Krankzinnig kalm

John Jansen van Galen wandelt langs psychiatrische inrichtingen. Wat goed is voor „oververhitte geesten”, is ook goed voor de wandelaar.

Vanuit station Ermelo ga je meteen de oprijlaan van Veldwijk in. ‘GGZ’ staat op een bord bij de ingang, geestelijke gezondheidszorg, en je zou bijna willen dat je iets mankeerde want je belandt er in een ware idylle: een park in Engelse landschapsstijl waardoor een beekje met helder water kabbelt, een majestueuze muur van rododendrons steekt fraai af tegen lage gebouwen van kloeke baksteen met rode pannendaken.

Aan de overzijde van het spoor vind je achter beukenhagen tussen sterretjesmos de half vergane zerken van een begraafplaatsje waar tussen 1886 en 1908 patiënten en personeel van de psychiatrische inrichting ter aarde besteld werden. „Rustplaats voor onze lieve zuster.” Je volgt door berken omzoomde bospaden waar de zon beweeglijke zonnevlekken op strooit, passeert een oud kerkje met een sierlijke toren, leest richtingaanwijzers naar de Transitkliniek en de Detox en ziet midden op een grote weide een majestueuze, vergelende acacia staan. Het is net of je de royaal door groen omgeven buitenwijk van een welvarend Amerikaans stadje doorkruist.

Krankzinnigenverpleging vond vanaf omstreeks 1850 buiten de steden plaats. In de rust en ruimte van de natuur moesten, ver van de prikkels van het stedelijk leven, de ‘oververhitte geesten’ van ‘zinneloze zielen’ schoon waaien. Uitgestrekte landgoederen werden aangeschaft waar complete minimaatschappijen verrezen, praktisch zelfvoorzienend, en met hoge hekken omheind, opdat de ‘gekken’ niet konden ontsnappen aan het medisch regime. Als kind zag ik ze, met enige huiver, in groepen wandelen door het bos rond de inrichting Wolfheze, met een verwezen, starre blik moedeloos voortsjokkend.

Die hekken zijn in het kader van modern beleid allang gesloopt en de meeste paviljoens van de voormalige instellingen staan leeg of zijn tot appartementen verbouwd. Het is wel origineel om in de schier onuitputtelijke reeks van thema’s voor wandelroutes nu eens te kiezen voor psychiatrische inrichtingen. Er heersen nog steeds rust en ruimte en je vindt er gemakkelijk aansluiting op wandelpaden naar heidevelden of duinen in de wijde omgeving.

Na bij Warnsveld het terrein van Groot Graffel doorkruist te hebben loop je langs de Berkel over fraaie landgoederen, van Wolfheze volg je de beek langs de Wodanseiken naar de heide, van Meer en Berg bij Santpoort (de oudste inrichting van Nederland) en Duin en Bosch bij Castricum ga je de duinen in en van Brinkgreven bij Schalkhaar door het Sallandse coulissenlandschap, van de Willem Arntsz Hoeve bij Den Dolder (het slagveld van de Strijd om Dennendal, 1974) wandel je naar de golvende zandverstuivingen van Soestduinen. Het lijkt hoer helemaal niet ‘te gek om los te lopen’.

„Ik luister…”, staat bij de spoorwegovergang in Ermelo. ,,Lijkt je leven uitzichtloos? Wat je verhaal ook is, ik luister graag, 0900-0113.” De verpleeginrichtingen verrezen vaak dicht bij spoorstations, opdat de familie gemakkelijk op bezoek komen. Maar zo werd ongewild ook een gerede mogelijkheid geboden aan patiënten die een eind aan hun leven wilden maken. En nu is die ligging, navrant genoeg, heel prettig voor de wandelaar die met het OV reist.

Is het geen naar idee: wandelen over het terrein van een psychiatrische inrichting? Wordt het geen aapjes kijken? Er zijn in het algemeen weinig cliënten meer aanwezig, en degenen die we denken te herkennen zijn met de rollator of een boodschappenkarretje op weg naar het dorp om boodschappen te doen. Ze groeten soms zwierig, en van de huiver die mij als kind beving bespeur ik niets meer. Op het terrein van Zon & Schild is zelfs een restaurant dat Het Raakpunt heet en waar cliënten de gasten vriendelijk bedienen, zij het niet altijd even adequaat.

Behalve op het gebied van parkaanleg – waterpartijen, verrassende doorkijkjes, boscoulissen, statige lanen – is er ook veel te zien aan architectuur. De stoere bakstenen bouwwijze van de gebouwen moest optimisme ademen over een terugkeer naar de echte maatschappij, waar meestal niets van kwam. Nu vinden ‘opvang’, ‘zorg’ en ‘begeleiding’ weer in de stad plaats en zijn de terreinen van psychiatrische inrichtingen het domein van wandelaars geworden.

    • John Jansen van Galen