Paaipolitiek

Waarom heeft de minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur zijn excuses niet aangeboden aan professor George Maat, de onderzoeker wiens goede naam hij publiekelijk besmeurde na ‘onthullingen’ in de media? Omdat Maat tijdens een halfbesloten lezing over de werkwijze van het Landelijke Team Forensische Opsporing beelden getoond had waarop stoffelijke resten van passagiers van vlucht MH17 te zien waren geweest, werd hij aan de schandpaal genageld. De minister bestempelde zijn gedrag als „buitengewoon ongepast en onsmakelijk.” De man werd op non-actief gesteld.

Nu is het beeld gekanteld – Maat hield zich wèl aan de regels, voor zover die er waren, het beeldmateriaal bleek aangeleverd door het team dat hem daarna op non-actief stelde. Ook anderen hielden zulke lezingen. Dat Maat eerherstel krijgt, is slechts te danken aan hemzelf, aan de wetenschappers die het voor hem opnamen en aan de Kamerleden Omtzigt en Sjoerdsma – soms lijkt het of die twee als enigen echt oppositie voeren. Als Van der Steur een heer was geweest – maar Van der Steur is een beetje een nep-heer. De minister: “In voorkomende gevallen bij grootschalige en complexe identificaties wordt niet uitgesloten dat opnieuw een beroep zal worden gedaan op de expertise van professor Maat.”

Ach, nou ja, een incident – er is iedere dag wel ophef. Van der Steur dreigt alweer te struikelen over de foto’s van Volkert.

Maar zet een hoop van zulke incidenten achter elkaar, en je ziet het patroon. Opgejut door #ophef doet de gevestigde politiek uitspraken en beloftes, die vervolgens niet hard te maken zijn. De gespeelde ontzetting van Dijsselbloem over de naheffing uit Brussel verschilt in niets van de ontsteltenis van Van der Steur over de lezing van Maat. Het is hetzelfde repertoire dat onze minister-president doet roepen dat er geen cent meer naar de Grieken gaat. Inmiddels is de naheffing allang betaald, is professor Maat weer aan het werk en gaat er nog eens 58 miljard naar de Grieken.

Wat doet dat met een samenleving? Er wordt nog steeds gedaan of het populisme een bedreiging vormt voor de rechtstaat – vorige week nog, toen Geert Wilders de Tweede Kamer een “nepparlement” noemde. Wilders zit inmiddels bijna langer in de Kamer dan koningin Victoria op de troon heeft gezeten, maar zijn beschimpingen van de gevestigde orde vanaf de zijlijn lijken me niet het grootste gevaar voor het maatschappelijke vertrouwen.

Kijk naar de documentaire Onder de oppervlakte van Digna Sinke, die deze week in roulatie gaat. Dit bedaarde relaas over de politieke perikelen rondom de voorgenomen ontpoldering van de Zeeuwse Hedwigepolder (ach ja!) laat terloops zien hoe Nederlandse politici zelf het vertrouwen in de politiek verder uithollen.

Dat de Zeeuwse polder teruggegeven gaat worden aan de natuur staat vanaf het begin vast – er is gewoon een verdrag met België ondertekend. Wat volgt is een jarenlange politieke soap, waarin door opeenvolgende kabinetten gretig wordt meegespeeld: draaien, vleien, traineren, sussen, liegen, nog maar weer eens een commissie, eerst wachten op het zoveelste rapport.

Je kijkt er met verbazing naar, hoeveel knulligheid kan een land verdragen? Totdat je doorkrijgt hoe het werkt. Balkenende, Verburg, Bleker, Rutte – deze generatie politici doet geen enkele poging het draagvlak voor die ontpoldering bij de Zeeuwen te vinden, maar probeert die zo lang mogelijk te paaien met beloftes en halve beloftes waarvan men weet dat die niet kunnen worden waargemaakt.

Dat Rutte het permanent verhitte Zeeuwse Statenlid Robesin voorhoudt dat de Hedwigepolder niet onder water zal worden gezet, zolang hij voor de Eerste Kamer maar op de coalitie van Rutte I stemt, is geen voorbeeld van de politicus die de oren laat hangen naar het volk. Zo wordt de invloed van het populisme immers altijd voorgesteld. Wat je ziet is iets anders: dat Statenlid – en alle boze Zeeuwen met hem – wordt op een handige manier genaaid.

Ja zeggen, nee verkopen. Er is iets besloten, maar men doet alsof het niet zo is. Er moet iets betaald worden, maar men doet net alsof het als verrassing komt. De minister weet dat het werk van forensische deskundigen geen kinderspel is, maar doet net alsof hij geschokt is. Daarna wordt er met veel omhaal en mist bakzeil gehaald. Het is deze paaipolitiek die de burger uiteindelijk steeds meer van de politiek vervreemdt.