Door weg te gaan bleef ik trouw aan mezelf

De Sloveense mezzosopraan Barbara Kozelj (37) deed het conservatorium in Den Haag en vond de liefde in Nederland. Met het Nederlands Kamerorkest zingt ze nu een liederencyclus over haar leven. „Ik mis hier soms iets van de Slavische warmte.”

Foto Andreas Terlaak

Speelgoedpiano

„Ik kom uit een klein dorp in Slovenië, Predoslje. Uit het raam van mijn kamertje zag ik de bergen. Zingen deed ik altijd. Mijn oma woonde bij ons in huis, zij stimuleerde me. Ze zong zelf prachtig en speelde daarnaast mondharmonica, citer en kam-met-vloeipapier. Toen ik vier was, gaf ze me een speelgoedpiano. Daarop speelde ik alle liedjes die ik kende na, urenlang. En niemand mocht me helpen. Mijn ouders waren fabrieksarbeiders, mijn moeder zong daarnaast in het kerkkoor en mijn vader was amateuracteur. Het Nationaal Toneel in Ljubljana heeft hem een keer benaderd om professional te worden, maar daar bedankte hij voor: zo’n leven was hem te onzeker, te onregelmatig. Het gelukkigst is hij thuis onder de appelboom. Vanaf mijn zesde had ik echt pianoles. Toen ik een vervolgopleiding moest kiezen, wist ik heel zeker dat ik naar het conservatorium wilde. Dat was moeilijk voor mijn familie. Er zijn veiliger wegen naar een goed leven, zeiden ze. Maar muziek was mijn weg. Eerst de piano, maar toen ik een keer de zangstudenten had mogen begeleiden wist ik: dit is wat ik écht wil. Ik ben afgestudeerd als pianist en daarna verder gegaan met zang. Een enorme opluchting. Piano studeer je alleen, urenlang in een kamertje. En nu mocht ik opeens zingen, met mijn gezicht naar het publiek staan! Alles eraan voelde makkelijk, natuurlijk, blij en vrij. De tekst, het theatrale dat bij het zingen hoort, ervoer ik ook als een grote verrijking. Woorden maken expressie voor mij veel makkelijker.”

Schuld

„Zingen in het World Youth Choir heeft daarna mijn wereld opengebroken. Een maand lang werkte ik daarin samen met zangers uit veertig landen, de eerste keer in Japan. Ik kocht daar mijn eerste klassieke cd’s. Mozarts Requiem met John Eliot Gardiner, Schumanns Frauenliebe und -leben met Anne Sofie von Otter en Bengt Forsberg. Ik heb erom gehuild als een kindje. Het was allemaal zó leuk en spannend. Toen ik terugkwam, leek Ljubljana te klein. Ik wilde weg. Ik bleef trouw aan mezelf, maar deed mijn allerliefsten daardoor pijn. Nog voel ik me daar schuldig over. Maar nu ze me zien bloeien, zijn ze thuis ook gelukkig over mijn keuzes.”

Temperament

„Via mijn toenmalige vriend belandde ik op mijn 22ste op het conservatorium in Den Haag. Ik heb ook gekeken in Wenen, maar die stap was te groot. In Nederland voelde ik me geaccepteerd, maar muzikaal was de start na de eerste euforie wat stroef. Men wilde me afremmen in mijn gretigheid en ambitie en daar werd ik ongelukkig van. Hoe weet je dan of dat gevoel onderdeel is van een groeiproces, of dat je jezelf geweld aandoet? Gelukkig vond ik in Sasja Hunnego en Phyllis Ferwerda een docente en een coach die me mijn temperament juist lieten omarmen. Toen viel alles op zijn plaats en kon ik mijn eigenheid gebruiken om technisch beter te worden. Aan de postdoctorale Dutch National Opera Academy ontmoette ik vervolgens mijn grote liefde, regisseur Pepijn Cladder. Zo ben ik hier gebleven.”

Nederland

„Als je in Amsterdam over het Singel naar het Centraal Station fietst, lees je ergens de tekst: thuiskomen is niet hetzelfde als thuisblijven. Dat trof me. Als ik met het vliegtuig land op Ljubljana en ik zie de bergen, ben ik aangedaan. Ze zijn een symbool geworden van wat was. Maar ik heb de afgelopen tijd veel gereisd en merkte dat het weerzien met Nederland met al die platte vakjes ook zo’n soort gevoel losmaakte. Ik heb mijn thuis dus niet verloren, ik heb er twee. Nederlanders zijn recht door zee. ‘Zo, wat zie jij er slecht uit!’ Meestal benijd ik die directheid, maar niet altijd. Mijn verhouding met beide landen en culturen is als een weegschaal die voortdurend heen en weer helt. Dat Nederlanders bevriend zijn met hun kinderen en die dan soms op hun 18de op kamers laten gaan, is voor een Sloveen volstrekt onvoorstelbaar. Je bouwt een familiehuis en zet er voor je kind een etage bovenop. Iedereen heeft ook een duidelijke rol in dat familieverbond – zus, dochter, moeder, enzovoort. Wat je daarnaast doet, is minder relevant. Ik heb dat opengebroken, en daar ben ik blij om. Maar iets van de Slavische warmte, emotionaliteit en betrokkenheid mis ik soms. In de opvoeding van mijn eigen kinderen hoop ik het beste van twee werelden te combineren. We hebben als gezin inmiddels ook een appartement in Slovenië, naast het huis van mijn ouders. Terugkeren? Zeg nooit nooit.”

Yoga

„Onze dochtertjes zijn nu vierenhalf en drie maanden. Moeder zijn voegt zeker iets toe aan wie je bent, maar toen ik eerder deze maand voor het eerst weer op het podium stond, was dat wennen. Voor een baby zorgen is heel intuïtief, op het podium heb je andere krachten nodig. Die moest ik terugvinden. Zingen is lichamelijk, na maanden rust is het spannend je adem en je spieren weer op orde te krijgen. Een goede conditie vormt dan de basis. Ik ben lang en dun, yoga bleek voor mij dé manier. Na 1,5 uur voel ik me 5 cm korter en dikker en voor mij is dat iets positiefs: een geaard gevoel beïnvloedt mijn zingen direct positief. Voor een zanger is het ook essentieel te beseffen: het is noodzakelijk je door je lijf te laten leiden. Het lichaam is intelligenter dan het verstand.”

Repertoire

„Tijdens je studie proef je allerlei soorten repertoire. Eenmaal afgestudeerd zong ik vooral veel Händel en Bach. Vervolgens had ik het geluk dat Richard Egarr van de Academy of Ancient Music me vroeg en terugvroeg, zoals dat nu met Iván Fischer en het Budapest Festival Orchestra het geval is. Ik zou graag meer scenische opera doen, maar mijn weg gaat zoals hij gaat. Ik ben vooral steeds trouw gebleven aan wat goed voelde voor mijn stem, en dat leidde tot een breed repertoire. Maar ik snap wel dat dat verwarrend is, en carrièretechnisch misschien niet het slimst. Wie zingt er nou Knigge en Monteverdi en Mozart en Strauss? Maar als je alles op je allerbest doet, met totale overgave, komt het vanzelf goed, denk ik. Ik ben geen zangeres die bij open audities tussen honderden zangers meteen opvalt. Wel een die door dirigenten en orkesten doorgaans wordt teruggevraagd.”

Dobro Do

„Op het zingen van liederen kun je geen carrière bouwen, maar ik blijf het doen, ik heb een grote liefde voor het lied. Componist Jan van de Putte heeft speciaal liederen voor mij geschreven; die zing ik komend voorjaar in de ZaterdagMatinee. En er is nu ook een cyclus over mijn leven gecomponeerd door Max Knigge (1984), op teksten van Lex Bohlmeijer. Die samenwerking was een idee van het Nederlands Kamerorkest, maar de inhoud was vrij. Lex bedacht dat mijn eigen leven het onderwerp moest zijn. In popliedjes is zo’n autobiografische insteek normaal, waarom in klassiek dan niet? En mijn verhaal raakt ook aan bredere thema’s, natuurlijk. Het volgen van je passie, de offers die dat eist, de rollen die je als vrouw speelt. Een beetje als in Schumanns Frauenliebe und -leben, maar dan anno 2015 en een vrouwenleven is sinds 1830 gelukkig een stuk uitdagender geworden. Bij het ontstaan van zowel de muziek als de tekst was ik nauw betrokken en ik ben er heel blij mee. Ik heb Max gevraagd me uit te dagen, mijn hele stembereik te gebruiken. Hij heeft ook Sloveense volksmuziek beluisterd, om die te kunnen verwerken. Het eindresultaat is heel spannend en fris geworden. Van lyrisch tot cabaretachtig, met soms een kinderliedje en een stukje Sprechgesang – afwisselend als het leven zelf. Mijn leven.”

    • Mischa Spel