Morele supermacht

Wat is er met Duitsland en met Merkel aan de hand? Het Duitse zelfbeeld als eerlijke, industriële natie krijgt een knak in het Volkswagenschandaal. En deze opdoffer komt precies nu Berlijn een hervonden moreel prestige koestert, in de week dat het in de vluchtelingencrisis een humanitair begrip van Europese gastvrijheid afdwong. De reputatieomwenteling leek zo mooi. In de eurocrisis gold Duitsland steeds als egoïstische boeman, terwijl in de vluchtelingencrisis Mutti Merkel als Moeder Teresa wordt afgeschilderd. Amerikaanse commentatoren die klaagden dat Duitsland te weinig voor de Grieken deed, applaudisseren nu voor de generositeit.

Toch is het een schijntegenstelling. Voor de Duitsers draait het zowel in de Griekse als de Syrische zaak om plicht en verantwoordelijkheid – die laatste term gebruikt Merkel graag en veel. Het is je plicht je eigen schuld af te betalen. Ook is het je plicht gastvrijheid te betonen, zeker aan oorlogsvluchtelingen. Vanuit de Duitse plichtethiek is het dus coherent hard voor de Grieken te zijn én de Syriërs met open armen te ontvangen. In Nederland kijken we met verbazing toe. Wat de Grieken betreft zit Den Haag steeds op de Duitse lijn, maar zonder die sterke morele dimensie. Ons ergeren in de eerste plaats de kosten: geld dat in een put verdwijnt. Dat met schuldkwijtschelding zou worden gemorreld aan een morele orde, dat het kompas van goed en kwaad gaat schuiven, treft ons minder. Ook de plicht tot gastvrijheid gaat bij ons minder diep. De uitkomst is dat wij streng zijn voor de Grieken én de Syriërs liever ‘in de regio’ opvangen. Heel pragmatisch.

Maar ook aan de opstelling van Berlijn zitten veel haken en ogen. Gedreven door een hoog moreel besef vergeten de Duitsers soms dat hun handelingen een ander effect hebben, er aan de buitenkant anders uitzien. In de eurocrisis leed de Duitse minister van Financiën aan deze blinde vlek. ‘Doctor Schäuble’ (zoals zijn tegenspeler Varoufakis hem consequent noemde) redeneerde vanuit een morele superioriteit, terwijl de buitenwereld een onbarmhartige machtspoliticus waarnam die de Grieken uit de eurozone wilde gooien. Iets vergelijkbaars, hoewel subtieler, zie je in de vluchtelingencrisis. Natuurlijk is de Duitse gastvrijheid heel nobel, maar – zo wordt bijvoorbeeld in Parijs gemompeld – het land heeft een vergrijzende bevolking, lage geboortecijfers en kan de hoogopgeleide Syrische middenklasse prima gebruiken. Ook dat is waar. Het maakt de handeling niet minder moreel, maar bemoeilijkt wel het Europese gesprek.

In een lang portret van Merkel schrijft Der Spiegel deze week dat de bondskanselier probeert „Duitsland te transformeren in een morele supermacht in Europa”. Het doel is niet vrij van hybris, merkt het weekblad op. Merkels verrassende uitspraak, eind augustus, dat oorlogsvluchtelingen welkom in Duitsland zijn, versnelde de mensenstroom en verergerde de chaos. „Velen voelen zich uitgenodigd”, zei voorzitter Donald Tusk op de Europese top woensdag. De Duitse politiek van het goede voorbeeld stuit op praktische bezwaren. Niet elk land kan of wil zoals de Duitsers zijn. Zoals de euro niet geschapen kon worden naar het evenbeeld van de D-mark, zo kan deze hooggestemde asielpolitiek niet over heel Europa worden uitgerold. Open tegenspraak vergt echter een sterke overtuiging; die zit vooral aan de randen van het speelbord. In de eurocrisis brachten de linkse Grieken Tsipras en Varoufakis zo’n eigenwijze tegenretoriek, in de asielkwestie is het de Hongaarse nationalist Viktor Orbán die voet bij stuk houdt. Op bezoek in Beieren deze week waarschuwde Orban tegen Duitslands „moreel imperialisme”. Die was raak. Nog verontrustender voor Merkel: naast de Hongaarse premier stond de Beiers deelstaatpremier en CSU-leider Seehofer instemmend toe te kijken.

    • Luuk van Middelaar