Column

Kloof oost en west niet zo diep als het lijkt

Hét thema deze week was de nieuwe scheidslijn in Europa: oost versus west. Door de vluchtelingencrisis stonden ‘oude’ en ‘nieuwe’ EU-landen lijnrecht tegenover elkaar. De Hongaarse premier Victor Orbán sprak niet meer met zijn Oostenrijkse collega Werner Faymann en verweet Duitsland „moreel imperialisme”. De Slowaakse premier Robert Fico wilde geen „moslims die moskeeën bouwen”. Zijn partij dreigt uit de Europese socialistische ‘familie’ te worden gezet. En Europees president Donald Tusk, zelf een Pool, was ongelukkig omdat de ministers van Binnenlandse Zaken – aangevoerd door een Luxemburger – Tsjechië, Hongarije, Roemenië en Slowakije hadden weggestemd tijdens een dispuut over de (her)verdeling van vluchtelingen over lidstaten.

Tja, zo gaat dat in Europa. Afgelopen jaren, tijdens de eurocrisis, stonden noord en zuid elkaar nog naar het leven. Er zouden zelfs een ‘zeuro’ en een ‘neuro’ komen; herinnert iemand zich dat nog? Maar deze zomer, tijdens de hysterie over het derde leningenpakket voor Athene, deden Spanjaarden en Portugezen bijna bitser tegen Griekenland dan Duitsers en Nederlanders. Duitse universiteiten zwaaien tegenwoordig met enorme beurzen voor jonge academici uit Madrid en Lissabon. En veel zuidelijke landen, Italië voorop, steunen Merkel in haar gematigde politiek jegens Rusland.

Over de kloof tussen noord en zuid hoor je dus weinig meer. Zou het kunnen dat de breuk tussen oost en west, die nu voorpagina’s haalt, ook snel weer enigszins heelt?

Alles wijst erop. Ten eerste worden er alweer bruggen geslagen: Orbán en Faymann waren donderdag op de EU-top in Brussel druk in gesprek. Merkels zusterpartij CSU haalde Orbán als held binnen. Ten tweede klopt de kloof aardrijkskundig niet zo. Vier Oost-Europese ministers stemden tegen het verdelen van vluchtelingen, maar andere Oost-Europeanen waren vóór – de Pool, bijvoorbeeld, en de Sloveen. En wie willen er niets te maken hebben met Schengen-issues, en blijven er bij voorbaat van herdistributie verschoond? Juist, drie West-Europese landen: Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken.

Zo werkt Europa. Alle ministers en regeringsleiders komen met nationale wensen en hang-ups naar Brussel. Diegenen die binnenkort verkiezingen hebben en thuis als goede ‘vaderlanders’ gezien willen worden, gaan met twee gestrekte benen de onderhandelingen in. Met inhoud heeft het soms weinig te maken.

Niemand kan ontkennen dat West-Europa vaak liberaler denkt dan Oost-Europa. Ook heeft west meer multiculturele ervaring dan oost, dat al decennia etnisch homogeen is. Die verschillen zijn van diverse kanten uit opportunisme bedenkelijk hard aangezet. Nu hebben zij baat bij het omgekeerde. Europa moet door. Het volgende conflict komt eraan.

De discussie is verlegd van intern-Europese problemen naar externe problemen: de ministers stemden dinsdag over solidariteit binnen Schengen, de regeringsleiders beloofden woensdag geld voor opvang in de regio en meer inzet om de oorlog in Syrië te beëindigen. Dat betekent dat de militaire optie, die eerder in verwarring werd gesmoord, weer op tafel ligt. Het betekent ook dat we iets ‘moeten’ met Rusland, dat in Syrië is gaan vechten. Zo dwingt de vluchtelingenkwestie Europa tot belangrijke geopolitieke stellingnames.

Als het op Rusland aankomt, gaan in Oost-Europese landen alle stekels overeind. Angst voor Rusland dreef hen de EU in. Beleid jegens Syrië raakt hen ineens direct, vanwege de Russische connectie. Ze moeten dus coalities smeden in Europa, begrip kweken bij andere landen. Daarvoor moet je bruggen bouwen, niet opblazen.