Jeugd is een verzinsel

Joyce Roodnat

De lessen van Venetië. Michiel de Ruyter. Sarah Lucas. Paolo Sorrentino. Umberto Eco.

In Nederland wordt er gekibbeld over de Gouden Kalveren. (Wanneer leren filmproducenten nou eens dat a) calimerogedrag altijd lachwekkend is maar helemaal als je een grootscheepse film als Michiel de Ruyter maakte, en dat b) élke film een „publieksfilm” is, in de megaplex én in het arthouse.) Ze doen maar. Ik zit lekker in een Venetiaans ov-bootje dat vaporetto heet – alsof de stoomvaart nog bestaat. Het tuft me naar de Biënnale van Venetië, de tweejaarlijkse showcase voor hedendaagse beeldende kunst op wereldschaal. Met kunst van Zuid-Korea tot Zwitserland en alles wat daartussen ligt. En eromheen. Ik raak aan de praat met een Nederlands stel. Kunsttoeristen, net als ik.

„Wat hebben jullie gezien? Wat mag ik niet missen?”, vraag ik.

„Níet naar het Engelse paviljoen gaan!” antwoorden ze. „Sla dat over. Het is ver-schrik-ke-lijk!” Aan wat ze wél goed vonden, komen we niet toe, zo acuut is hun weerzin. Hoe heet de kunstenaar? Dat weten ze niet meer en ze willen het niet weten ook.

De vaporetto legt aan, ik ga het Biënnalepark in. Het Nederlandse Rietveldpaviljoen met herman de vries moet wachten, ik steek direct door naar het Britse gebouw. Negatief of positief, kunst die zulke heftigheid teweeg brengt, dat moet wel wat zijn.

Daar slaat de Britse beeldenmaakster Sarah Lucas toe met provocerende afgietsels van reusachtige uitgelubberde ballonnen die onmiskenbaar verwijzen naar scrotums en fallussen van de oudere man. Er zijn ook gipsafgietsels van het jonge vrouwenlichaam in al zijn balorige ellende. Vaak met een sigaret in een lichaamsopening waar zo’n sigaret niks te zoeken heeft – as zijn we en tot as zullen we wederkeren.

Ver-schrik-ke-lijk. Zeker. Maar dan in de zin van confronterend. Lucas raakt aan de rauwe waarheid: schoonheid? vergeet het maar. Fysieke schoonheid is een bedenksel. Dit is wat we zijn. Je schrikt ervan, tot je begint te giechelen.

Of tot je kwaad wordt, en dat is net zo begrijpelijk. Deze kunst biedt geen vluchtroute. Je kunt niet aan de betekenis voorbijgaan zoals bij zo’n middeleeuws gruwelijk schilderij van de hel waar je alleen kijkt naar hoe mooi het is. Je kunt weglopen, maar daar is Sarah Lucas te sterk voor. Graag of niet, het fascineert, en vervolgens blijft het je bij.

Er blijft me veel bij, deze Biënnale. Het werk van de Zwitserse Pamela Rosencrantz over het standaardroze dat in Europa sinds eeuwen als ideale huidskleur wordt aangehouden. De grote, letterlijk op hun kluit rondwandelende bomen (echt waar) van Céleste Borsier voor Frankrijk. Labour in a single shot van wijlen Harun Farocki uit Duitsland: 450 volmaakte mini-films die me, de een na de ander, over vijf schermen omringen met de betekenis van arbeid. Een Oost-Duitse suppoost verveelt zich naast een prehistorisch skelet. Een Egyptische slager hakt een kalfskop tot vlees en voert een stukje aan de kat. Twee straatartiesten, lookalikes van Stalin en Lenin, gaan met een jongetje op de foto.

Om af te kicken vaar ik naar het begraafplaatseiland San Michele. Op het graf van de balletimpresario Diaghilev dansen te zijner ere achtergelaten balletschoentjes. Naast hem liggen Igor Stravinski en zijn vrouw Vera. Lief. Rust.

Hé! Daar zijn de graven van de Stravinski’s alweer. In de bioscoop, in de film Youth, de nieuwe van Paolo Sorrentino. Youth? Niks jeugd. Deze film plukt aan de ouderdom. Sorrentino’s La grande bellezza was opgewonden beukend, Youth is glashelder, kalm en droogkomisch. Met het kuuroord (witte badjassen, gerimpelde lijven) uit Fellini’s meesterwerk 8 1/2 als uitgangspunt en met Michael Caine (82) en Harvey Keitel (76) in de hoofdrollen, ontrafelt Sorrentino de noodzaak van herinneringen. Ze zijn troostrijk, maar ze zijn meer. Ze geven je leven zin.

Youth lanceert me, terug naar de Biënnale. Italië’s bijdrage: een videogesprek met de schrijver Umberto Eco. „Als ik ‘ik’ zeg, bedoel ik mijn geheugen” zei hij. Ja, hij is oud, en hij vergeet soms iets, een woord, een naam, waar iets ligt. Onbelangrijke dingetjes. Maar uit zijn jeugd komen er juist steeds meer ongelooflijke details boven. Hij verwacht dat hij zich op zijn sterfbed zijn hele leven zal herinneren. Daar ziet hij naar uit.

    • Joyce Roodnat