Acht misverstanden over opvang in de regio. En hoe het dan wel zit

De ene na de andere EU-minister komt in Libanon kijken naar de vluchtelingen. Mensen die naar Europa trekken komen niet uit de kampen. Landen in de regio willen niet dat de opvang beter wordt.

Syrische vluchtelingen in het Libanese opvangkamp bij Deir Zanoun in de Bekaavallei. Foto AP/Bilal Hussein

Wanneer het konvooi van minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) terugrijdt naar Beiroet, kruist het halverwege een ander konvooi. Het is Koenders’ Noorse collega. Ook hij gaat een vluchtelingenkampje in de Bekaavallei aan de Syrische grens bezoeken.

De ene na de andere EU-minister is de voorbije weken komen kijken hoe het staat met de opvang van vluchtelingen in Libanon, en hoe die beter kan. Vaak hebben zij in eigen land gepleit voor meer opvang in de regio als de mirakeloplossing voor de vluchtelingencrisis in Europa. Maar de ministers lopen hier in Libanon meteen tegen een harde realiteit aan. Over opvang in de regio leven veel misvattingen. Acht feiten over hoe het wel zit.

1 In Libanon zijn geen grote kampen

De 1,2 miljoen Syrische vluchtelingen die bij de VN geregistreerd staan – het werkelijke aantal is mogelijk twee miljoen – wonen overal in dit land van vier miljoen inwoners. Wie het kan betalen, woont in een appartement, of in een donkere kelder voor 500 dollar per maand. De allerarmsten wonen in kleine nederzettingen.

Zo’n kampje bezocht Koenders deze week in Haouch el-Harime. Hier wonen negentig families in evenveel hutten. Elke familie moet 300 dollar per jaar betalen aan de eigenaar van de grond. Ze moeten ook elk jaar 200 dollar ophoesten voor hun verblijfsvergunning. Dat geld hebben ze vaak niet, dus velen zijn illegaal. Op 1 juli kregen ze van de VN te horen dat hun maandelijkse toelage werd gehalveerd tot 13,5 dollar per persoon.

2 De meeste vluchtelingen in de regio leven niet in kampen

Veel mensen hebben gehoord van het enorme vluchtelingenkamp Zaatari in Jordanië. Maar van de 625.000 geregistreerde vluchtelingen in Jordanië leven er slechts zo’n 100.000 in kampen. De rest probeert elders in het land te overleven.

Van de 1,8 miljoen vluchtelingen in Turkije wonen er slechts 217.000 in kampen.

3 Vluchtelingen die naar Europa vertrekken, komen doorgaans niet uit de vluchtelingenkampen

Er bestaan geen statistieken over hoeveel Syrische vluchtelingen in Europa uit kampen komen of afhankelijk waren van VN-hulp. Sommige mensen lenen geld van familie in het buitenland om de reis te maken. Maar in een kamp als Haouch el Harime zijn ze al lang blij als ze eten op tafel kunnen zetten.

De vluchtelingen in de regio, zegt Abeer Ateefa van het Wereldvoedselprogramma van de VN, lopen op hun tandvlees en dat dwingt hen tot extreme keuzes. „Mensen die tot de middenklasse behoorden zijn door hun spaargeld heen. Zij kiezen voor de gevaarlijke tocht naar Europa. Zij die van VN-hulp afhankelijk zijn, kunnen dat niet betalen.”

VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Amman zegt dat elke dag zo’n 200 vluchtelingen hulp vragen om terug te keren naar Syrië, waar het leven tenminste goedkoper is. Ze vragen hulp, zegt Ateefa, „omdat de meerderheid niet eens de middelen heeft om naar Syrië terug te keren.”

4 Politici praten wel over opvang in de regio, maar landen willen de rekening daarvan niet betalen

In 2015 haalden de VN minder dan de helft op van het bedrag dat nodig is voor de opvang van de vluchtelingen in de regio. De EU heeft deze week 1,1 miljard euro vrijgemaakt. Dat lijkt veel, maar het is niet eens genoeg om het eind van het jaar te halen. De kosten van de opvang van bijna acht miljoen ontheemden in Syrië zelf, en 4,3 miljoen vluchtelingen in de regio, werden in 2015 op 7,5 miljard euro geraamd.

„Er moet massaal geld naar de regio gaan”, zei Koenders in Libanon. Nederland heeft daar 110 miljoen euro extra voor vrijgemaakt.

Het probleem is dat er op VN-niveau geen mechanisme bestaat om landen te verplichten hun deel van de hulp te betalen. „Onze fondsenwerving gebeurt puur op vrijwillige basis”, zegt Ateefa, „en we zien dat er elk jaar minder animo is bij de donors, terwijl de nood alleen toeneemt.”

5 Landen in de regio willen helemaal niet dat de hulp beter wordt

Koenders beseft ook dat hulp alleen de vluchtelingenstroom niet zal doen opdrogen. Daarom hield hij op een gezamenlijke persconferentie met zijn Libanese ambtgenoot Gebran Bassil een pleidooi voor meer investeringen in landen als Libanon. Dat moet zowel de Libanezen als de vluchtelingen ten goede komen in de vorm van banen.

Het probleem is dat Libanon helemaal niet wil dat de vluchtelingen hier een toekomst krijgen. Niemand ontkent dat Libanon zware inspanningen heeft geleverd: de vluchtelingen zijn een zware belasting voor de krakkemikkige infrastructuur van het land, met name de stroomvoorziening.

De laatste tijd doet Libanon er juist alles aan om de vluchtelingen het leven moeilijk te maken. Er is een visumplicht ingesteld. En bij het verlengen van hun verblijfsvergunning moeten vluchtelingen nu een verklaring ondertekenen waarin ze beloven niet te zullen werken.

Eerder dit jaar maakte Bassil gewag van een internationale „samenzwering” om het verblijf van de Syrische vluchtelingen in Libanon „permanent” te maken. Die angst is ook de voornaamste reden waarom er in Libanon geen kampen zijn.

6 Het huidige herhuisvestingsbeleid is geen oplossing

Het vrijwillig opnemen van vluchtelingen door derde landen is de beste manier om de druk op de regio te verlichten én om mensensmokkel tegen te gaan. Groot-Brittannië, dat niet meedoet aan het EU-spreidingsplan, gaat de komende vijf jaar 20.000 vluchtelingen opnemen uit de regio. De eersten zijn deze week gearriveerd.

Herhuisvesting gebeurt al langer zonder dat daar ruchtbaarheid aan wordt gegeven. In totaal hebben ruim 100.000 vluchtelingen een nieuw leven gekregen. Maar er is een probleem met herhuisvesting: je kan er als vluchteling niet om vragen. UNHCR selecteert de gelukkigen. Daarbij wordt uitgegaan van ‘objectieve criteria’, niet van het ‘subjectief verlangen’ van de vluchteling, noch van de wensen van het gastland.

Dit is om te verhinderen dat een land bijvoorbeeld alleen christenen opneemt. Maar het zorgt er ook voor dat een land dat om IT-experts verlegen zit, niet kan worden gekoppeld aan vluchtelingen met IT-ervaring. Zolang herhuisvesting een soort loterij is, zal het mensen er niet van weerhouden om op illegale wijze naar Europa te reizen.

7 Meer geld voor de regio leidt tot meer vluchtelingen naar de EU

Ruim 1,3 miljoen vluchtelingen in de regio krijgen een maandelijkse toelage van 13,5 dollar van het Wereldvoedselprogramma. In september kregen 360.000 mensen, 229.000 in Jordanië en 131.000 in Libanon, te horen dat ze geen geld meer krijgen omdat het hulpprogramma kampt met een enorm tekort aan donoren. Alleen de meest kwetsbare families worden nog geholpen. Meer geld is dus dringend nodig.

Maar dit kan ook een averechts effect hebben: meer mensen zijn dan in staat om de reis naar Europa te betalen. Dit zegt een Amerikaan die voor een Libanese hulporganisatie werkt in de Bekaavallei: „Telkens als wij een vluchteling een baan geven, dan vertrekt hij naar Duitsland zodra hij genoeg geld heeft gespaard.” De man wil anoniem blijven omdat ngo’s in Libanon geen Syriërs in dienst mogen nemen.

8 Wat is dan de oplossing?

Er is geen oplossing behalve een einde maken aan de oorlog in Syrië, zegt Ateefa van het Wereldvoedselprogramma. „Zolang dit niet het geval is moeten we voor de vluchtelingen zorgen, waar ze ook zijn: in Syrië, in de regio en ja, ook in Europa.”

Op korte termijn zullen de slechtere weersomstandigheden die er aankomen meer gevolgen hebben voor de vluchtelingenstroom naar Europa dan meer geld naar de regio.

Tot de lente van 2016.

    • Gert Van Langendonck