‘Bloemendaal stikt in haar eigen politieke spel’

Burgemeester Bloemendaal

Ze wilde de verziekte politieke cultuur doorbreken. Precies die zurigheid brak haar op.

Halverwege de raadsvergadering donderdagavond, „die wéér verzandde door onenigheid”, wist Aaltje Emmens het zeker: „Hier wil ik niet langer mijn energie in steken.”

Ruim een half jaar was ze waarnemend burgemeester van Bloemendaal. Haar opdracht van commissaris van de koning Johan Remkes toen hij haar in januari aanzocht: verken de bestuurscultuur en geef een aanzet tot verbetering. Het eerste lukte, het tweede niet. Wat ze ook probeerde.

De dag na haar laatste vergadering zit Emmens (PvdA) aan de keukentafel in haar appartement aan het IJ in Amsterdam. Voor haar ligt een groot kladblok met gedachtenspinsels waar ze tijdens het interview een paar keer op teruggrijpt in een poging haar gedachten te ordenen. Haar handen trillen licht. „Vanochtend toen ik wakker werd, voelde ik me beroerd. Inmiddels gaat het wel weer.”

Wat emotioneert u zo?

Ze is even stil. Dan zegt ze: „Waarom zijn sommige mensen in de politiek in Bloemendaal niet gelukkig? Waarom zitten ze elkaar zó dwars? Wij, politici, zijn er toch om de wereld iets beter te maken? Dat mensen die verantwoordelijkheid niet nemen, vind ik heel moeilijk te verteren.”

Waarom doen ze dat niet?

„Het gekke is: de meerderheid van de raadsleden is welwillend. Maar eenmaal onder elkaar ontstaat er een vreselijk zure sfeer. Toen ik in de loop van donderdagavond de raadszaal rondkeek, dacht ik: zijn we hier nou met elkaar bezig met wat we op dit moment voor Bloemendaal moeten doen? Absoluut niet. Ik zag: we stikken hier in ons eigen politieke spel. Op dat moment kreeg ik een gevoel van algehele malaise. Het ergste is: de groep als geheel zucht naar andere omgangsvormen maar de onmacht dat daadwerkelijk te doen, is te groot.”

Hoe verklaart u dat?

„Er is een aantal raadsleden, verdeeld overigens over verschillende partijen, dat de boel telkens weet te ontregelen en daar genoegen in schept. Ze zijn bezig met afbraak in plaats van samen constructief iets opbouwen. De gave om ondanks politieke verschillen iets te realiseren is helaas dun gezaaid in de raad, ondanks het hoge opleidingsniveau. De raad komt met name voort uit dat deel van de samenleving dat gewend is dat iets wordt uitgevoerd zoals zij denken dat het moet. Dat bemoeilijkt samenwerking en het vinden van een middenweg, zoals in de politiek vaak noodzakelijk is.”

Emmens heft haar armen om een punt te maken. „Die sfeer staat in schril contrast met de bereidheid die ik in de samenleving wel vaak aantrof. De politieke en maatschappelijke werkelijkheid liggen ver uit elkaar.”

Ze vertelt over een recent bezoek aan zuster Lamberta in een klein klooster in het dorpje Bennebroek, dat sinds een aantal jaar onderdeel uitmaakt van Bloemendaal. „Een kleine wereld waarin wel de bereidheid is elkaar te helpen.” Of laatst nog, bij een bezoek aan de plaatselijke Rotary. „Dat was leuk! Opbouwend. Ik raakte helemaal geïnspireerd door die mensen.”

Tot de modderkluiten u in de raad weer om de oren vlogen.

„Ja. Precies. Nogal wat raadsleden laten zich niet corrigeren. De verharding die je in de Tweede Kamer ziet, is overgeslagen naar de raad. Letterlijk. Als ik iemand aansprak op zijn taalgebruik, kreeg ik het verwijt dat ik het debat verstoorde. ‘In de Tweede Kamer laat de voorzitter het debat ook lopen.’ Ik moest me er buiten houden. Correctie wordt in Bloemendaal niet erg gewaardeerd.”

Zou het kunnen dat men in Bloemendaal juist zo druk is met elkaar door een gebrek aan werkelijke problemen?

„Dat is wel zo, denk ik. Er is in bovengemiddeld veel aandacht voor allerlei uitvoeringszaken in de portefeuille ruimtelijke ordening waar de raad eigenlijk niet over gaat. Dat zegt wel iets.”

Wat is de oplossing?

„Als ik maar een beetje het gevoel had gehad dat er steun zou zijn voor verandering van de politieke cultuur, was ik gebleven. De gemeenteraad zegt bijvoorbeeld dat ze meer bewonersparticipatie wil, maar het wordt ingezet voor eigen politiek gewin. Niet om samen met betrokken burgers iets te realiseren. Ik hoop dat er door de stap die ik nu zet alsnog een dynamiek van verandering ontstaat.”

Dat klinkt vrij naïef gezien de ernst van de situatie in Bloemendaal.

Emmens zucht. „Misschien hebt u gelijk. Maar ik heb in mijn korte periode genoeg mensen ontmoet die wél willen dat het echt anders gaat. Daar is mijn hoop op gevestigd. Er moet namelijk iets gebeuren.”