Past zij wel langs de meetlat?

De forensisch psychologe ligt onder vuur om haar optreden in de rechtszaal. Ze vindt dat ze op een verkeerde manier beoordeeld is.

Forensisch psycholoog Corine de Ruiter wil niet langs „de therapeutische meetlat” worden gelegd. foto Maarten Kools

Het wetenschappelijke werk van Corine de Ruiter is zeker van waarde geweest voor het veld, zegt Jan Hendriks, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zij was het die risicotaxatie-instrumenten voor onder meer tbs’ers naar Nederland haalde – in de VS werden dat soort tests al gebruikt. Voor die tijd werd vooral afgegaan op de klinische indruk die een behandelaar had van een tbs’er. „Chargerend: hij komt stabiel over, stuur hem maar op verlof.”

Maar over Corine de Ruiter als getuige-deskundige in de rechtszaal is Hendriks minder positief. En daarin staat hij niet alleen. „Het is geen geheim dat zij omstreden is binnen de beroepsgroep.”

Vorige week werd De Ruiter, hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht, berispt door het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) omdat ze diagnostische uitspraken had gedaan over mensen die ze nooit ontmoet had. Ze liet zich uit over Jos van Hal, een provinciaal politicus die zelfmoord heeft gepleegd. De Ruiter zei tijdens een zitting dat ze bij Van Hal „kenmerken van een psychopaat” zag en dat hij een „schizofrene moeder” had.

Wat mag een forensisch psycholoog in de rechtszaal? En is dat iets anders dan wat de psycholoog mag die een cliënt behandelt?

Andere regels

Zelf vindt Corine de Ruiter dat voor forensisch psychologen (die soms als getuige-deskundige de rechtbank informeren) andere regels moeten gelden dan voor psychologen die een cliënt behandelen. Dat schreef ze in een blog waarin ze reageerde op de berisping. Een behandelend psycholoog heeft een gedeeld belang met de patiënt: dat het beter met hem of haar gaat. Een forensisch psycholoog heeft zo’n gedeeld belang niet met diegene over wie wordt gerapporteerd, stelt ze. De Ruiter vindt dat ze door het NIP ten onrechte langs een „therapeutische meetlat” is gelegd, schrijft ze. Haar lidmaatschap van de beroepsvereniging zegt ze op.

Vier collega’s van De Ruiter aan de faculteit psychologie van de Maastrichtse universiteit namen het voor haar op in een blog, onder wie rechtspsycholoog Harald Merckelbach. Een getuige-deskundige hóéft een vermoedelijke dader ook helemaal niet te spreken, vinden zij. „Liever niet zelfs. Hoe zou zo’n gesprek er ook uit moeten zien? Deskundige: ‘We lazen meerdere getuigenverklaringen waarvan de strekking is dat u uw echtgenote intimideerde en mishandelde. Wat is uw kant van het verhaal?’ Echtgenoot: ‘Welnee toch, ik ben de zachtmoedigheid in hoogst eigen persoon. Ik wil dat u dit in uw rapport schrijft.’ ”

Volgens De Ruiter heeft de forensische psycholoog waarheidsvinding als hoogste doel. Niet de patiënt is de cliënt, maar het OM, de advocaten of de rechtbank (afhankelijk van wie de getuige-deskundige heeft ingeschakeld). Het NIP verwijt De Ruiter juist dat ze de gegevens over Van Hal en diens moeder niet zelf heeft „onderzocht of waargenomen”. Ze heeft zich „in belangrijke mate gebaseerd” op gegevens „afkomstig van de cliënte in wier belang zij optrad”, aldus het NIP.

De Universiteit Maastricht laat in reactie op de berisping een commissie onderzoek doen. Een van de onderzoeksvragen is hoe „de forensische psychologie en klinische psychologie zich tot elkaar verhouden”. De Ruiter wil gedurende het onderzoek geen nadere vragen beantwoorden.

Bijzonder hoogleraar Jan Hendriks heeft zelf veel opgetreden als getuige-deskundige in rechtszaken en vindt dat ook forensisch psychologen „voorzichtig en terughoudend” moeten zijn als ze niet zelf onderzoek kunnen doen naar iemand. „Een goed persoonlijkheidsonderzoek bestaat uit vijf elementen: tests die je afneemt bij de persoon, persoonlijke gesprekken met diegene, je klinische indruk van hem of haar, dossieranalyse en informatie van derden. Hoe meer elementen ontbreken, hoe voorzichtiger je moet zijn.”

Corine de Ruiter is niet opgenomen in een landelijk register van getuige-deskundigen (NRGD). Het is bedoeld om de kwaliteit van de deskundigen in de rechtszaal te vergroten. Maar ook deskundigen die niet op de lijst staan, worden ingehuurd.