Reken maar dat ik een klootzak kan zijn

Zaterdag begint de Italiaanse bondscoach met het Nederlandse vrouwenteam aan het EK volleybal. Hij is hard en vaderlijk tegelijk. En perfectionistisch: „Na een nederlaag ben ik bijna depressief.”

Giovanni Guidetti begint zaterdag aan zijn eerste grote toernooi met het Nederlandse vrouwenvolleybalteam. Foto Robin Utrecht

Giovanni Guidetti pakt denkbeeldig een citroen. Hij simuleert een grimas, knijpt zijn ogen samen en bolt zijn hand. „Kijk, zo behandel ik mijn speelsters”, voorziet de volleybaltrainer zijn act van commentaar. Terwijl de bondscoach van het Nederlands vrouwenteam zijn strak gespannen vingers langzaam samentrekt: „Ik pers, ik pers, ik pers, ik pers en ik pers nóg eens, tot de laatste druppel eruit komt.”

Je bent een topcoach of niet. Dan neem je geen genoegen met 99,9 procent, dan wil je alles. Guidetti (43) vraagt het uiterste van zijn speelsters. Want die intensiteit beschouwt hij als de ultieme weg naar succes. Winnen is nooit gegarandeerd, omdat een tegenstander soms beter speelt of iets meer geluk heeft, zo zit sport nu eenmaal in elkaar. Maar Guidetti wil zichzelf nooit verwijten, dat hij ook maar het kleinste detail over het hoofd heeft gezien.

De Nederlandse internationals, die zaterdag tegen Slovenië aan het EK in eigen land beginnen, hoor je niet klagen. Die wilden na het warme nest van Avital Selinger en de gebrouilleerde periode met Gido Vermeulen een coach die hen naar de top kan brengen. Die hebben ze, want Guidetti kan een glansvol curriculum vitae overleggen. De hoogtepunten daaruit: met de Duitse nationale ploeg tweemaal zilver op het EK en met het Turkse clubteam Vakifbank Istanbul tweemaal winnaar van de Champions League.

Speed, speed en nog eens speed

Guidetti is allesbehalve een rolbevestigende Italiaan, zegt hij met milde spot. „Want die is lui. En dat ben ik pertinent niet. Verre van dat. Ik wil altijd meer, langer en harder werken dan de concurrentie. Ik wil aan een wedstrijd beginnen met het gevoel dat wij meer werk hebben verzet dan de tegenstander. Geen training verloopt daarom gezapig. Zelfs tijdens mijn rustige trainingen is er speed, speed en nog eens speed.”

En maar pushen, heel veel pushen, zegt Guidetti. „Ik zal nooit minder dan honderd procent accepteren. Een speelster kan me niet kwader krijgen dan als excuus aan te voeren: ‘Ja maar, het was maar één foute bal.’ Al waren er dertig goed en de 31ste fout, dan nog zal ik er wat van zeggen. Elke bal, en dat bedoel ik élke bal, is belangrijk. Reken maar dat ik soms een klootzak ben. Daar staat tegenover dat ik ook als een vader voor mijn speelsters kan zijn. En hoe vaak ik ze ook heb gefrustreerd, voor aanvang van een belangrijk toernooi laat ik duidelijk merken dat ik ze volledig vertrouw. Dan verandert mijn toon en laat ik ze voelen dat ik ook mild en meelevend kan zijn.”

Guidetti’s arbeidsethos is ongeëvenaard. En daarmee ook die van de Nederlandse internationals. Buiten wedstrijden en toernooien wordt er zeven dagen per week getraind, volgens het ritme van ’s ochtends tweeënhalf uur ‘kracht’ en ‘individueel’ en ’s middags drieënhalf uur teambuilding. Veel? „Come on”, riposteert Guidetti in sappig Engels, „Tiger Woods werkt elke dag aan zijn swing. Die slaat dagelijks 500 ballen. Dan heb je het over de beste golfspeler ooit. Als Tiger Woods elke dag beter wil worden, waarom volleybalsters dan niet? Topsport betekent in mijn ogen elke minuut, elk uur, elke dag jezelf willen verbeteren, voortdurend blijven streven naar perfectie.”

In een teamsport bij uitstek schenkt Guidetti uitgesproken veel aandacht aan het individu. Hij praat en werkt veel met speelsters afzonderlijk, uitgaande van het adagium: verbetering van het individu betekent automatisch verbetering van het team. Guidetti heeft een speciaal oog voor de speelsters die tijdens wedstrijden weinig aan spelen toekomen. De coach op warme, didactische toon: „Die zijn heel belangrijk voor mij. Zij maken de minste punten en blijven grotendeels buiten de schijnwerpers. Soms maakt een speelster in één seizoen maar vijf punten. Maar die kunnen wel doorslaggevend zijn. Daarom zijn zij zo belangrijk. En dat gevoel zal ik ze blijven geven. Zij houden het team scherp.”

Kom bij Guidetti niet aan met de term basisteam. Natuurlijk kan hij maar zeven speelsters gelijktijdig het veld opsturen, maar in zijn benadering bestaat de ploeg uit alle veertien speelsters. „Ik spreek al mijn energie aan om iedereen gelukkig te maken. Alle speelsters krijgen een opdracht mee. Iedereen moet blij en tevreden zijn, want ik geloof heilig in het team. Dat beschouw ik als een orkest, waar de eerste violist net zo belangrijk is als degene die triangel speelt en hooguit twee keer per uur een maat slaat.”

Hij grijpt naar alle middelen

Een ploeg met Guidetti’s keurmerk speelt intens en met de wil om aanvallend elke bal raak te slaan en verdedigend elke bal te redden. „We zullen nooit opgeven, nooit”, klinkt het strijdlustig in Engels met een Italiaans accent. „Ik haat verliezen. Als dat dreigt te gebeuren, grijp ik naar alle toelaatbare middelen om alsnog te winnen; word ik boos op de speelsters of zoek ik ruzie met de scheidsrechters. Na een nederlaag ben ik bijna depressief en kan ik iedereen wel ‘vermoorden’. Ik heb dan altijd even tijd nodig om tot mezelf te komen.”

Trainen en coachen, voor Guidetti is dat een samenspel. De opvatting dat een goede trainer tijdens wedstrijden niet a priori een goede coach hoeft te zijn, gaat er bij hem niet in. En die zienswijze is ook zeker niet op hem van toepassing, vindt de Italiaan. Licht verongelijkt: „Als ik zie hoeveel belangrijke wedstrijden, medailles en cups ik de laatste acht jaar heb gewonnen, dan heb ik als coach weinig fouten gemaakt.”

Ligt ook aan de hoeveelheid informatie die hij verzamelt. Op een groot toernooi als het komende EK hanteert Guidetti met zijn trainingsstaf een strak regime. Twee stafleden werken tot diep in de nacht door om alle mogelijke informatie over de tegenstander te verzamelen om volgens Guidetti een pakketje van zeker 30 a4’tjes onder zijn kamerdeur te schuiven. Als hij om zes uur opstaat en zich zijn eerste van zo’n 25 dagelijkse kopjes koffie heeft ingeschonken, begint zijn voorbereiding op de wedstrijd. Rond negenen houdt Guidetti een teambespreking, waarbij elke speelster een drietal a4’tjes met informatie over tegenstanders krijgt. „Tot aan het aantal toiletbezoekjes van de gevaarlijkste aanvalster toe”, zegt hij gekscherend.

Hij brandt zijn ploeg volledig af

Of Guidetti na vijf maanden alle speelsters goed kent? Jaah, klinkt het zonder een spoor van twijfel. „Omdat ik ze dagelijks meemaak en ze goed observeer. Ik zie ze trainen, ik zie ze eten, ik maak ze mee in een vliegtuig. Als een speelster ’s ochtends met een rotgevoel de zaal binnenkomt, herken ik dat onmiddellijk. Dan bekommer ik me om haar. Voor mijn functioneren is het belangrijk dat ik weet wat er speelt. Ja hoor, als daar een sportpsycholoog aan te pas moet komen heb ik daar geen moeite mee. Integendeel, in Duitsland werkte ik met een mental coach in de staf. Dat is er in Nederland nog niet van gekomen. Maar op sportcentrum Papendal kan ik altijd een sportpsycholoog inschakelen als ik dat wil.”

Je zou zeggen dat speelsters die psycholoog nodig hebben als Guidetti hen in het openbaar heeft bekritiseerd. Na een nederlaag is de bondscoach bepaald geen zachte heelmeester. Als het zo uitkomt, fikt hij zijn ploeg volledig af. Maar altijd met open vizier, verdedigt de bondscoach zich. „Wat ik aan journalisten vertel, heb ik altijd eerst aan mijn speelsters verteld. Als ze shit hebben gespeeld, kan ik moeilijk zeggen dat het goed was. En zij mogen tegenover de pers ook kritisch over mij zijn. Ik wil een open en eerlijke relatie. Hoe meer ik in ze geloof, hoe kwader ik word. Ik accepteer niet dat een speelster onder haar niveau presteert. Kom op zeg, als je jezelf niet respecteert, hoe kun je dan het team respecteren?”