Vluchteling achterop bij studenten

Terwijl de gemeente verkent waar blijvend vluchtelingen kunnen worden gehuisvest, staken studenten alvast de handen uit de mouwen.

De 9.500 studenten die lid zijn van Erasmus Sport kunnen weer terecht in hun sporthal. De Erasmus Universiteit Rotterdam richtte het gebouw vorige week in allerijl in voor de crisisopvang van 213 vluchtelingen. Gisteren zijn die met bussen naar locaties in Harlingen en Hellendoorn gebracht.

De gemeente verkent gebouwen en terreinen in de stad die geschikt zijn voor meer permanente opvang. Binnen vier weken moet daarover uitsluitsel zijn.

Het is dinsdagmiddag. Op het met lint afgezette binnenpleintje naast de sporthal van de Erasmus Universiteit koesteren vrouwen, enkele met felgekleurde hoofddoek, zich in het prettige septemberzonnetje.

Tegenover de ingang van de sporthal spelen twee jongemannen pingpong. De een draagt een wit hemd op een spijkerbroek, de ander een zwart T-shirt met een lichtrode korte broek. Ze hebben allebei een groen en een blauw polsbandje. Ze komen uit Syrië.

Mahdi heeft goede hoop dat hij aan de slag kan bij het kledingbedrijf Scotch & Soda in Amsterdam. Hij werkte acht jaar bij de vestiging in Dubai. „Ik heb daar veel contacten aan overgehouden”, zegt hij. Bovendien heeft hij familie in Nederland, een neef die hier vier maanden is, een broer die hier al tweeënhalf jaar woont. En zijn familie in Syrië? Hij haalt de schouders op. „Ik weet het niet.”

Vorige week kwam hij aan op het Centraal Station van Amsterdam. Met 25 mensen in een boot van acht meter maakte hij de overtocht van Turkije naar Griekenland nadat een eerste poging was mislukt. Toen liep het bootje van 5,5 meter vast en werden de 58 opvarenden door de Turkse politie teruggebracht aan land. Eenmaal in Europa reisde hij verder in een vrachtwagen. Alles bij elkaar was hij twintig dagen onderweg.

Zijn lotgenoot Christian (23) deed er anderhalve maand over om van Aleppo op de campus van de Erasmus Universiteit te geraken. Hij zegt dat hij een groot deel van de afstand te voet heeft afgelegd, maar in sommige landen ook van trein en bus gebruik heeft kunnen maken. Ook hij maakte de oversteek naar de Europese Unie per boot. Net als Mahdi heeft hij familie in Nederland. „Daarom was dit mijn reisdoel.”

Hij kijkt naar de ingang van de sporthal waar beveiligers iedereen tegenhouden die er niets te maken heeft, ook journalisten. „We hebben het goed hier. Er is eten, we hebben goede bedden. De mensen zijn aardig, we voelen ons welkom.”

Hij is somberder over zijn toekomst dan Mahdi. Hij studeerde Engels in Aleppo. „Toen begon de oorlog...” Hij is zijn paspoort kwijt: „Ik heb niets meer, helemaal niets.” Mahdi heeft van zíjn paspoort nog een kopie; hij zegt dat hij het origineel in zee heeft gegooid.

Christian is christelijk, Mahdi is moslim. „Maar welk geloof je ook hebt, we zijn broeders. Het kan ons niet schelen wie wat gelooft. Uiteindelijk maakt het niets uit”, zegt Mahdi voordat ze hun potje pingpong hervatten.

Achterop de fiets

Bij de entree van de sporthal hebben zich vier studenten verzameld. Ze zijn ingeroosterd voor activiteiten met de vluchtelingen. Jon de Ruijter, directeur van Erasmus Sport, zegt dat zo’n 1.200 studenten zich hebben aangemeld om iets met de tijdelijke bewoners te doen: van spelen met de kinderen tot sporten. „Ze nemen ze ook mee achterop de fiets naar de highlights van de stad.”

„Ik hoorde op het nieuws steeds over vluchtelingen”, zegt Jean Martin-Monier (19) uit Frankrijk, student international business administration. „Het bleef een abstract iets, maar nu kan ik echt iets doen.”

De 20-jarige Leo Tse uit Hongkong die communicatie studeert, beaamt dat. „Geld geven kan iedereen”, vindt de oorspronkelijk uit Curaçao afkomstige economiestudent Christina Curie (22). Wij kunnen hun tijd en aandacht schenken.”

    • Frank van Dijl