Masterclasses van McCartney’s basgitaar-reparateur Flip Scipio

Hij repareerde gitaren van Ry Cooder, Paul Simon, Bob Dylan, Bruce Springsteen. Dit weekend vertelt op een festival in Amsterdam over zijn ambacht.

McCartney met zijn Höfner-bas Foto ANP/EPA

Jarenlang lag de vioolvormige Höfner-basgitaar van Paul McCartney in een opslag weg te kwijnen. Nadat de Beatles uit elkaar gingen raakte McCartney het instrument waarop hij zo veel Beatles-klassiekers had ingespeeld niet meer aan. Tot hij in de jaren negentig zijn kluis openmaakte. De basgitaar was in slechte staat, de lijm liet los, scheve hals. Wie moest haar repareren? De bas werd naar New York gevlogen. Naar Flip Scipio, een Nederlander, die gitaren repareert van de bekendste gitaristen ter wereld.

,,Die bas van McCartney, dat is wel het griezeligste wat ik ooit heb gedaan”, zegt Scipio, die al duizenden gitaren door zijn handen liet gaan en ook eens het mes moest zetten in een Gibson Les Paul uit 1959 van driekwart miljoen dollar (,,een zeldzaam exemplaar zonder krasje”). In 1984 kwam hij naar de VS, na een opleiding te hebben gevolgd aan een gitaarbouwschool in Londen. Hij werkte in de reparatieafdeling van de Mandoline Brothers, een beroemde winkel voor vintage gitaren in New York. In 1995 begon hij voor zichzelf. Sindsdien werkt hij non-stop. ,,Gewoon door mond-tot-mond-reclame.” Hij somt enkele van zijn klanten op, steeds enkel bij voor- of achternaam: (Paul) Simon, (Bob) Dylan, Ry (Cooder), Bruce (Springsteen).

Dit weekend is hij even terug in Nederland. Tijdens het Ambacht In Beeld Festival in De Hallen in Amsterdam geeft hij twee masterclasses over gitaarbouw en -reparatie. Het festival wil ‘de schoonheid van het vakmanschap’ tonen. Scipio: „Wat ik wil laten zien, is dat meer te repareren is dan we denken. Soms gaat iets stuk en denken we dat er niks meer aan te doen is, terwijl dat vaak wel kan, al weet je misschien niet bij wie je moet zijn. Het gevaar is dat we mooie dingen onnodig weggooien.”

Wat hij zo mooi vindt aan gitaren? Dat ze allemaal anders zijn, dat er niet grofweg één ideaal is van vorm en klank, zoals bij de viool, waar de Stradivarius het ijkpunt is. „Ik hou van gekke vormen”, zegt hij. En wat hem dan zo goed maakt? „Ik stoei graag met hout – met mooi klankhout dat minstens tien, vijftien jaar heeft kunnen drogen. Ik luister naar het hout en probeer mijn eigen stem te vinden op een instrument.”

Zelf heeft hij trouwens „niet zo veel” gitaren meer. „Op een gegeven moment had ik er veertig. Dat was eigenlijk genant. Ik kan heel goed gitaren repareren, maar ik speel zelf helemaal niet zo goed.”

    • Merlijn Kerkhof