Dat ‘neo’ van de liberalen is slimme propaganda en is gewoon 19e eeuws

Het is boeiend om te zien hoe politiek en media reageren op de radicaal linkse bewegingen die her en der in de oude democratieën de kop opsteken. Syriza in Griekenland, Podemos in Spanje, Bernie Sanders bij de Democraten in de VS, Jeremy Corbyn bij het Britse Labour: ze roepen voornamelijk gevoelens van weerzin op.

Met het plakken van etiketten probeert men wel eens de inhoudelijke discussie uit de weg te gaan.

Het zou gaan om extremisten, populisten, naïeve idealisten, marxisten. Radicaal links wordt ook dikwijls weggezet met kwalificaties als ouderwets, achterhaald, niet van deze tijd. Het is waar, de wortels van het nieuwe radicale links liggen in de 19e eeuw.

Maar hoe zit het met de rechtse beweging, het zogeheten neoliberalisme? Waar komen de ideeën omtrent de zegeningen van de globale vrije markt, van deregulering en denivellering vandaan?

Jawel, uit de 19e eeuw. Dat ‘neo’ blijkt slimme propaganda. De massa van de gewone burgers heeft in oude tijden al eens aan den lijve ondervonden wat het radicale liberalisme betekent. Juist als reactie op de fatale werking ervan zijn de linkse partijen en de vakbonden opgekomen.

Zijn we dit allemaal vergeten? Gaan we in Europa en in Amerika terug naar die rampzalige toestanden? De gevestigde politiek en de media zijn er kennelijk niet beducht voor, integendeel. Nooit hoor je dat het neoliberalisme wordt weggezet als ouderwets en achterhaald.

Auteur van Waarom de mensen balen van de politiek