‘Te weinig huizen vluchtelingen’

Gemeenten worstelen met plicht om erkende vluchteling te huisvesten, verdringing is groeiend probleem

Agenten ontruimen op verzoek van burgemeester Don Bijl de raadszaal van het stadhuis van Purmerend. Boze inwoners waren gisteren massaal komen protesteren tegen de komst van asielzoekers. Foto ANP/AS Media

Slechts een op de vijf gemeenten heeft voldoende woonruimte voor het huisvesten van asielzoekers met een verblijfsstatus. Dat blijkt uit een enquête van deze krant en onderzoeksbureau Overheid in Nederland onder wethouders uit 213 van de 393 gemeenten. Het huisvesten van deze asielzoekers, de zogenoemde statushouders, leidt tot verdringing op de sociale huurmarkt: gezinnen en alleenstaanden moeten langer wachten op een woning.

Een kleine 13.000 statushouders wachten in asielzoekerscentra op het vrijkomen van sociale huurwoningen. Hun doorstroom is door de dagelijkse instroom aan nieuwe asielzoekers urgent. Het quotum van door gemeenten te huisvesten statushouders is nooit zo hoog geweest als dit jaar.

Maar wethouders uiten zorgen van structurele aard over de druk op de sociale huurmarkt. Alles komt samen, zeggen ze: ouderen en gehandicapten wonen langer thuis want verzorgingshuizen en beschermde woongroepen sluiten. Er zijn nog veel werklozen, dus mensen blijven huren wat ze huren. Ook jongeren met hun flexcontracten zitten vast aan huur, door strenge hypotheekregels. En corporaties hebben te weinig geld voor het bouwen van nieuwe huurwoningen.

De wachttijd voor sociale huur bedraagt meestal meerdere jaren – soms zeven of tien. Allerlei groepen staan in de wacht, zeggen de wethouders: ouderen, jongeren, gezinnen, gehandicapten. En de statushouders dus, en die moeten als eerst geplaatst.

In 2013 moest de gemeente Zwolle nog 78 statushouders plaatsen, vorig jaar 114, en dit jaar 208. De wachttijd voor sociale huurwoningen bedraagt ruim vier jaar. „Voor het eerst vraag ik me af of we de taakstelling halen”, zegt wethouder sociale zaken Nelleke Vedelaar (PvdA).

Zwolle zoekt net als andere gemeenten met woningcorporaties, provincies en Rijk naar nieuwe woonruimte. Een greep uit wat de wethouders noemen: leegstaande politiebureaus, scholen en kantoorpanden, vakantiewoningen, voormalige kloosters en, meest genoemd, particuliere huur.

Bijna een kwart van de wethouders zegt dat er weerstand van burgers is tegen de komst van statushouders en asielzoekers. De woningschaarste draagt daaraan bij. „Het gemor onder burgers nam al toe door de lange wachtlijsten. De toename van het aantal statushouders stimuleert dat.” Een andere wethouder voorkomt onrust door te zoeken „buiten de sociale woningen om. Voor 42 asielzoekers hebben we nu kloostertuinen en gemeentelijk eigendom beschikbaar.”

Minister Blok (Wonen, VVD) erkent dat het huisvesten van statushouders extra druk legt op de sociale huursector. „Maar de verdeling naar inwonertal van gemeenten, is eerlijk en transparant. Daar wordt niet van afgeweken.”

    • Ingmar Vriesema