Ook in rechtbank beter toetsen

Illustraties Cyprian Koscielniak

Met de derde berisping van Corine de Ruiter, nu door het Nederlands Instituut voor psychologen (NIP), werd pijnlijk duidelijk dat niet alle deskundigenadviezen, in ieder geval niet die van haar, aan de kwaliteitseisen voldoen. Zij is, bij herhaling, in een val getrapt die niet alleen voor haar een risico vormt.

Diagnoses, enkel en alleen op basis van verklaringen van en door betrokkenen, vormen een verschijnsel waarmee met name deskundigen op het terrein van familiezaken regelmatig worden geconfronteerd. Syndromen als autisme, narcisme of borderline, gesteld door (ex-)partners, zijn niet van de lucht, zonder dat er ooit echt onderzoek naar is gedaan.

In de pilot van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin bijzondere curatoren kinderen van ouders in (v)echtscheiding bijstaan, is een specifieke aanpak ontwikkeld waarmee deze valkuil wordt omzeild. In deze zaken worden door de bijzondere curatoren (BW 1, artikel 250) puntsgewijze verslagen gemaakt die aan betrokkenen worden voorgelegd. Vervolgens worden deze als bron gebruikt in de methode (triangulatie) die door de gedragsdeskundigen wordt gehanteerd. Kortgezegd komt die erop neer dat informatie wordt getoetst op geldigheid door deze met meer bronnen te vergelijken.

Zo maken de bijzondere curatoren inzichtelijk welke argumenten, meningen en processen er spelen. Daarmee worden onnodige risico’s vermeden. De pilot wordt wetenschappelijk gevolgd door bureau van Montfoort en is een initiatief van mr. Van Leuven (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch), mr. Slot en mr. Van Oijen (Rechtbank Zeeland/West-Brabant).

Bijzondere curator / rechtbankmediator

    • Liesbeth Klaver