De ooievaar

Toen ik de houten ooievaar uit de vensterbank weghaalde, bekroop me een schuldgevoel. Afgelopen voorjaar, vlak na de geboorte van onze dochter, streek een knobbelzwaan neer in de gracht voor het huis. Na een week viel op dat de zwaan juist voor onze woning bijzondere belangstelling had. Eerst terloops maar steeds opvallender, zodat wij ons bespied waanden. Toen ik eens van buiten meekeek, viel het kwartje: de zwaan had een oogje op onze ooievaar. Terwijl wij ons het hoofd braken wat te doen, nam de zwaan zelf een besluit. Op een avond stapte hij uit de gracht zelfverzekerd op de ooievaar af, keek haar eens goed aan... en sjokte vervolgens teleurgesteld de straat uit. Nooit meer teruggezien.

    • Ronald van der Horn