu een vorm van stabiliteit om iets van een normaal leven te herstellen. De Baath-dictaturen ‘oude stijl’ hebben een kaalslag achtergelaten. Toen de Assads en Saddams hun bevolking knevelden, werd er nauwelijks aandacht aan besteed. De Baath heeft vijftig jaar geheerst. Het zal vermoedelijk nog vijftig jaar duren voordat er iets van nationale saamhorigheid wordt hersteld, zo ooit, rond Damascus en Bagdad.

Rusland en Iran hebben hun inzet tenminste duidelijk gemaakt. Maar zij alleen kunnen geen vrede brengen.

    • Marcel Kurpershoek